MoM | Technologisch determinisme

Frederik de Grote (Berlijn)

Ik schreef vorige week over de Lex Roscia. Die presenteerde ik in het licht van enerzijds de Romeinse burgeroorlogen, die gewonnen zouden worden door de partij die de meeste soldaten kon oproepen en daartoe het kwistigst omging met burgerrechtverleningen, en anderzijds van een soort globaliseringsproces. Dat laatste, zo schreef ik, vloeide voort uit betere technieken om ijzer te bewerken, waardoor de welvaart was toegenomen, de vraag naar importproducten was gestegen, de handelsnetwerken waren vergroot, mensen meer met elkaar te maken kregen en oorlogen konden plaatsvinden, die uiteindelijk werden gewonnen door de grootste staat. Het zo ingezette proces van schaalvergroting moest wel leiden tot één wereldrijk waarin iedereen (of althans alle vrijgeboren mannen) gelijke burgerrechten had.

Er zijn hier twee problemen. Het eerste is dat het verhaal incompleet is. Naast het Romeinse Rijk bleef immers een Parthisch Rijk bestaan. Ik vermoed dat het unificatieproces op zijn natuurlijke grenzen stuitte. Beide rijken hadden alle grondstoffen die ze nodig hadden; handel was er wel maar was niet noodzakelijk. Toen men na enkele oorlogen had ontdekt dat het lastig zou zijn de ander te verslaan, zag men er maar van af. Denk ik. Ik weet het niet.

Technologisch determinisme

Het tweede probleem is interessanter. Het staat bekend als technologisch determinisme. De aanname in mijn stukje was dat een technologische ontwikkeling de samenleving in een bepaalde richting duwt. Een nieuwe techniek geeft vleugels aan degenen die haar beheersen, die krijgen vervolgens invloed en zorgen ervoor dat ze de samenleving naar hun hand zetten, en dat bakenen ze juridisch af. Bot en ongenuanceerd samengevat: de technologische en economische onderbouw bepaalt de maatschappelijke en ideologische bovenbouw.

Maar gaat het werkelijk zo? Over de mate waarop de geschiedenis technologisch is gedetermineerd is vooral in marxistische kring gesproken. Daarbij ging het niet, zoals bij mij, om politieke unificatie, maar om klassenstrijd. Toch denk ik dat we er zinvol kennis van kunnen nemen.

Voor Marx was het evident dat door nieuwe technieken andere maatschappelijke groepen boven kwamen. Veranderende productiemiddelen leidden tot veranderende productieverhoudingen leidden tot een veranderende productiewijzen: van de Sklavenhaltergesellschaft naar de feodale naar de kapitalistische naar de communistische productiewijze. In deze ontwikkeling zou het aantal betrokken klassen steeds geringer worden tot uiteindelijk één klasse overbleef en de heilstaat was bereikt.

Frederik de Grote

Hoe naturnotwendig was die ontwikkeling? Het is op dit punt zinvol te kijken naar een beroemde discussie uit de voormalige DDR. Rond het midden van de jaren zeventig vestigde historica Ingrid Mittenzwei de aandacht erop dat in het Pruisen van de achttiende eeuw de Erbuntertänigkeit, een feodale vorm van onvrije arbeid, niet alleen was blijven bestaan maar ook steviger geïnstitutionaliseerd was geraakt. Dat was wonderlijk, want in West-Europa slaagde de bourgeoisie erin de feodale verhoudingen te beëindigen en de macht te verwerven.

In haar biografie van de Pruisische vorst concludeerde Mittenzwei dat Frederik erin was geslaagd de ontwikkeling van feodale naar kapitalistische samenleving een halt toe te roepen, ja te doen omkeren. Haar boek, inmiddels een klassieker, verscheen pas enkele jaren later, in 1979. Na ampele beraadslagingen in het Politbüro. De discussie ging niet alleen over de vraag of één individu zo’n invloed kon hebben, maar vooral over de vraag of er werkelijk een historische onvermijdelijkheid was waarmee de ene productiewijze op de andere volgde. Of waren macht en geweld middelen om de geschiedenis een andere loop te geven?

Pompeius

Uiteindelijk accepteerde de DDR de rol van Frederik als onderdeel van haar eigen geschiedenis, maar daar gaat het mij nu niet om. Het gaat me om de onvermijdelijkheid.

In de Mediterrane wereld was een proces gaande van steeds verder gaande integratie, dat kon leiden tot één Mediterrane staat en onder leiding van één man. Zoveel staat vast. Maar als Pompeius in de door hem gewonnen veldslag bij Dyrrhachium de troepen van Caesar niet had laten ontsnappen, had het anders kunnen lopen. Op de korte termijn zou een republiek zijn blijven bestaan met een wat meer hiërarchisch karakter.

Misschien zou er dan een ander zijn geweest die de burgerrechten breed zou uitdelen; misschien zou de republiek ten onder zijn gegaan aan de ressentimenten van de wingewesten. We weten het niet. Misschien is het het beste te concluderen dat er tussen die technologische en economische globaliseringsprocessen en de kwistige burgerrechtverleningen een Wahlverwantschaft heeft bestaan.

[De reeks “Methode op Maandag” (MoM) toont wat de oudheidkundige wetenschappen maakt tot wetenschappen. Overzichten van deze en vergelijkbare stukjes zijn hier en daar.

Dit stuk zal het 500e zijn dat wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

25 gedachtes over “MoM | Technologisch determinisme

  1. De grote fout die je hier impliceert is een sterke vereenvoudiging. Technologische ontwikkeling is een belangrijke, maar niet de enige factor.
    Het extreme technologisch determinisme dat je beschrijft lijkt me wel weerlegd door de geschiedenissen van India en China. De technologische en economische globaliseringsprocessen daar vertonen grote overeenkomsten; de burgerrechtverleningen verliepen heel anders.
    Dit is een zwak punt in je stukje – unificatie en burgerrechtverleningen zijn beslist niet hetzelfde.

  2. Debby Teusink

    Ik denk dat het ook lastig wordt om middels het determinisme te verklaren waarom dat grote rijk rondom de Middellandse zee in twee stukken uiteen viel en waarvan het oosterse deel nog 1000 jaar zou bestaan of waarom aan de andere kant van het continent, China de afgelopen 2000 jaar, in praktisch ongewijzigde vorm is blijven bestaan.

    1. Otto Cox

      Dat van die twee stukken ligt wat ingewikkelder denk ik. Eeuwenlang, ten tijde van de Assyriërs, Babyloniërs en Perzen vormde het gebied van Mesopotamië met Syrië en een groter of kleiner deel van de Levant het kernland van de toenmalige wereldrijken. Na het instorten van het Seleucidische rijk en de invasie van de Parthen veranderde het patroon: toen kwam een grens te liggen tussen Syrië/Levant en Mesopotamië. Na de Arabische veroveringen herstelde het oude patroon zich min of meer: toen werden Syrië en Irak weer de kern van een imperium en lag de grens weer in oost-Anatolië.

  3. Raymond haselager

    Achteraf gezien kan natuurlijk alles op deterministische wijze verklaart worden. Maar, als je in een gedetermineerde wereld leeft, zou je ook r betrouwbare toekomstvoorspellingen kunnen doen. Die zijn maar heel beperkt mogelijk.

    1. Eerst een spijkertje op laat water: ook achteraf laat niet alles zich op deterministische wijze verklaren, alleen op voldoende grote schaal. Voor het exacte tijdsitp waarop een radio-actief atoom uiteenvalt bestaat volgens de quantummmechanica geen verklaring achteraf. Maar geschiedkunde houdt zich niet met gebeurtenissen op een dergelijke kleine schaal bezig.

      Ook voor ons dagelijks leven zijn er allerlei problemen. Zo is “determinisme” slecht gedefinieerd. “Als je in een gedetermineerde wereld leeft …..” is in principe alleen correct voor hard determinisme. Er is ook nog iets anders aan de hand, wat zich mooi laat illustreren aan de hand van de Brownse beweging in gassen en vloeistoffen. De beweging van een enkele molecuul laat zich (volgens de klassieke, deterministische natuurkunde) prima verklaren achteraf, maar niet voorspellen. Er zijn veel teveel (strikt deterministische) factoren. Nog erger – zelfs een eenvoudig lijkend probleem als een systeem van drie puntmassa’s laat zich niet voorspellen, ondanks dat alle relevante factoren bekend zijn. De beschikbare wiskunde is ontoereikend.
      Het moge duidelijk zijn dat we gedetailleerde toekomstvoorspellingen van complexe systemen als een menselijke samenleving al helemaal kunnen vergeten, zonder dat dat afbreuk doet aan hard determinisme. Dat hang ik overigens niet aan. Ik ben een praktisch mens; in onze tijd geeft (het is een tikje ironisch) waarschijnlijkheid de betrouwbaarste voorspellingen. Weersvoorspellingen zijn nog steeds fout, maar heel wat minder fout dan een halve eeuw geleden.

  4. Robert

    “Toen men na enkele oorlogen had ontdekt dat het lastig zou zijn de ander te verslaan, zag men er maar van af. Denk ik. Ik weet het niet.”

    Verslaan en vernietigen zijn verschillende dingen. Romeinen en Parthen bleven elkaar aanvallen waar het gong lokale controle, met wisselende resultaten die nooit tot een langdurige grenscorrectie leidden. Alleen Trajanus heeft in de tweede eeuw nog een flink grote aanval op de Parthische hoofdstad gedaan dacht ik. Maar de illusie dat de een de ander definitief zou kunnen uitschakelen heeft na Crassus denk ik niemand meer gehad.

  5. sara

    Speelt het begrip ‘emergentie’ (uit de systeemtheorie) hier ook niet een rol? Een technologische vernieuwing kan een emergentie veroorzaken. Maar heeft dat (nog) met determinisme te maken. Heeft dat begrip nog wel betekenis hier?

    1. Om uw vragen te beantwoorden moeten we eerst “determinisme” definiëren. Hanteren we zacht determinisme (we accepteren dat niet alle relevante factoren kenbaar zijn, of dat nou om praktische of theoretische redenen is), dan is uw tweede zin een deterministische. Op sub-moleculaire schaal werkt dat ook niet meer, maar in de geschiedkunde vaak nog wel.
      Zie weer mijn favoriete voorbeeld – de Brownse beweging in gassen en vloeistoffen (beide zijn systemen). Druk en temperatuur zijn emergente begrippen. Nemen we een stuk ruimte halverwege de Maan en de Aarde dan zijn druk en temperatuur (gedefinieerd in termen van beweging van deeltjes) loze begrippen omdat er nauwelijks deeltjes zijn. Zelfs in die situatie kan determinisme nog betekenis hebben.
      Het zal duidelijk zijn dat technologische vernieuwing nog veel lastiger is. Maar dat is nog geen rechtvaardiging om determinisme betekenisloos te noemen.

      1. sara

        Het determinisme, waarbij oorzaak en gevolg relaties nauwkeurig op elkaar zijn afgestemd faalt in het verklaren van eigenschappen van optredende sterke emergente verschijnselen. Vaak is wel het ontstaan van het emergente verschijnsel deterministisch/algoritmisch verklaarbaar maar niet de eigenschappen van het optredende verschijnsel zelf.

        Ik heb dit gemakshalve even gecopiëerd van Wikipedia’s ‘Emergentie’.

        Daarbij komt nog dat filosofen en naar mijn mening dus ook historici, het begrip ‘emergentie’ anders interpreteren dan fysici.

  6. Ben Spaans

    De zgn. Tweede Feodaliteit in ‘Oost-Elbië’ (zeg maar doorlopend tot de Oeral) was een veel breder proces dan alleen Frederik de Grote. Het zou al in vijftiende eeuw begonnen zijn en begon pas in de loop van de 19e eeuw tot een einde te komen. Hoe verder naar het oosten, hoe slechter de positie van de boeren, tot lijfeigenschap die nauwelijks van slavernij was te onderscheiden in Rusland.

  7. R.G. van Dam

    Stukje geschiedenis

    Freddie de Pruisenvorst,
    eersteklas musicus,
    (en stimuleerde de
    aardappelteelt.)

    Dwong hij zijn boeren tot
    Erbuntertänigkeit?
    Dit houdt historici
    ernstig verdeeld.

    (Ja, zo’n mooi zeslettergrepig woord schreeuwt om een ollekebolleke, toch?)

    1. Frans

      Nou snap ik het. Frederik dwong de boeren tot onderdanigheid omdat iemand tenslotte die aardappels moest telen.

      1. Martin

        Frederik heeft de aardappel ingevoerd. Er zijn nog steeds mensen die een aardappel neerleggen op zijn grafsteen bij Sanssouci.

    2. Ben Spaans

      Ik heb voor het gemak Tweede Feodaliteit gebruikt. In Engelstalige werken wordt het meestal Second Serfdom genoemd, maar in het Nederlands zou ‘Tweede Horigheid’ onbegrip oproepen.
      ‘Feodalisme’ is een begrip geworden waarbij zoveel concepten, veronderstellingen en aannames door elkaar zijn gaan lopen dat het er niet duidelijker op is geworden.

  8. A. Gaastra

    Binnen de mediëvistiek is de term feodalisme om een hele maatschappij of, daarbinnen (of overkoepelend, als je meer Marxistische denkt), een economisch systeem te duiden inmiddels behoorlijk problematisch geworden. Moderne handboeken over de middeleeuwen spreken er inmiddels over met grote voorzichtigheid. Naar mijn idee hebben de constituerende elementen van het feodalisme wel in meer of mindere mate bestaan, hoewel zeker niet in alle regio’s van Europa tegelijk of in even sterke mate of in dezelfde periode, maar ik vraag me vooral af of je een hele samenleving als feodaal kunt aanduiden. En dat geldt dan ook voor het Pruisen van Frederik II, die trouwens ook een behoorlijk mercantilistische politiek voerde.

Reacties zijn gesloten.