Even geen commentaar

Raadhuis, Gouda.

Oké, ik val met de deur in huis: de commentaarsectie van deze blog gaat even op slot. Ik neem die beslissing niet lichtvaardig, want ik verwijder hiermee iets cruciaals. Het discussiëren is immers wat bloggen zoveel aardigheid geeft. De blokkade is daarom tijdelijk, maar wel noodzakelijk. Ik loop momenteel aan tegen de grenzen van mijn incasseringsvermogen.

Leuk en minder leuk

Als er één ding is waar ik als blogger trots op ben, dan is het dat we op deze plek een “community” hebben geschapen. Verschillende lezers heb ik via deze blog persoonlijk leren kennen; ik kan op uw expertise terugvallen als ik een vraag heb over natuurkunde of statistiek; u hebt mijn verblijf op de Vaalserberg mogelijk gemaakt, waar ik Xerxes in Griekenland en Bedrieglijk echt schreef; u steunt elkaar door stukjes over geliefde boeken te delen; we discussiëren en leren daarvan.

De minder leuke kant, die er bij een niet meer zo kleine blog ook is, is dat de gemoederen soms te hoog oplopen. Er zit weleens een trol bij. Steeds vaker moet ik commentaren weghalen en ook heb ik de moderatie op verschillende manieren aangescherpt. Er zijn teveel mensen anoniem; daar kunnen valide redenen voor zijn (die ik van bijvoorbeeld CK ken) maar er wordt misbruik van gemaakt door gratuit te schelden. Op Facebook en Twitter en via de mail komen ook reacties binnen. Ze zijn niet altijd zo ter zake, vriendelijk of opbouwend als u en ik willen.

Ik zou willen kunnen antwoorden: “je hoeft het niet te lezen”. Of ik zou willen zeggen: “hé, dit is maar een blog, het is de Journal of Roman Studies niet”. Maar zo werkt het niet.

De druppel

Gisteren was er weer een reactie van een fanatiek antireligieus iemand. Die reacties krijg ik wel vaker. De strekking is doorgaans dat religie achterlijk is en dat ik er niet over moet schrijven. Dikwijls en ook dit keer doet men alsof het extra erg is dat ik over godsdienst schrijf omdat ik toch wetenschapper zou zijn. Ik vind dat laatste nogal grievend. Je kunt weten wat het verschil is tussen het doen van onderzoek en het schrijven over onderzoek en onderzoekers. Je mag weten wat het beroep is van iemand tot wie je je richt. Ik doe echter alsof het me niet stoort en antwoord altijd vriendelijk dat religie een aspect is van het menselijk bestaan en dat historici zich nu eenmaal met het menselijk bestaan bezighouden. In drie van de vier gevallen volgt op dat antwoord een batterij verwijten.

Het kan ook gaan over andere onderwerpen, maar gisteren was het dus een angry atheist die stoom moest afblazen en vond dat ik daarnaar moest luisteren. Voor mij de druppel in een al overvol vat. Ik twijfel al langer aan de zin van mijn bezigheden: een mens wil iets zien verbeteren en dat gebeurt in mijn vak almaar niet. Ook kruipt de corona langzaam onder mijn huid. Hoewel ik zelf gezond ben gebleven, zijn er wel diverse kennissen overleden en zijn anderen ziek. Kortom, ik wil er even geen gedoe bij hebben.

Discussie moet

Begrijp me niet verkeerd: over de oudheidkunde, het hoofdthema van deze blog, valt veel te discussiëren. Zoals u weet maak ik me zorgen over de teloorgang van een te ver versplinterd vakgebied zonder voldoende professionele wetenschapscommunicatie. We moeten daarover discussiëren. Maar nu even niet. Noem het overmacht.