De jongeling van Naïn

Jezus en de jongeling van Naïn (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik heb het punt tot vervelens toe gemaakt – op deze blog, in boeken, in lezingen en Joost mag weten waar niet meer – en ik maak het nog eens: tekstuitleg zonder kennis van de archeologie is net zo zinloos als archeologie zonder begrip van de oude teksten. En om het punt ten overvloede te illustreren, is hier, op de dag van Allerzielen, het verhaal van de jongeling van Naïn:

Jezus ging naar een stad die Naïn heet, en zijn leerlingen en een grote menigte gingen met hem mee. Toen hij de poort van de stad naderde, werd er net een dode naar buiten gedragen, de enige zoon van een vrouw die ook al weduwe was. Een groot aantal mensen vergezelde haar. Toen de heer haar zag, kreeg hij medelijden met haar en zei: “Weeklaag niet meer.”
Hij kwam dichterbij, raakte de lijkbaar aan – de dragers bleven stilstaan – en zei: “Jongeman, ik zeg je: sta op!”
De dode richtte zich op en begon te spreken, en Jezus gaf hem terug aan zijn moeder. Allen werden vervuld van ontzag en loofden God met de woorden: “Een groot profeet is onder ons opgestaan,” en: “God heeft zich over zijn volk ontfermd!”
Het nieuws over hem verspreidde zich in heel Judea en in de wijde omtrek.noot Lukas 7.11-17; NBV21.

Lees verder “De jongeling van Naïn”

Alexander de Grote bij Halikarnassos (1)

De stadsmuur van Halikarnassos

Ik ben een paar keer in Bodrum geweest, het antieke Halikarnassos. Er is een tof museum, waar onder meer het Uluburunwrak is te zien. De resten van het Mausoleum vallen wat tegen, maar hé, het gaat wel om een wereldwonder hè. De stad bezit verder een theater en een stadspoort uit de vierde eeuw v.Chr. Ik zou willen schrijven dat een bezoek de moeite waard is, maar die moeite bestaat uit een zo lange autorit dat je niet én alles kunt bekijken én heen en weer kunt rijden. Je bent gedwongen een hotel te nemen, en hoewel die in deze Turkse badplaats prima zijn, ben je al met al te veel tijd kwijt.

Halikarnassos, de hoofdstad van Karië, is echter wél de plek waar Alexander de Grote een nederlaag leed. Of beter: de behaalde tactische winst woog niet op tegen de geleden strategische schade.

Lees verder “Alexander de Grote bij Halikarnassos (1)”

Aeneas Tacticus

We kennen ze wel: oude boeken over strategie. Sun Tzu’s Kunst van het Oorlogvoeren, of Clausewitz’ Over Oorlog. Gaan we de Grieks-Romeinse oudheid in, dan hebben mensen vaak van de laat Romeinse Vegetius’ De Re Militari (Over het Krijgswezen) gehoord en kan een enkeling de eerste-eeuwse Strategemata van Frontinus noemen. De (veel oudere) Aeneas Tacticus, onderwerp van deze blog, kan echter nauwelijks op publiek rekenen. Daar hoop ik vandaag verandering in te brengen.

Rond het midden van de vierde eeuw voor Christus, de eeuw van Plato, Xenophon en Demosthenes, schreef een Griek genaamd Aeneas (niet die van de Trojaanse Oorlog) een werk over het verdedigen van een belegerde stad, door mij betiteld als In Staat van Beleg. Het is ons incompleet overgeleverd, maar de veertig hoofdstukjes die we hebben, bevatten interessante inzichten in oorlogvoering in een gemeenschap uit de vierde eeuw. Daarnaast was Aeneas geen Athener; door de selectiviteit van de overlevering weten wij relatief veel over deze stad, maar met Aeneas’ werk krijgen we een waardevolle blik buiten de canon.

Lees verder “Aeneas Tacticus”

Het Akitu-festival

Tablet over Akitu (Louvre, Parijs)

Akitu is de oeroude naam voor het nieuwjaarsfeest in het oude Nabije Oosten. Al in het derde millennium v.Chr. vierden de Sumeriërs het feest van het zaaien van gerst. Dat was aan het begin van de eerste maand van het jaar, dat wil zeggen in maart/april. In de Babylonische kalender  heette die maand Nisannu – uw agenda zou u kunnen vertellen dat morgen (en eigenlijk al vanavond) 1 Nisan is op de joodse kalender. De Babyloniërs spraken ook wel van rêš šattim, “de kop van het jaar”.

In de grote stad Babylon, waarover we de meeste informatie hebben, had de bevolking vrijaf. De festiviteiten vonden plaats op twee locaties: in de tempel van de oppergod Marduk, de Esagila, en in het “Nieuwjaarshuis” benoorden de stad. Behalve Marduk stond ook zijn zoon Nabu, de god van de wijsheid, centraal.

Lees verder “Het Akitu-festival”

Middeleeuws Byblos

De Grieks-Orthodoxe kerk van Byblos

Vandaag begint in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden de expositie over Byblos, waarover ik al een slordig half jaar elke week heb geblogd. Ik heb dat met plezier gedaan. Libanon is me dierbaar, ik gun de Libanezen leukere publiciteit dan waarmee ze doorgaans in het nieuws komen, en ik heb bij elk bezoek fijne dagen doorgebracht in Byblos. Oftewel, zoals het nu heet, Jbeil.

Modern Byblos

Jbeil heeft een aardige souq vol kleine winkeltjes, waarvan er een onderdak biedt aan een piepklein fossielenmuseum. (Over de fossielen van Byblos is ook een interessant verhaal te vertellen, maar dat deed ik al eerder: hier.) Het haventje is tegenwoordig vooral in gebruik voor wie de Levantijnse Zee wil bevaren, zoals vissers en de eigenaren van plezierjachten. Er is een wassenbeeldenmuseum en er zijn wat cafés, waarvan sommige betere dagen hebben gehad. Ik eet graag in Al-Bahr, wat gewoon “zee” betekent. Het ligt even buiten de stad, naar het noorden, aan het strand.

Lees verder “Middeleeuws Byblos”

Byblos, Porte de la mer

Porte de la mer, Byblos

Oké, kort blogje vandaag. Over de noordwestelijke stadspoort van Byblos is niet bijster veel te vertellen. De eerste bouwfase van de muur, waarover we het onlangs hadden, dateert uit het vroege derde millennium en is daarna enkele keren herbouwd. Aanvankelijk waren er vier poorten: een naar de zuidelijke haven en drie naar het noorden, waarvan de middelste later is gesloten. De noordwestelijke poort, ook wel aangeduid als Porte de la mer omdat hij uitziet op de noordwestelijke haven, is echter een beetje vreemd.

Kijk maar hierboven. Welke idioot bouwt nu een trap in een poort?! Dit is toch niet handig, als je met een wagen vol overzeese producten naar de stad wil?

Lees verder “Byblos, Porte de la mer”

De stadsmuren van Byblos

De derde fase van de stadsmuur van Byblos

Een filmpje over Byblos, waarom ook niet? Helaas kan ik er geen kameel of dromedaris in stoppen, en ook al geen Zijderoute waarover die beesten, beladen met allerlei soorten handelswaar, voortsjokken tot ze in China zijn. Maar handel en Byblos, dat lukt natuurlijk wel.

Vanaf het einde van het vierde millennium v.Chr. stuurde men cederhout vanuit Byblos naar Egypte. En er kwamen allerlei kostbaarheden terug. Naarmate de havenstad rijker en rijker werd, werden de verschillen met de omgeving groter. En dus groeide de jaloezie. Om zich tegen bewapende aanvallen van piraten en rovers te beschermen, bouwde men aan het begin van de Bronstijd een stadsmuur, die aan de landzijde liep rond de dubbele heuvel die het terras vormt waarop Byblos is gebouwd. Ik denk dat er ook wel een vorm van verdediging naar de zeezijde zal zijn geweest maar ik ken de sporen daarvan niet.

Lees verder “De stadsmuren van Byblos”

Geliefd boek: Sixteen Ways to Defend a Walled City

Wat is er passender dan tijdens een lockdown een boek lezen over een langdurig beleg? Maandenlang de stad niet uit kunnen vanwege een vijand die met ontelbare aantallen voor de poort staat? Dat is precies waar Sixteen Ways to Defend a Walled City van K.J. Parker over gaat. Historisch geschoolde lezers zullen in de stad – die Parker overigens nergens bij naam noemt – Constantinopel herkennen, vermengd met een vleugje Rome.

Door een combinatie van sluwheid (van de belegeraars) en stommiteit (van de keizerlijke bevelhebbers) staat een overmacht van tienduizenden belegeraars tegenover een paar honderd stadswachten, ongewapende burgers en een regiment geniesoldaten. Zij worden aangevoerd door de cynische en recalcitrante bevelhebber van de genietroepen, die op het verkeerde moment op de verkeerde plaats zijn. Of misschien toch op het juiste moment op de juiste plaats. Orhan, de bevelhebber, moet niet alleen zien af te rekenen met alle aanvallen en listen van de belegeraars, maar ook met de verdeeldheid en uiteenlopende belangen van senaat, adel en andere groepen in de stad. Het ene probleem is nog niet opgelost of het volgende dient zich aan. Zoals op het moment dat Orhan op bezoek gaat bij keizer Clemens IV om officieel tot bevelhebber te worden benoemd. Of als de vraag zich aandient of je Blauwen en Groenen (ja, het lijkt op Constantinopel) voor je karretje kan spannen. Of als de beste stormram die je ooit hebt gezien op jouw stadspoort komt afgerold. En je tegelijk dringend de bevelhebber van de belegeraars wilt spreken.

Lees verder “Geliefd boek: Sixteen Ways to Defend a Walled City”

Martinus van Tours (Sint-Maarten)

SInt-Maarten (Museum Mayer van den Bergh, Antwerpen)

Dat niet alle christelijke heiligen bescheiden personen waren, wordt geïllustreerd door Martinus van Tours. Sint-Maarten, zoals u hem kent, nam zelf een biograaf in dienst om zijn heiligenleven schrijven. Je zou je ergeren aan Sulpicius SeverusLeven van de heilige Martinus  als de tekst niet zo interessant was. Martinus was namelijk bepaald geen kwezel.

Het verhaal van de mantel

Hij begon zijn loopbaan bij de Romeinse cavalerie en was achttien toen hij zich in 335 bekeerde tot het christendom. Dat gebeurde, zo lezen we, nadat hij bij de stadspoort van Amiens een naakte man had zien zitten, die door iedereen werd genegeerd. Het was hartje winter.

Lees verder “Martinus van Tours (Sint-Maarten)”

Doornik

De kathedraal van Doornik

Doornik, daar wilde ik altijd al eens naartoe. Even in heel grote stappen heel snel thuis: het Romeinse gezag implodeerde in de vroege vijfde eeuw en lokale heersers namen de macht over. Velen van hen hadden voorouders in het Overrijnse, maar ze waren loyale dienaren van de keizer. Aanvankelijk zullen ze hebben verwacht dat het Romeinse staatsapparaat zich zou herstellen maar na pakweg 430 moet duidelijk zijn geweest dat het niet zo zou zijn.

Wie waren ze nu? Waren ze Romeinen, in de steek gelaten door de centrale overheid? Waren ze Franken? Of nog iets anders? In elk geval waren ze op zichzelf aangewezen en moeten er netwerken zijn ontstaan van samenwerkende leiders. Die netwerken konden overigens nog steeds door de Romeinse keizer worden aangestuurd: keizer Majorianus (r.457-461) betaalde via een tussenpersoon, Aegidius, forse bedragen aan de Frankische vorst Childerik, die er lokale heren mee wierf. (De enkele jaren geleden ontdekte Schat van Lienden is op dit punt relevant.) Majorianus’ poging het gezag in Gallië te herstellen liep op niets uit en de feitelijke winnaar was Childerik, die met Romeins geld zijn volgelingen verder aan zich had gebonden.

Lees verder “Doornik”