Simón Bolívar

Bolívar voor een Caribisch gemeentehuis

Colombia werd twee keer onafhankelijk, in 1810 en in 1819. Het sloot dus onlangs een periode van negen jaar af waarin het tweede eeuwfeest op allerlei manieren gevierd werd. De belangstelling beperkte zich wel tot de culturere bovenlaag; in de meeste plaatsen is er niets van te merken geweest. Dat had meteen op de lijst van veelvuldig gesignaleerde nationale defecten gekund. Het ontbreekt Colombianen, zo heet het, aan burgerschap, er is schaarse betrokkenheid bij de publieke zaak, weinig besef dat samenleven niet alleen rechten maar ook plichten met zich meebrengt, enz.

De onafhankelijkheid van Spaans Amerika begon voor iedereen onverwacht. Er was ongenoegen met het te laat opgeheven staatsmonopolie op handel met de kolonies en met het feit dat de baantjes in het bestuur voorbehouden bleven aan Spanjaarden. Maar niemand voorzag de storm. Alexander von Humboldt verklaarde achteraf dat hij op zijn reizen geen onvrede maar alleen conformiteit met het gevestigd regime had opgemerkt.

Nadat Napoleon in 1808 Spanje ingelijfd had probeerden de Amerikaanse elites trouw te blijven aan het geïmproviseerde gezag, maar toen ook dat weggevaagd was moesten ze kiezen. Het nieuws kwam het eerst aan in Caracas, dat zichzelf in april 1810 onafhankelijk verklaarde. In juni zette Cartagena de Indias de gouverneur af. Dat was niet zozeer gericht tegen Spanje als wel tegen Bogotá, waar zich de elite bevond die de buitenlandse handel van Nieuw Granada controleerde op een manier die kwaad bloed zette bij de heersenden van Cartagena.

In het iets zuidelijker gelegen Mompox, ook een belangrijk handelsstadje, hadden ze wel oren naar die onafhankelijkheid van Cartagena, want wat lette hen dan om hun eigen onafhankelijkheid uit te roepen –ten opzichte van datzelfde Cartagena.

Op 20 juli 1810 verklaarde ook Bogotá zich onafhankelijk. Dat moest het dan wel weer zonder Tunja stellen welks elites ook onafhankelijkheid van Bogotá opeisten, terwijl die van Sogamoso op hun beurt onafhankelijk van Tunja wilden zijn. Overal zetten de plaatselijke notabelen zich aan het opstellen van Grondwetten. Dit was de papieren onafhankelijkheid, die van de plaatselijke politici. Zo druk hadden ze het dat ze de mogelijkheid dat Spanje zich zou herstellen en met een groot leger terug zou komen geheel over het hoofd zagen. In Venezuela gebeurde iets vergelijkbaars. Daar werd het machtsvacuüm opgevuld door caudillos, lokale krijgsheren wiens interesse zich beperkte tot de alleenheerschappij over hun machtsgebied.

Simón Bolívar was betrokken geweest bij de revolutionaire regering van Caracas. Zijn familie bezat uitgestrekte cacaoplantages en  kopermijnen, hij had heel Europa bereisd, en daar (vermogens verbrast maar ook) de Verlichtingsfilosofie kritisch tot zich genomen. Met Francisco de Miranda was hij zowat de enige die de Latijns-Amerikaanse onafhankelijkheid op de agenda had staan ruim vóórdat de omstandigheden die min of meer oplegden. Nadat de revolutionairen in Caracas in 1812 door royalistische troepen verslagen werden kwam hij berooid naar Cartagena. Het manifest dat hij schreef om zich daar te presenteren is profetisch.

Niet de Spaanse wapens maar onze eigen verdeeldheid bracht ons terug tot de slavernij… De grootste fout bestond is de fatale aanname van het tolerante systeem… Onze politici vormden luchtrepublieken, probeerden de  perfecte staatsordening te bereiken, veronderstelden dat de menselijke soort te corrigeren was… Op elke samenzwering volgde een pardon, en op elk pardon een samenzwering…

In Nieuw Granada kreeg hij spoedig de steun van het republikeinse congres, maar in Venezuela waren alleen met veel diplomatieke acrobatiek de caudillos zover te krijgen dat ze de strijd tegen Spanje ondersteunden. Nadat hij zijn leger in een anabasis van zo’n vijfduizend kilometer vanuit de tropen dwars over hellingen van de Andes naar steenkoude vlaktes van het hooggebergte had geleid, slaagde hij erin de Spanjaarden op 7 augustus 1819 in Boyacá beslissend te verslaan. Dat was de echte onafhankelijkheid, die van de getergde peones, de halfnaakte zambos, en de lanceros die geen zadel of stijgbeugel nodig hadden om hun tegenstander aan te vallen. In Perú en Bolivia ging de strijd nog tot 1824 door.

Tegenover de lokale politici en caudillos die vooral hun eigen achtertuin in de gaten hielden, werd Bolívar niet gedreven door belangen maar door visie. Hij stond voor afschaffing van de slavernij, landhervorming, verheffing van de Indianen, één republiek Gran Colombia, volkssoevereiniteit en een sterk centraal gezag. Veel kwam er niet van terecht. De slavernij zou nog tot 1853 voortduren, hoge officiers gingen er met de grond die voor afgezwaaide soldaten bedoeld was vandoor, Indiaanse gemeenschappen verloren de hunne, en in de provincies kon niets gebeuren als het de plaatselijke potentaten niet uitkwam. Als genadeklap was sinds 1826 niet meer te vermijden dat Gran Colombia uiteenviel in Venezuela, Colombia, en Ecuador.

Bolívar overleed vier jaar later, zevenenveertig jaar oud en diep ontluisterd.

Ik schaam me ervoor het te zeggen: de onafhankelijkheid is het enige voordeel dat we bereikt hebben, ten koste van al het andere.

De Spanjaarden verdrijven, dat wilde met bovenmenselijke inspanning nog wel lukken. Maar van de voormalige kolonie een land met enige samenhang te maken, dat was ook de goden teveel gevraagd. ‘Een revolutie maken in Amerika is ploegen in de zee’. Heel de negentiende eeuw had Colombia van doen met regionale en soms ook nationale oorlogen. Het begon met die van de Allerhoogsten (1840-44), zo genoemd omdat elke plaatselijke potentaat zich de ‘Allerhoogste Commandant van’ dit of dat noemde. Ze waren blij dat ze van Bolívar af waren. Dissolutie, anarchie, factiestrijd, los zand: het complete scenario waarvan hij gruwde kwam uit. Ondertussen zetten ze er wel overal standbeelden van hem neer. Het politieke misbruik begon daags na zijn dood.

Bolívar was oneindig veelzijdiger dan hier aangetipt kan worden. De biografie die de eerste halve eeuw wel leidend zal blijven, die van John Lynch, is een grote aanwinst betreffende het filosofische en politieke perspectief van Bolívar. Wie geschiedenis leest om de trillingen vandaag te horen kan terecht bij dichter William Ospina, maar zeker ook bij Gabriel García Márquez. Kritiek op de machtigen en corrupten, dat gaat erin als koek. Maar kritiek op onszelf, ons onvermogen samen te werken en (zoals het tegenwoordig mooi heet) gebrek aan sociaal kapitaal, dat horen we liever niet, vooral niet van Bolívar. García Márquez wist het subtiel te brengen. Misschien te subtiel, want alleen de culturele bovenlaag kan het gehoord hebben. Het is ook altijd wat.

[Op mijn uitnodiging om met enkele gastbijdragen dit tot een min of meer coronavrije ontmoetingsplaats te maken, ging Fried Deelen in. Dank! Meer gastbijdragen zijn welkom.]

9 gedachtes over “Simón Bolívar

  1. Frans

    Het hele grote probleem was natuurlijk dat al die Spaanse koloniën er alleen maar waren om rijkdommen van de koloniën naar Spanje te brengen en daar was de hele maatschappij op ingericht. De Spanjaarden waren de baas en de inheemse bevolking moest al het werk doen. Zo krijg je ook een maatschappij waar het aan burgerschap enzovoort ontbreekt. En de Spanjaarden zijn dan wel verjaagd, maar de structuur van de maatschappij is niet veranderd. En in het land waar Bolivar zo’n beetje heilig is verklaard en waar ze met de beste bedoelingen een Bolivariaanse revolutie hebben gehad, Venezuela dus, gaat het nu het slechtst van allemaal.
    En in het land dat naar Bolivar genoemd is, Bolivia dus, was de politieke chaos altijd het grootst. Morales leek eindelijk een stem te geven aan de mensen aan de onderkant van de samenleving, maar die moest dus ook al met de staart tussen de benen vertrekken.
    Maar wat een continent. Het is een avontuur om er te reizen, ook al moet je wel tegen uuuuurenlange busritten of bootreizen kunnen, maar de mensen maken het de moeite waard. Voor je het weet sta je met een Boliviaan over Morales te praten of over Noord Korea te lullen. (Maar die laatste was dronken. Enne… ik toen ook.) Of je staat in die berg in Potosi waar de Spanjaarden al hun zilver uit hebben laten hakken door de inheemse mijnwerkers die er nu nog steeds werken en met trots! En het landschappelijk schoon is ongeëvenaard, het gaat van de toppen van de Andes tot de jungle van de Amazone.

    1. Fried Deelen

      Het is mogelijk dat de ‘Bolivariaanse revolutie’ van Venezuela ‘met de beste bedoelingen’ begon; ook de grootste tegenstanders stellen dat Chávez zijn eerste verkiezing in 1998 eerlijk won. Het was wel meteen ook de laatste. Het is al lang duidelijk dat de officiële Venezolaanse lezing van Bolívar het zoveelste politieke misbruik van hem is. Het rijkste land van Latijns-Amerika in zijn naam tot de grond toe afbreken om er het armste van te maken –Bolívar heeft zich vaak in zijn graf omgedraaid maar nu kan er een heel pirouetje bij. Voorbeeldje, http://anatomiadelahistoria.com/2013/03/chavez-el-venerador-de-heroes/
      Mooi dat je de urenlange busritten of bootreizen noemt. Ook Bolívar was in Potosí –te paard. Reed regelmatig tussen Colombia en Venezuela op en neer, of tussen Colombia, Ecuador en Perú. Ongelofelijk, voor wie de enorme afstanden en de gigantische hindernissen van de natuur een beetje kent. Na de eindeloze dagrit werd de avond gevuld met dansen tot iedereen naar adem snakte en hij nog doorging, en vanzelfsprekend ook met de liefde. Die mateloze energie is één van de vele facetten die Bolívar zo fascinerend maken.
      En dat behalve de natuur ook de mensen het de moeite waard maken is geheel juist.

        1. Frans

          De VS hebben ook niet zo’n beste reputatie in Latijns-Amerika, dus die aanklacht heeft natuurlijk ook weer politieke bedoelingen.

          1. Martin

            Nou ja, Zuid-Amerika en drugs, dat is niet zo vreemd.

            Met Chávez was het ook zo: de olie inkomsten verjubeld en vervolgens de economie naar de haaien geholpen. Altijd weer die socialisten ….

      1. Ben Spaans

        Zo’n Chavez had zich ook aan de spelregels kunnen houden natuurlijk. In theorie zou dat gekund hebben natuurlijk.

        Zou Plato weleens bedacht hebben: elke regeringsvorm kan slecht uitpakken natuurlijk. Of had hij speciaal de pik op democratie? (Is het ook eerlijk om Plato eventueel in stelling te brengen tegen de moderne democratische stelsels?). Vragen, vragen, vragen.

        Bolivár is inderdaad een fascinerende figuur. Hij zou hier meer bekendheid verdienen..

  2. Fried Deelen

    Het is zeer wel mogelijk dat Bolívar Plato gelezen heeft maar de Verlichtingsfilosofen in ieder geval. Nou is iemand als Montesquieu ook maar moeilijk met een regering door het volk op één lijn te brengen, maar hoe dan ook had hij geen illusie dat dingen die in Europa bedacht waren in Amerika met zijn bevolkingssamenstelling ook wel zouden werken. De te vermijden uitersten waren tirannie en anarchie. Vrijheid was geen doel op zichzelf maar gericht op het hoogst mogelijke geluk, dat nam hij dan wel van zijn vriend Bentham over. Op het congres van Angostura in 1819 verklaarde hij nog dat ‘het voortduren van autoriteit in hetzelfde individu vaak het einde van democratische regeringen (heeft) betekend. Herhaaldelijke verkiezingen zijn essentieel in juiste systemen van regering’. Maar ‘in plaats van vrijheid kregen we insubordinatie en bandeloosheid; onder de naam van patriottisme hebben we intrige en verraad; omkoperij in de plaats van publieke deugd, en persoonlijke wraak wordt gedekt door de mantel van rechtvaardigheid’. In 1826 is hij ervan overtuigd dat ‘Amerika alleen geregeerd kan worden door een kundig despotisme’. De plaatselijke potentaten namen de plaats van Spanje in en noemden dat democratie. Er was dus niets mis met een sterk centraal gezag dat hen onder controle kon houden. Lynch zegt het mooi: ‘In a world of greed and inequality that he was powerless to change, the Liberator remained incorruptible’. Hij had zo’n kundig despoot kunnen zijn maar had daar geen zin in. En de enige die de kwaliteiten had om zijn opvolger te worden, Antonio José de Sucre, werd op tijd vermoord, 1830. Op tijd, vanuit het perspectief van de plaatselijke potentaten. Dus volgden honderd jaar eenzaamheid. Burgeroorlogen, bedoel ik.

    1. Martin

      Dat is het punt: de uitersten van anarchie en tirannie vermijden kan alleen als de bevolking daaraan meewerkt. Dat vereist wel een minimum aan beschaving. Je kunt bij bevolkingen die nog niet zo ver zijn dus niet zomaar een liberale democratie invoeren, zie Irak, Afrika, Oost-Europa, etc.

Reacties zijn gesloten.