School van de Namen (1) Deng Xi

Munt uit de Periode van de Strijdende Staten (Übersee-Museum, Bremen)

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme en het Mohisme zijn we nu toe aan de zogeheten “School van de Namen”.] 

Strijd om een lijk

Een familielid van een extreem rijke man verdrinkt. Het lichaam wordt gevonden door een visser.

Wanneer de rijke man de visser vraagt hem het lijk te geven zodat hij een passende begrafenis kan verzorgen, ziet de visser zijn kans schoon en vraagt een enorm hoge prijs.

De rijkaard vindt dit wat gortig, en vraagt de plaatselijke wijze om advies. Die zegt hem “rustig maar, dat komt wel goed, er is toch immers niemand anders die dat lijk van die man wil kopen?”

Een goed advies, nietwaar? Maar wanneer het geld dan uitblijft wordt ook de visser onrustig. Hij gaat naar dezelfde wijze voor advies, die hem vervolgens zegt: “rustig maar, dat komt wel goed, ze kunnen dat lijk toch immers bij niemand anders kopen dan bij jou?”

Deze wijze heette Deng Xi (in oudere spellingen heet hij Teng Hsih: dat is dus dezelfde). Deng leefde ongeveer in dezelfde tijd als Confucius, in de tweede helft van de vijfde eeuw voor onze jaartelling dus. Er worden voor zijn leven ook wel exacte jaren genoemd: van 545 tot 501 v. Chr, maar vooral dat eerste jaartal kunnen we voor de zekerheid maar beter met een korrel zout nemen.

Schoft, moralist, genie?

Wat een schoft, die Deng Xi, zou je denken, om die mensen zo tegen elkaar uit te spelen! Maar je zou ook kunnen denken dat die Deng beide partijen op humoristische wijze straft voor hun inhaligheid.

Sowieso wordt hier het probleem geschetst dat economen tegenwoordig het holdout-probleem noemen: er is geen vrije markt met een prijsmechanisme mogelijk, omdat deelnemers geen keuze hebben. Door te doen alsof er wel een vrij marktmechanisme zou zijn, laat Deng de paradox in dat marktdenken goed zien. Misschien was het hem juist om die paradox te doen?

Misschien, maar in de geschiedschrijving van de Chinese filosofie wordt de anekdote vooral met verontwaardiging aangehaald, en gebruikt als voorbeeld om te laten zien hoe immoreel die Deng wel niet was. De meeste latere Chinese denkers hebben voor Deng  Xi maar weinig goede woorden over.

Desondanks, en hoewel we feitelijk weinig over hem weten, is het toch meer dan de moeite waard om Deng in ons verhaal te betrekken. Want wie was hij nou werkelijk?

Wie was Deng Xi?

Deng Xi leefde als juridisch adviseur in de staat Zheng, in de huidige provincie Henan, redelijk in het hart van de landen die hun bewoners toen aanduidden als “de landen van het midden”, en wat we tegenwoordig China noemen.

Voor de geografische oriëntatie: Zheng lag net ten westen van Song, de staat waar Meester Mo (Mozi) waarschijnlijk uit afkomstig was, net als de voorouders van Confucius. Ten noordoosten van Song lag dan weer Lu, de staat waar Confucius opgroeide, en het grootste deel van zijn leven verbleef. Lu grensde aan de oostkant aan de oceaan. Al die staatjes hadden vage en vaak betwistte grenzen maar voor de grootte moet je denken dat ze qua landoppervlakte varieerden tussen Nederland en Luxemburg.

Deng was advocaat avant la lettre: de oudste persoon in China die nu ook zo genoemd wordt. Wie het kon betalen, kon hem inhuren. Voor de behandeling van een grote zaak vroeg hij een hemd, en voor de behandeling van een kleine zaak een broek.

Hij moet een enorme garderobe gehad hebben, of een goede lopende kledinghandel, want hij was nogal populair. Deng stond er immers om bekend dat hij recht kon praten wat krom was, en krom wat recht, zodat de mensen geen idee meer hadden wat nu goed en slecht was, het onmogelijke mogelijk werd, het ontoelaatbare toelaatbaar en andersom. Als Deng langs was geweest gingen de mensen op hun handen staan als ze wilden gaan zitten.

Zo een spreker kan je maar beter aan je kant hebben als je in de problemen zit! Maar oh wonder, soms bleek dat Deng in een conflict doodleuk de belangen van beide partijen verdedigde!

Letter, geest, wet & moraal

Deng leefde echter niet in een juridisch vacuüm. In zijn tijd werd Zheng bestuurd door Zichan (oude schrijfwijze: Tzu-ch’an), een beroemd staatsman die als een van de eersten in China een geschreven wetboek had laten maken. De tekst daarvan werd in brons gegoten en op een driepoot tentoongesteld, zodat iedereen hem kon lezen.

Dit was waarschijnlijk op zichzelf al vrij revolutionair: vóór die tijd was het recht vaak iets dat de adel naar eigen inzicht toepaste, zonder dat gewone mensen konden controleren wat de regels nu eigenlijk waren.

Als een echte advocaat wierp Deng zich op de letter van de wet, en daarmee had hij er geen probleem mee de geest van de wet geweld aan te doen. Toen Zichan het publiceren van politieke pamfletten verbood, liet Deng ze met plezier per post bezorgen: per post bezorgen is immers iets anders dan publiceren! Toen Zichan daarop besloot ook het per post bezorgen van politieke pamfletten te verbieden, adviseerde Deng om politieke pamfletten als bijlage te doen bij andere pakketjes.

Deng Xi en de wet van Zichan

Je kan je voorstellen dat Zichan een behoorlijke dobber had aan Deng en de man bloedirritant vond. Maar we kunnen zonder veel moeite in Deng een vroege strijder  herkennen van het vrije woord en een uitdager van het gezag. En meer filosofisch bekeken zien we in hem een relativist pur sang, een Chinese sofist die de heersende moraal en definities ter discussie durfde te stellen, en dat met gevoel voor humor.

Daarbij laat de geschiedenis van Deng zien dat hij zich ook constructief kon opstellen. Hij zag in de wet van Zichan een uitdaging, en had daarom een alternatieve codex geschreven, die hij met zich meedroeg en propageerde als betere wetgeving. Daarmee blijkt dat Deng toch een hoop meer deed dan slechts de juridische anarchist uithangen.

De inhoud van die codex is helaas onbekend. We weten ook niet of deze strenger was of minder streng, of misschien wel een compleet andere structuur en logica kende. Wel is bekend dat zijn wet in plaats van in brons gekerfd op bamboelatjes was uitgeschreven, wat het document de bijnaam “de bamboewet” heeft gegeven.

De erfenis van Deng Xi

De plaatselijke heerser (waarschijnlijk de opvolger van Zichan) wist uiteindelijk wel raad met een lastpak als Deng Xi: hij werd terechtgesteld en zijn lichaam werd tentoongesteld, als voorbeeld van wat er kan gebeuren met mensen met een grote bek tegen het gezag. Maar verbazingwekkend genoeg wordt in de oude geschriften vervolgens doodleuk vermeld dat Dengs bamboewet postuum zou zijn ingevoerd als wetboek van de staat Zheng.

Hoelang die codex verder gebruikt is geweest zegt het verhaal niet, maar aangezien Zheng nog een paar eeuwen onafhankelijk bleef, kan het zomaar zijn dat hij het nog lang uitgehouden heeft. Helaas is er dus geen letter van bewaard. Er is weliswaar een ander oud geschrift met Dengs naam als titel, maar dat is honderden jaren na zijn leven geschreven en heeft met Deng zelf weinig te maken.

Wat is verder de erfenis van Deng Xi geweest? We weten niet veel over hem, behalve dan de paar anekdotes die ik net vertelde en zijn overgeleverd via geschriften die hem verder behoorlijk misprijzen.

Maar door moderne commentatoren is hij wel eens de founding father van de Chinese logische traditie genoemd. Dat lijkt echter wat overdreven. In latere logische debatten wordt niet rechtstreeks naar Deng verwezen. Wel begint met hem een lange traditie van juridische en logische debatten in de Chinese cultuur. Daarbij wordt Deng Xi vaak geassocieerd met de latere “School van de Namen”. Maar we zullen zien dat die indeling en naamgeving problematisch is…

[Dank je wel Kees! Deze vijfdelige reeks wordt morgen vervolgd met een beschrijving van de indeling en het intellectuele klimaat van de “School van de Namen”.]

PS

Alexander Smarius maakte met AI een leuk filmpje voor wie de Romeinse naamvallen wil leren.

https://www.youtube.com/watch?v=g9s5qk_F5TU

Deel dit: