Abraham uit het Ur der Chaldeeën

Ur, met op de achtergrond de ziggurat

Het zal moeilijk te missen zijn: de paus is momenteel in Irak. Op de zaterdag waarop dit stukje online gaat zal hij in Najaf een ontmoeting hebben met de invloedrijke grootayatollah Ali al-Sistani, het “navolgenswaardig voorbeeld” (marja) voor sji’ieten in Irak, Libanon en Iran. Daarna reist hij – ik bedoel de paus – door naar Ur. Ik blogde al eens over het zogenaamde huis van Abraham, die door alle drie grote monotheïstische religies wordt beschouwd als voorvader.

De verhalen in Genesis zijn goed genoeg maar we hebben geen idee wanneer de man leefde. Het is ook eigenlijk de verkeerde vraag. Er is een keer een man Abraham geweest – de naam moet immers ergens vandaan komen – die voldoende interessant was om te onthouden en waarover men verhalen begon te vertellen. En verhalen aan toe te voegen die bij hem pasten. Hetzelfde geldt voor Isaak en Jakob, in Genesis gepresenteerd als zijn zoon en kleinzoon. Het drietal staat bekend als de aartsvaders.

Sommige verhalen, zoals dat van de ondergang van Sodom en Gomorra, zijn algemeen menselijk. Er gaan nogal wat zondige steden en plekken ten onder in de wereld van volksvertellingen. Ik heb weleens gewezen op Filemon en Baukis. Wie de Nederlandse sagen er eens bij wil hebben, kan terecht bij dit artikel van Hans Overduin. Omdat de verhalen er al waren en later “aan een hoofpersoon werden opgehangen” kon het gebeuren dat dezelfde anekdote over zowel Abraham als Isaak werd verteld, zoals die over het bezoek aan Egypte.

Andere verhalen zijn oeroud, zoals dat over de aqedah, over hoe Isaak zich door Abraham laat binden om te worden geofferd. Dit is een van de invloedrijkste verhalen uit de joodse literatuur, want de theologische duiding van de dood van Jezus, gestorven voor de zonden van anderen, gaat erop terug. De achtergrond van het kinderoffer maakt een oorsprong in het derde of tweede millennium plausibeler dan in het eerste, toen kinderoffers extreem zeldzaam waren.

Andere verhalen over de aartsvaders zijn juist jong. Een aardige aanwijzing daarvoor is dat er dromedarissen in voorkomen, een dier dat later is gedomesticeerd dan je in welke bijbelse chronologie ook zou verwachten. Ook een analyse van de juridische verhoudingen uit de verhalen over Abraham, Isaak en Jakob duidt eerder op het eerste dan het tweede millennium, wat opnieuw iets zegt over de betrekkelijk late optekening.

Kortom, de drie aartsvaders hebben als magneten verhalen aangetrokken die in de loop der jaren steeds zijn uitgebreid, bewerkt, aangepast en vergeten. Als er al een historische kern is, is die overwoekerd en misschien is het oorspronkelijke verhaal, dat de generaties na de echte Abraham hebben verteld, wel niet overgeleverd. Het is niet helemaal hetzelfde als koning Arthur, want terwijl er in de Britse “Dark Ages” plek is voor een krijgsheer die met succes tegen de Saksen streed, is het onmogelijk de uiteenlopende verhalen over Abraham, die op allerlei momenten met de man in verbinding zijn gebracht, op een bepaald punt te plaatsen. Er is geen “Abrahamvormige ruimte”, om een jargonterm te gebruiken.

Laatste punt: kwam hij werkelijk uit Ur? Vaak wordt gezegd dat de bijbelse vermelding van “het Ur der Chaldeeën” dit verhaal plaatst in het eerste millennium, toen de Chaldeeën een volk waren in Zuid-Irak. Dat wordt dan gebruikt als argument waarom Abraham onhistorisch is, maar dit is nu net wat minder overtuigend. Het is eerder een actualisering van de topografie, zoals je “Andalusië” kunt zeggen waar je Tartessos of Baetica bedoelt, omdat niemand daar ooit van heeft gehoord.

Het is niet helemaal uit te sluiten dat niet Ur in het zuiden van Irak is bedoeld, maar een plaats in Oost-Turkije, het huidige Sanli Urfa, dat in het Aramees Urhai heet. Het zou verklaren waarom de Joden zeiden dat een zwervende Arameeër hun voorvader was. Maar waarom daar dan later een Chaldese stad van is gemaakt, wordt daarmee niet verklaard.

Morgen is de paus in Mosul. Hij zal wel een blik werpen op Nineve, maar ik denk niet dat ik daar nóg eens over blog. U kijkt maar hier.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]