Een vaas die fluit

Een fluit in de vorm van twee kruikjes, versierd met een panfluitist; Vicus-cultuur (Musée du Quai Branly, Parijs)

De trouwe lezers van deze blog weten dat ik een groeiende belangstelling heb voor Precolumbiaans Amerika, dus de Nieuwe Wereld vóór Columbus. Natuurlijk is dat eigenlijk dezelfde interesse als mijn belangstelling voor de Oudheid of het Midden-Oosten: een andere wereld die je dwingt na te denken over de wereld waarin je zelf woont. Mijn groeiende belangstelling voor Precolumbiaans Amerika is echter ongestructureerd. Ik lees weleens wat, maar ik ben nooit in Mexico of Peru geweest, en moet het vooral doen met wat ik oppik in volkenkundige musea.

In het Musée du Quai Branly in Parijs zag ik voorwerpen die ik maar zal aanduiden als fluitende vazen. Ze bestaan uit twee kruikjes, waarvan de een open is en de ander gesloten, zij het dat die uitloopt op een fluit. Die is vaak versierd en kan dan bijvoorbeeld de vorm hebben van een mannetje of een vogel of iets anders. De twee vaasjes zijn verbonden door een buisje. Als je nu water giet in het open vaasje, loopt het door het buisje naar het andere kruikje, waar het de lucht wegperst door de fluit. Je kunt die fluitende vazen ook een beetje schudden, dan maken ze (denk ik) korte piepgeluiden.

Lees verder “Een vaas die fluit”

Een geschiedenis van El-Andalus (2)

De leeuwenfontein van het Alhambra

Zo, het vorige blogje moest ik even kwijt. Maar afgezien van het feit dat er weinig reconsidered is, heb ik het genoemde boek van Richard Hitchcock, Muslim Spain Reconsidered, met enorm veel plezier gelezen. En het is natuurlijk ook weer niet zo dat ik er helemaal niets van leerde, want hij bood argumenten voor de “de-islamisering” van de Iberische geschiedschrijving die ik, niet-arabist, nog niet kon kennen. Hitchcock attendeert er bijvoorbeeld op dat het Arabische woord ‘ajam traditioneel werd vertaald als “christelijk”, terwijl het feitelijk een religieus neutraal woord is dat betekent dat iemand imperfect Arabisch spreekt. Dat argument kende ik niet en versterkt het beeld dat religie minder belangrijk was dan voor pakweg 1975 werd aangenomen. En Hitchcock biedt meer redenen om het zwaartepunt niet nodeloos vaak bij de godsdiensten te leggen. Zo wordt de slag bij Las Navas de Tolosa in 1212 in onze bronnen weliswaar getypeerd als religieus conflict, maar plaatste Muhammad an-Nasir geen jihad tegenover de kruisvaart waartoe koning Alfonso VIII van Castilië had opgeroepen. Dat nuanceert de zaak nogal.

Toch ontkent Hitchcock niet dat religieuze tegenstellingen zo nu en dan een rol speelden. De tegenstellingen tussen de diverse koninkrijken en emiraten waren reëel en een vorst kon religie altijd gebruiken om zijn tegenstanders te typeren. Niet alleen scholden christenen en moslims op elkaar, maar moslims noemden elkaar kafir of varken, terwijl christenen tegenstanders beschuldigden van ketterij. Omgekeerd waren er overeenkomsten tussen de religies. De hervormingsbeweging van Cluny is gelijktijdig aan de hervormingen die de Almoraviden introduceerden.

Lees verder “Een geschiedenis van El-Andalus (2)”

De Dresdener Codex

De watervloed: een alligator (linksboven in het rechtse plaatje) spuugt het water uit.

In december 2012 was ik in Beiroet. De wereld zou immers vergaan – dat stond in de Maya-kalender – en Libanon leek ons wel een toffe plek om dat mee te maken. Een enorme regenbui was het ergste dat ons overkwam.

Die paniek om die Maya-voorspelling was voor een deel gebaseerd op een dertiende-eeuws manuscript dat momenteel in Dresden wordt bewaard in de Sächsische Landes-, Staats- und Universitätsbibliothek. Op negenendertig uitklapbare, dubbelzijdig beschreven bladzijden staan een rituele kalender, berekeningen met betrekking tot de planeet Venus, het een en ander over maans- en zonsverduisteringen, beschrijvingen van ceremoniën, afbeeldingen van goden en andere bovennatuurlijke wezens, en verder nog het een en ander over de regengod Chaac. Het boek is in 1740 verworven door Friedrich August II. Van heinde en verre trok de Codex Dresdensis bezoekers, zoals in 1791 Alexander von Humboldt, die later in Midden-Amerika probeerde meer te ontdekken over de Precolumbiaanse wereld en in 1810 enkele bladzijden publiceerde uit het handschrift in Dresden.

Lees verder “De Dresdener Codex”

De Maghreb in de Middeleeuwen

Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.

Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.

Lees verder “De Maghreb in de Middeleeuwen”

De Almohaden

Almohadische ruiters

In mijn vorige blogje noemde ik de Almoraviden, een Noordwest-Afrikaanse groep die een gnostische interpretatie gaf aan de islam. Toen ze El-Andalus had onderworpen, legde ze de regio strenge religieuze regels op. Er was in deze tijd echter ook een stroming waarvan de aanhangers meenden de eenheid van God beter begrepen dan wie ook. Eén van de leiders van deze stroming, die onder de Baranis-Berbers populair was, was Ibn Tumart (1082-1130); zijn volgelingen staan bekend als Al-Muwahhidun (“de benadrukkers van de eenheid”), wat in de Europese talen is verbasterd tot Almohaden.

Vanaf 1121 meende Ibn Tumart dat hij de mahdi was, in de sjiitische traditie de imam die kort voor de Jongste Dag zal terugkeren. Omdat het einde der tijden zo nabij was, waren Ibn Tumarts volgelingen bereid te vechten, en ze begonnen een heilige oorlog tegen de Almoraviden. Aanvankelijk nam die de vorm aan van schermutselingen in het Atlasgebergte, waarbij Ibn Tumart om het leven kwam. Zijn opvolger nam in 1147 de Almoravidische hoofdstad Marrakesh in, liet zich benoemen tot kalief en veroverde heel de Afrikaanse noordkust tot Tripoli aan toe.

Lees verder “De Almohaden”

De Zeven Wonderen van België

Doopvont van Reinier van Hoei (Sint-Lambertuskerk, Luik)

Ik houd van fietstochtjes en eigenlijk interesseert het me niet zoveel waar ik begin en eindig. Ik ben weleens langs alle hunebedden gefietst; aan die ouwe stenen valt weinig te ontdekken, maar het is prettig fietsen in Drenthe en Groningen. Ook ben ik weleens om Vlaanderen gereden, doelloos maar tevreden. Mijn fietstocht rond Nederland is bijna voltooid. Het klassieke kwartet AalstPeutieZwevezeleGenoelselderen heb ik al binnen. En zoals het gaat: onderweg ontdek je links een mooi kasteel en rechts een smakelijk streekgerecht.

Een ander reisdoel-dat-geen-doel-is-maar-tussenstop-in-een-tochtje: de Zeven Wonderen van België. Ik begrijp dat het lijstje een halve eeuw geleden is gemaakt als een publiciteitscampagne om toeristen te lokken. Die zullen zich zeker niet bekocht hebben gevoeld: het is een mooi lijstje, waarin Vlaanderen en Wallonië elk met drie kunstwerken zijn vertegenwoordigd en Brussel met één. Ook chronologisch is het mooi verdeeld.

Lees verder “De Zeven Wonderen van België”

De Siciliaanse Vespers (3): Oorlog

Peter III van Aragón

[Dit is het laatste van drie blogjes over de Siciliaanse Vespers. Het eerste was hier.]

De Siciliaanse Vespers, gevolgd door de troonsbestijging van Peter III van Aragón, vormden het begin van een oorlog die twintig jaar zou duren. Karel van Anjou probeerde op het opstandige eiland de orde te herstellen, maar zijn mannen werden verdreven door Aragonese troepen, die vervolgens vanuit Messina konden oversteken naar Calabrië, van waaruit ze naar Napels konden marcheren.

Omdat Karel tijdens de Siciliaanse Vespers veel van zijn schepen had verloren, kon hij weinig doen om de invasie te voorkomen, en daarom deed hij een voorstel dat zijn wanhoop verraadt: hij stelde een duel voor met Peter. Het zou in Bordeaux moeten worden gehouden, maar vond nooit plaats en stelde zelfs de gevechten in zuidelijk Italië niet uit, want Peters vloot brandschatte de kusten van Calabrië, veroverde Malta en versloeg in de Golf van Napels de rest van Karels vloot. Karels zoon, de toekomstige Karel II, behoorde tot de krijgsgevangenen.

Lees verder “De Siciliaanse Vespers (3): Oorlog”

De Siciliaanse Vespers (2): Karel van Anjou

Karel van Anjou (Capitolijnse Musea, Rome)

[Dit is het tweede van drie blogjes over de Siciliaanse Vespers. Het eerste was hier.]

In het conflict dat Frederik II had met de Noord-Italiaanse stadstaten en de paus, vocht de keizer-koning met succes, zodat de paus geen andere optie meer had dan een concilie af te kondigen om de man af te zetten. In 1245 kwamen de kerkelijke leiders bijeen in Lyon, waar ze de keizer, die toch de meest succesvolle kruisvaarder was in zijn tijd, verklaarden tot ketter. Het was een schandaal: nooit eerder was een kerkelijk concilie gebruikt voor zulke evident niet-kerkelijke doelen.

Karel van Anjou

Desondanks beschouwden de aartsbisschoppen van Mainz en Keulen keizer Frederik als afgezet. Ze kozen graaf Willem II van Holland als nieuwe rooms koning. Hoewel die er in slaagde zich in Aken tot koning te laten kronen (1248), en hoewel Frederik in Italië enkele tegenslagen te verduren had, kon de keizer rekenen op voldoende steun in zowel Duitsland als Italië. Toen hij overleed in december 1250, liet Frederik de beide gebieden na aan zijn zoon Koenraad IV, die de strijd voortzette, maar in 1254 bezweek aan malaria.

Lees verder “De Siciliaanse Vespers (2): Karel van Anjou”

Het gebroken oor

Het beeldje van het Gebroken Oor (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Wie tegenwoordig de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis bezoekt in het Brusselse Jubelpark, kan er niet omheen: afbeeldingen van het bovenstaande precolumbiaanse beeldje duiken overal op, op de website, op affiches, op de voorgevel. Het is dan ook een van de beroemdste stukken uit de collectie.

Kuifje en het gebroken oor

Niet omdat het zo superbelangrijk is, want het is bepaald geen uniek object. Het speelt echter, met een in het echt niet beschadigd oor, een rol in Hergés Kuifje en het gebroken oor. In december 1935 konden de lezers van Le Petit Vingième lezen dat dit beeldje uit het museum was gestolen, maar gelukkig brengt Kuifje het uiteindelijk terug, na een reeks omzwervingen door de Latijns-Amerikaanse republiek San Theodoros en een bezoek aan de Arumbaya’s. Het is dus dankzij Hergé dar dit vermoedelijk het bekendste stuk is uit de Brusselse collectie.

Lees verder “Het gebroken oor”

Thermoluminescentie (en wat dat betekent)

Sao-sculptuur (Musée du Quai Branly, Parijs)

Oudheidkundigen hebben diverse dateringsmethoden. Terugwerkend: eerst is er de gangbare kalender, wat verder terug hebben we de Romeinse keizers en hellenistische koningen, nog wat dieper zijn er de Mesopotamische sterrenkundige dateringen. Daarnaast biedt de archeologie een stoer werkpaard: de koolstofdatering. Alleen: dat werkpaard heeft soms kuren. Elke datering behoeft kalibratie en daarnaast zijn er reservoireffecten en andere complicaties. En nog een probleem: organisch materiaal mineraliseert, en in sommige regio’s gaat dat erg snel.

Zoals de gebieden ten zuiden van de Sahara. De Romeinen ontmoetten kooplieden uit die regio, maar wisten daar – als we de route langs de Nijl even buiten beschouwing laten – maar weinig van. Het enige wat de klassieke auteurs ons aan informatie hebben nagelaten, zijn geruchten over goudbewakende gorgonen en amazones: een echo van de situatie in de Bambouk. Omdat archeologen dus  dateringsmoeilijkheden hebben, is er, vergeleken met bijvoorbeeld de Maghreb, een gat in onze kennis. Dit is een van de redenen dat subsaharaal Afrika een beetje wordt genegeerd. Zelfs Zenab Badawi, die in haar recente An African History of Africa licht wil werpen op dit werelddeel, besteedt er geen aandacht aan.

Lees verder “Thermoluminescentie (en wat dat betekent)”