Historische gebeurtenis: de Lex Roscia

Kleio, muze van de geschiedvorsing (El Djem, Huis van de Maanden)

Ik heb het niet gecontroleerd, maar volgens mij betekent “historische gebeurtenis” precies niks. Het is een clickbait-term waarmee journalisten of politici u ervan willen overtuigen nog even te verwijlen bij iets dat doorgaans over een week vergeten is. Vroeger, toen ze nog Élysée-verdragen sloten en Nixons nog naar China gingen, vroeger hadden ze historische gebeurtenissen.

Zoals de Lex Roscia, de Wet van Roscius, van 11 februari 49 v.Chr. Dit is het betere historische gebeuren. Eerst iets over de situatie, daarna iets over het diepere belang en daarna iets over het nog diepere belang.

De situatie

De situatie: Julius Caesar, die zich geschoffeerd voelde door de Senaat, was met een leger van de Povlakte Italië binnengetrokken. Terwijl het ene in Gallië getrainde legioen na het andere zich bij hem voegde, ontdekten de Senaat en zijn generaal Pompeius dat ze geen enkele steun hadden. Niemand in Italië wilde sneuvelen voor een corrupte elite – wat overigens niet wil zeggen dat men wel wilde sterven voor Caesar. Zie voor dit alles hier en hier en hier.

Op 4 februari vluchtten de consuls naar Dyrrhachium, het huidige Dürres in Albanië, met medeneming van drie legioenen. Vijf dagen later arriveerde Caesar zelf bij de zuidelijke havenstad Brindisi. Hij had heel Italië in handen. En op 11 februari – vandaag dus 2069 jaar geleden – diende een van Caesars politieke vrienden, Lucius Roscius Fabatus, een wet in die het volle Romeinse burgerrecht verleende aan de mensen van de noordelijke Povlakte. Op de Romeinse kalender was het 11 maart van het jaar waarin Marcellus en Lentulus consul waren. Er werd die dag geschiedenis geschreven.

Het diepere belang

De Povlakte was al een kleine twee eeuwen Romeins. Caesars formele status was het gouverneurschap over dit gebied. In 52 v.Chr. was hij in deze regio soldaten gaan rekruteren, die samen de twee nieuwe legioenen V Alaudae en VI Ferrata vormden. Dit was illegaal, want de Povlakte-mensen waren officieel geen Romeinen. De Lex Roscia legitimeerde de praktijk.

Caesar en Roscius hadden een duidelijke keuze gemaakt. In de strijd om de macht waren soldaten nodig en die zouden moeten komen uit de wingewesten, die daarmee geen wingewesten meer waren maar gelijke rechten kregen. In feite gingen ze op weg naar een Mediterraan wereldrijk waarin alle vrijgeboren mannen gelijke rechten zouden hebben. Het zou nog een eeuw of twee, drie duren, maar de koers was uitgezet.

Deze keuze sprak bepaald niet vanzelf. De conservatieve tegenstanders van Caesar hielden het burgerrecht liever beperkt. Consul Marcellus had bijvoorbeeld een vooraanstaand man uit Como laten geselen omdat die had aangegeven Romeins burger te zijn (meer). De oorlog tussen Caesar en de conservatieve senatoren ging ergens over. Niet omdat Caesar een visionair was; burgerrechtverlening was een middel, geen doel. Maar de implicaties van dit middel waren zichtbaar.

Door de rekruteringsbasis smal te houden, verloren Caesars tegenstanders de burgeroorlog. Anders geformuleerd: de Romeinse burgeroorlogen, waaruit één man als winnaar naar voren zou komen, zodat de republiek de facto in een alleenheerschappij zou veranderen, kon alleen worden gewonnen door de partij die de provincies kon mobiliseren. De monarchie was, met een woord van de Britse historicus Ronald Syme, de wraak van het imperium.

Het nog diepere belang

Er speelt echter nog iets. Even een paar eeuwen terug, toen verbeteringen in de ijzerbewerkingstechniek hadden gezorgd voor economische bloei. De handel in het Middellandse-Zee-gebied intensiveerde. Dit ging weer hand in hand met verstedelijking; in de steden waren allerlei vormen van nijverheid; daardoor nam de vraag naar grondstoffen toe en dus de handel. De handelsnetwerken breidden zich uit: voorbij de Sahara naar de Bambouk, naar de Tin-eilanden in de Atlantische Oceaan, over de Alpen tot aan de Noordzee. Je zou het, met een slag om de arm, een vroeg globaliseringsproces kunnen noemen, waardoor niet alleen de welvaart gestaag toenam maar mensen ook vaker met elkaar te maken kregen.

De onvermijdelijke conflicten werden meestal gewonnen door de vorsten die de beschikking hadden over de meeste middelen, zodat er een tendens was naar steeds grotere staten. Uiteindelijk bleef er één over, de Romeinse Republiek, en daarbinnen zou uiteindelijk die groep naar voren komen die het meeste menselijke talent wist aan te boren – in het beschreven geval krijgslust, maar het moge duidelijk zijn dat de culturele bloei van de volgende eeuwen een uiting was van ook andere vormen van talent.

Een historische gebeurtenis

De Lex Roscia was een van de stappen in dit proces. Niet de enige, maar wel een belangrijke omdat op 11 februari 49 v.Chr. duidelijk was wat er op het spel stond: óf een wereldrijk waarin de wingewesten zouden veranderen in gelijkberechtigde provincies, óf een hiërarchische, traditionele republiek. Caesar en Roscius maakten de keuze en schreven geschiedenis.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici. Er is natuurlijk meer te zeggen. Voor u mij gaat beschuldigen van vulgair marxisme: maandag halen we Frederik de Grote erbij.]

7 gedachtes over “Historische gebeurtenis: de Lex Roscia

  1. Jort Maas

    Zeer juist. Alle gebeurtenissen zijn ‘historisch’. Ze zijn ook allemaal ‘uniek’. Water is nat.

  2. jacob krekel

    Ik zou onder een historische gebeurtenis willen verstaan een gebeurtenis die het waard is/van belang is om op te tekenen en aan volgende generaties na te vertellen. Dat belang/die waarde kan zijn dat een bepaald principe daarin duidelijk wordt getoond.
    De omstandigheden van de Lex Roscia deden mij bij voorbeeld denken aan de beschikbaarstelling van het corona-vaccin aan arme landen, Rusland en China doen dat wel, het Westen doet dat niet, die houden het allemaal zelf.
    China is in opkomst, het westen is in verval en over een paar honderd jaar zouden historici heel goed de wel/niet beschikbaarstelling van het coronavirus een historische gebeurtenis kunnen noemen.

  3. Ben Spaans

    Over een paar honderd jaar…de wel/niet beschikbaarstelling van het coronavirus een historische gebeurtenis kunnen noemen…
    U bedoelt hier de vaccins, denk ik…🙄

  4. Frans

    Ik zou eerder zeggen dat het pas later duidelijk wordt wat een historische gebeurtenis is/was. Ik ben ervan overtuigd dat helemaal niemand die toen in Italië leefde die wet als een historische gebeurtenis zag. Zo ook met dat hierboven genoemde voorbeeld van dat vaccin. Als er over honderd jaar nog historici zijn, kijken ze waarschijnlijk weer naar hele andere dingen.

    1. Laat ik het anders formuleren. Het tij der geschiedenis liep met hem mee en niet met de Senaat.

      Maar: ik noem Frederik de Grote natuurlijk niet voor niets. Er is niet zoiets als technologisch determinisme.

Reacties zijn gesloten.