Geliefd boek: Sixteen Ways to Defend a Walled City

Wat is er passender dan tijdens een lockdown een boek lezen over een langdurig beleg? Maandenlang de stad niet uit kunnen vanwege een vijand die met ontelbare aantallen voor de poort staat? Dat is precies waar Sixteen Ways to Defend a Walled City van K.J. Parker over gaat. Historisch geschoolde lezers zullen in de stad – die Parker overigens nergens bij naam noemt – Constantinopel herkennen, vermengd met een vleugje Rome.

Door een combinatie van sluwheid (van de belegeraars) en stommiteit (van de keizerlijke bevelhebbers) staat een overmacht van tienduizenden belegeraars tegenover een paar honderd stadswachten, ongewapende burgers en een regiment geniesoldaten. Zij worden aangevoerd door de cynische en recalcitrante bevelhebber van de genietroepen, die op het verkeerde moment op de verkeerde plaats zijn. Of misschien toch op het juiste moment op de juiste plaats. Orhan, de bevelhebber, moet niet alleen zien af te rekenen met alle aanvallen en listen van de belegeraars, maar ook met de verdeeldheid en uiteenlopende belangen van senaat, adel en andere groepen in de stad. Het ene probleem is nog niet opgelost of het volgende dient zich aan. Zoals op het moment dat Orhan op bezoek gaat bij keizer Clemens IV om officieel tot bevelhebber te worden benoemd. Of als de vraag zich aandient of je Blauwen en Groenen (ja, het lijkt op Constantinopel) voor je karretje kan spannen. Of als de beste stormram die je ooit hebt gezien op jouw stadspoort komt afgerold. En je tegelijk dringend de bevelhebber van de belegeraars wilt spreken.

Zestien manieren, inderdaad. Daarbij is Parker heel sterk in het beschrijven van het verschil in de strategie die in de militaire handboeken staat beschreven en de rommelige werkelijkheid. Zoals het aanvankelijke vertrouwen als de belegeraars trebuchets gaan bouwen, steenslingermachines die volgens de theorie niet kunnen werken. Of het uiteindelijk lukt de belegeraars te verdrijven zal ik hier niet onthullen.

Het boek is van een genre dat ik historische fantasy zou willen noemen: verhalen gebaseerd op een herkenbare historische situatie, maar genoeg veranderd om er een eigen verhaallijn op te baseren, die afwijkt van reële historische gebeurtenissen. Een ander voorbeeld van het genre zijn boeken van Guy Gavriel Kay, wiens serie Sailing to Sarantum eveneens gebaseerd is op Constantinopel. Persoonlijk vind ik deze manier van schrijven veel beter te verteren dan romans over echte historische personen waarbij de waarheid geweld wordt aangedaan. Zoals in de boeken van Conn Iggulden over Caesar.

Sixteen Ways to Defend a Walled City is vlot geschreven en bevat meer dan een paar plotwendingen. En tussen de belegeringszaken door gaat het boek ook over stadsbestuur en vooral over vriendschap. Kortom: aan te bevelen voor liefhebbers van historische fictie, vlotte dialogen en een licht cynische setting. Het is geen nobelprijswaardige literatuur, maar wel aangenaam leesvoer tijdens een belegering, pardon lockdown.

[Op mijn uitnodiging aan de vaste lezers van deze blog om geliefde boeken te delen, ging ook Otto Cox in. Dank je wel Otto!]

6 gedachtes over “Geliefd boek: Sixteen Ways to Defend a Walled City

  1. Huibert Schijf

    Een nieuwgierig makende tip. Nooit van de schrijver gehoord. Voor een meeslepend en historisch verslag van de echte belegering van Constantinopel, kan ik van harte Roger Crowley Constantinople. The Last Great Siege 1953 (2005) aanbevelen. Restanten van de vestingmuren zijn in Istanbul nog steeds te zien.

    1. “Nooit van de schrijver gehoord.”
      Ik ook niet; hij heeft dan ook geen Nldse Wikipedia pagina, maar wel een Engelse. En dan blijkt de naam een pseudoniem te zijn – en van zijn echte naam heb ik evenmin ooit gehoord.

  2. Robert

    In hetzelfde genre wil ik ook graag het boek ‘Lets Darkness Fall’ van L. Sprague de Camp aanbevelen.

    1. Otto Cox

      “Lest darkness fall” is dé klassieker in het genre. Geschreven in 1939 en nog steeds fijn leesvoer.

  3. frayek

    Het grappige van historische fictie, waarin iedereen wel ongeveer kan raden was historisch is en wat fictie, is dat men er veel makkelijker naar grijpt dan naar echte geschiedenis. Bovendien blijft het ook beter in het geheugen zitten. Mijn favoriet op dit terrein is Santiago Posteguillo met twee trilogieën, een over Scipio de Africanus en een over Trajanus. Dank voor deze tip.

Reacties zijn gesloten.