Geliefd boek: Die Hauptstadt

Om, na het Geliefde Boek van gisteren, maar even bij Oostenrijkse schrijvers te blijven wil u wijzen op een generatiegenoot van Karl Markus Gauß: Robert Menasse. Deze Weense schrijver heeft natuurlijk nog veel meer geschreven, maar ik ken hem van twee romans: Die Vertreibung aus der Hölle en Die Hauptstadt. Daarnaast zijn er nog een aantal veelbelovende titels waar ik ooit aan toe hoop te komen, zoals de essaybundel Das Land ohne Eigenschaften.

Die Vertreibung aus der Hölle

Die Vertreibung aus der Hölle speelt voor een groot deel in zeventiende-eeuws Amsterdam en gaat over het leven van de historische figuur rabbijn Samuel Manasseh ben Israel, een Sefardische Jood die als kind met zijn ouders uit Spanje is gevlucht. Manasseh ben Israels leven wordt afgezet tegen het leven van de in 1955 in Wenen geboren Victor Abravanel, kind van Oostenrijkse Joden die in de nazitijd alle hoeken van de hel hebben gezien. Hij schrijft een proefschrift over de Amsterdamse rabbi. Ik ben er niet zo voor om de inhoud van een boek uit de doeken te doen, maar vooruit: één klein citaatje moet kunnen.

‘Opa, bitte, erzähl mir einmal, wie das damals war, in die Nazizeit.’ Der Großvater sah Victor erstaunt an – wie durch einen Zaubertrick waren seine Tränensäcke plötzlich fünfmal so groß wie gerade noch eben –, dann schob er seinen Stuhl etwas zurück, stellte ihn schräg, so daß er an Victor vorbei zur Großmutter sah und sagte: ‘Übrigens Dolly, weißt du, wen ich heute vormittag im Café Monopol getroffen habe?’

Manasse vlecht twee verschillende tijdperken en twee verschillende personen prachtig en spiegelend door elkaar.

Die Hauptstadt

Maar waar ik het eigenlijk over hebben wil is Die Hauptstadt. Een fantastische beschrijving van het reilen en zeilen van het Europese bolwerk in Brussel, die gelardeerd wordt met een plan voor een nieuwe hoofdstad voor de Europese Unie en het her en der verschijnen van een reusachtig varken dat ongrijpbaar overal in de stad opduikt. In deze roman staan diverse levens naast elkaar, die elkaar hier en daar raken. Ambtenaren in het Berlaymontgebouw in allerlei soorten en maten, een professor die een toespraak komt houden, een Poolse superkatholiek die is uitgestuurd om een aanslag te plegen, een eenzame oude man die de kampen heeft overleefd.

De roman is in het Nederlands vertaald. Toch zou ik hem, indien mogelijk, in het Duits lezen. In die taal komen alle taalgrappen en literaire verwijzingen toch het beste tot hun recht. Citaat? Er zijn er zoveel. Ik kies deze, over de plaag die we ook uit de landelijke politiek kennen:

Erhart wusste, dass diese Lobbyisten nicht unbedinkt Zyniker waren, nicht alle. Sie glaubten wirklich, was sie sagten, erstens weil sie es nichts anders gelernt hatten, und zweitens weil sie gelernt hatten, damit ihr Geld zu verdienen. Ihr Mantra wurde gut bezahlt, alles andere weniger oder gar nicht.

Dat samen met een Schwein dat in Roths schnurgerade Linie schuin over een kerkhof rent; ik kan het u werkelijk aanbevelen. Robert Menasse: onthoud die naam. Of beter nog: lees hem!

[Op mijn uitnodiging aan de vaste lezers van deze blog om geliefde boeken te delen, ging Saskia Sluiter voor de tweede keer in. Opnieuw dank je wel Saskia!]