Het 5000e blogje

Vandaag een bijzonder stukje op de Mainzer Beobachter. Het is namelijk het 5000e blogje. Soms schrijf ik mijn krabbel in een half uur, soms doe ik er wat langer over, maar de dagelijkse kronkel is deel van mijn dagelijkse routine. Ik merk dat ik er, op een moeilijk onder woorden te brengen manier, mentaal houvast in vind.

Hoe belangrijk dat voor me is, ontdekte ik de afgelopen twee jaar. Terwijl de corona iedereen dwong minder directe sociale contacten te hebben, had ik dagelijks met mensen te maken. Online weliswaar, maar toch. De vaste lezers hebben inmiddels ruim 250 bijdragen geleverd en een kleine 50.000 reacties achtergelaten. Ik heb daarom een vermoeden dat ook voor menig lezer deze blog een deel is geworden van de dagelijkse routine. De Mainzer Beobachter is inmiddels een gedeeld project.

Lees verder “Het 5000e blogje”

Even iets over de Mainzer Beobachter

Lichte keelpijn, slaperigheid, een loopneus, een flauwe hoofdpijn en een enkele kuch: ik ben gevaccineerd en geboosterd maar zat deze week wel in een auto met iemand die positief bleek te zijn getest. Omdat de plek waar ik mijn PCR-test had moeten halen, bleek te zijn weggewaaid, zit ik nu wat langer dan normaal in zelfquarantaine. Een mooie gelegenheid om wat groot onderhoud aan de Mainzer Beobachter.

Als u hierboven kijkt, ziet u dat de kop wat is aangepast. Linksboven staat nu “Wat is de Oudheid?” en daar staat een superkorte samenvatting van de oude geschiedenis. Het uitklapmenu brengt u naar vervolgpagina’s met links naar artikelen over diverse landen of uitleg van wat de oudheidkundige wetenschappen nu eigenlijk maakt tot wetenschappen.

Lees verder “Even iets over de Mainzer Beobachter”

Steun de Mainzer Beobachter

Gevelsteen (Zeedijk 125, Amsterdam)

Dit is het 514e blogje dat de Mainzer Beobachter dit jaar op u afvuurt. Die heb ik niet allemaal zelf geschreven maar u mag de vraag stellen of ik niet iets beters te doen heb. Antwoord: ja, ik heb betere dingen te doen, heel veel zelfs. Alleen ging dat het afgelopen jaar wat ingewikkeld. U weet wel, corona. Sinds het bericht dat Wilfried was overleden aan een toen nog mysterieuze ziekte zijn er in mijn kennissenkring vierentwintig mensen overleden.

Gedwongen stil zitten

Dat ik nu een batterij blogjes over de Domitianus-expositie schrijven kan, is omdat ik weinig betaald werk heb. Ik ben soms reisleider, maar aan Libanon, Tunesië of Algerije hoef ik momenteel niet te denken. Schrijfwerk veronderstelt vaak dat ik mensen kan spreken en dat gaat moeizaam. Zoom is onvoldoende. De cursussen die ik verzorg zijn lastig om een grappige reden: weliswaar biedt het kabinet financiële steun aan de culturele sector, maar daar valt onderwijs niet onder, terwijl mijn onderwijs wel valt onder de verplichte sluitingstijden voor de culturele sector. Kortom, het kabinet heeft in het belang van de gemeenschap mij aangewezen om af te zien van reguliere inkomsten.

Lees verder “Steun de Mainzer Beobachter”

Huishoudelijke mededeling

U zult morgen merken dat de commentaarsectie op slot gaat. Daarvoor was geen nare aanleiding, zoals een vervelio die hier kwam zeeleeuwen of op een andere manier onze fascinerende huisregels negeerde. Integendeel, er is een leuke aanleiding: mijn vriendin en ik zijn de komende tijd in Irak. Als blogger houd ik zielsveel van mijn publiek maar eenmaal aan Babels stromen wil ik mijn aandacht hebben bij

  1. mijn vriendin
  2. andere zaken.

Bij die andere zaken mag u denken aan de verkiezingen die Irak aanstaande zondag organiseert. Maar u mag ook denken aan, ik noem eens wat, de Sumerische steden Uruk en Ur, aan de Babylonische stad Sippar en aan de Assyrische hoofdsteden Nimrud en Nineveh. De vlakte van Gaugamela zullen we wellicht zien vanaf een bergtop bij het klooster van Mar Mattai. Misschien kunnen we vanuit Mosul de Italiaanse opgraving in Hatra bezoeken. In het museum in Bagdad wil ik kleitabletten fotograferen die horen bij dit project. En het lijkt me leuk het Gilgameštablet te zien dat onlangs door de Green-collectie is teruggegeven. Ook de Moeras-Arabieren staan op het programma.

Lees verder “Huishoudelijke mededeling”

12. Wat te doen?

Ik ben de weg kwijt.[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zijn weinig nieuws tegengekomen, maar ik wilde zijn of mijn ambities overeenkwamen met de praktijk. Helaas is dat niet zo. Dit is het laatste stukje van vandaag. Het eerste was hier.]
Na mijn beslissing te stoppen met de Livius Nieuwsbrief was de keuze vrij snel gemaakt te beginnen met een groepsblog die Grondslagen.net heet. Daar zouden alle oudheidkundige blogs dan kort delen wat ze te melden hebben, waarna lezers vanaf Grondslagen.net naar de deelblogs zouden worden geleid. Eén blog als wegwijzer naar de andere. Ook wilde ik informatie bieden over de Oudheid die dan doorgaans minder actueel zou zijn, maar die in elk geval niet de flauwekul samenvatte die de Livius Nieuwsbrief schadelijk had gemaakt. Als een website als Neerlandistiek kan bestaan, waarom kunnen archeologen, classici en oudhistorici dan niet één site maken waar mensen alles kunnen vinden?

Ik weet niet goed hoe dit project verder zal gaan. Het idee was dat ook de musea blogs zouden delen, maar door de corona hebben ze andere prioriteiten en is het er nog niet van gekomen. Hoewel we ruim duizend abonnees hebben, zijn we er nog niet. Grondslagen kan momenteel alleen voetafdruk opbouwen. Wat overigens niet zonder nut is.

Lees verder “12. Wat te doen?”

11. Opnieuw in een fuik

Goed werk proberen te leveren is een soort Danaïdenvat (Antikensammlung, München)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het voorlaatste van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

Even samenvatten. De humaniora vormen een zinvolle intellectuele activiteit. Door de aard van de eigen denkbeelden te doorgronden groeit een mens als mens. Bovendien verbindt kennis alle volken en generaties. Dat is het grote verhaal van de mensheid, een verhaal over groei, verheffing, zelfverwerkelijking. De crux hierbij is dat het Bildungs-ideaal collectief is.

Of zou moeten zijn. In de praktijk is het dat niet. De universiteiten leiden studenten als individuen op door ze vaardigheden en inzichten mee te geven, maar onthoudt door middel van betaalmuren deze inzichten aan de rest van de samenleving. (Bedenk hierbij: de VSNU heeft mooie woorden over de maatschappelijke functie van wetenschap maar nodigt de maatschappelijke organisaties niet uit voor een gesprek over de vraag wat de maatschappij nodig heeft.) Voor de oudheidkunde zijn daarnaast de gymnasia relevant. Die bieden een mooi product, maar het is opnieuw toegesneden op kleine groepen individuele leerlingen, allemaal op het VWO. Terwijl er daarbuiten eveneens mensen zijn met belangstelling voor de oude wereld. Ik zal wat verklappen: dat zijn er meer. Het blijkt uit de bezoekcijfers van de musea.

Lees verder “11. Opnieuw in een fuik”

10. Vuile handen

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het tiende van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

Omdat geesteswetenschappelijk onderzoek dat niet bij het publiek aankomt beter niet had kunnen worden uitgevoerd, heb ik jarenlang de Livius Nieuwsbrief uitgegeven, waarin ik elke maand het nieuws over de Oudheid samenvatte in de vorm van talloze linkjes. Al vrij snel begon ik er commentaar op te geven. Het nieuwtje hier was allang bekend (want het stond al daar) en dat bericht klopte echt niet (en wel hierom). Of er was weer eens een gevalletje oudheidkundige standaardoverdrijving. En uiteraard zouden archeologen nooit één keer iets bekendmaken als ze ook twee keer konden hengelen naar fondsen.

Ik haatte dat becommentariëren. Het is geen prettige aanblik hoe de oudheidkunde zichzelf om zeep helpt. Steeds vaker was ik na het versturen van de Nieuwsbrief neerslachtig. Aanvankelijk dwong ik mezelf de nieuwsbrief te openen met “het mooiste van de maand”: voor mij een herinnering dat er ook mooie dingen waren en voor de lezer een geruststelling. Later begon ik een aparte commentaarsectie, zodat de rest van de nieuwsbrief positief kon blijven.

Lees verder “10. Vuile handen”

9. Stagnatie

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het negende van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

De situatie is des triester omdat er echt weleens nieuws valt te melden. Heel belangrijk is de DNA-revolutie, waarover ik het afgelopen maandag al had. Het bioarcheologische onderzoek maakt steeds duidelijker dat mensen mobieler zijn geweest dan oudheidkundigen lange tijd hebben aangenomen, dat dus ook ideeën onverwacht mobiel waren en dat we bij de uitleg van antieke teksten de netten wijder moeten werpen dan tot nu toe. Het kan best zijn dat een Aramese tekst de ideeën documenteert die nodig zijn om een Latijnse tekst te begrijpen.

Dit is een fascinerende ontwikkeling waarover elke oudheidkundige graag vertelt. In de eerste plaats omdat veranderingen in de ene oudheidkundige bloedgroep, de archeologie, ingrijpende gevolgen hebben voor een andere bloedgroep, de bestudering van literatuur. Het is prachtig om over die vervlochtenheid te kunnen vertellen. Een tweede gevolg is dat we én een enorme verrijking van het databestand krijgen én voor de taak staan een hermeneutische strategie te ontwerpen voor de eenentwintigste eeuw. Er zijn dus wel degelijk mooie dingen te melden.

Lees verder “9. Stagnatie”

8. De praktijk

Soms maakt een diepe verslagenheid zich van je meester

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het achtste van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

Als mensen makkelijk slechte informatie vinden, bouw je een structuur om mensen even makkelijk betrouwbare informatie te laten vinden: het mag dan vanzelf spreken dat er naast de fabeltjesfuik een feitenlift moet zijn, er blijven diverse problemen. Als je mensen goed wil informeren, moet je beschikken over goede informatie. De universiteiten verbergen die echter achter betaalmuren. Daarmee beletten ze niet alleen de opbouw van een gelaagde infrastructuur om kennis te delen, maar verhinderen ze ook dat mensen in een staat van vertrouwdheid raken met het wetenschappelijk proces. Aard en belang van onderwijs, wetenschap en cultuur blijven onduidelijk en omdat wetenschappers toch exposure zoeken, proberen ze de aandacht te trekken met andere middelen. Daarbij doen ze de waarheid nogal eens tekort.

Voorbeelden te over. Voor De klad in de klassieken heb ik uitgeknobbeld dat 40% van de archeologische persberichten onjuistheden bevatte die de opstellers moesten hebben herkend. Archeologen willen nog weleens overdrijven, zoals wanneer ze claimen dat het belangrijk is te weten welk Romeins legeronderdeel de sectie van een weg heeft gebouwd. Classici willen nog weleens oude wijn in nieuwe zakken doen, zoals het project Anchoring Innovation, dat een negentiende-eeuwse hermeneutische strategie herintroduceert. Weer een andere keer is er sprake van ongefundeerde speculaties, zoals wanneer weer eens een paleis van koning David is opgegraven. Dit is echter wel wat de media haalt. De voorlichting schiet tekort.

Lees verder “8. De praktijk”