Geliefd boek: Die versprengten Deutschen

Karl-Markus Gauß (1954) is een Oostenrijkse schrijver die in Salzburg leeft. Hij is bekend als essayist en reiziger door Midden- en Oost-Europa, waarover hij lezenswaardige boeken heeft gepubliceerd. Het werk van Gauß is in verscheidene talen vertaald, maar bij mijn weten nooit in het Nederlands. De schrijver bedient zich van een helder, modern Duits zonder ingewikkelde constructies of al te lange zinnen, observerend zonder meanderende reflecties en met af een toe een laconiek terzijde.

Hij schreef onder andere Die sterbenden Europäer (2001) over kleine Europese volkeren die verdwijnen en Die Hundeesser von Svinia (2004) over Romas in een klein dorpje in het oosten van Slowakije. Ook anderszins heeft hij zich voor de Romas ingezet. Steeds is de schrijver op zoek naar de randen van het officiële Europa en de marginale groepen die er leven.

Het voor mij geliefde boek is Die versprengten Deutschen. Unterwegs in Litauen, durch die Zips und am Schwarzen Meer (2005), dat gaat over de vraag wat er met Duitsers in Oost-Europa na 1945 is gebeurd. Het boek bestaat uit drie reizen. De eerste is naar Litouwen. Daarna Zipsis, een grensoverschrijdende regio tussen Slowakije en Polen. Tenslotte reist hij af naar de Oekraine.

Gauß verblijft in Vilnius, de hoofdstad van Litouwen. Om u een beeld te geven van zijn stijl en de onderwerpen waarover hij in dit boek schrijft, zal ik als voorbeeld over Louise Quietsch vertellen.

Louise Quietsch is ongeveer in 1939 in een klein dorp in Oost-Pruisen (tegenwoordig gelegen in de Russische enclave Kaliningrad) geboren. De eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog verliepen nog rustig. Maar in 1944 begint het Rode leger met zijn opmars. Veel verwoestingen, roof, verkrachtingen en vele doden waren het resultaat. Velen zijn toen naar het Westen gevlucht. Anderen vluchtten richting Litouwen. Daaronder waren veel kinderen die wees waren geworden. Ze worden Wolfskinder genoemd en de schatting is dat het om 20.000 kinderen gaat.

In 1945 (…) hatten die zu Waisen gewordenen ostpreußischen Kinder weder mit Beachtung noch mit Mitleid zu rechnen. Als kleine, zerlumpte Banditen mußten sie selber für ihr Überleben sorgen. Ihre Väter waren gefallen oder gefangen, die Mütter, stets die ersten in den Familien, die verhungerten, weil sie die Nahrung, die sie benötigten, ihren Kindern gaben, hatten sie oft selbst begraben müssen.

Ook de moeder en tante van Louise sterven. De stervende moeder houdt haar dochter voor dat ze steeds moet blijven zeggen; ‘Ich bin Louise Quietsch.’ Ze trekt verder met broertjes en zusjes die ze in de chaos echter kwijtraakt. Ze sluit zich aan bij een groep andere wezen. Uiteindelijk wordt ze opgenomen door in Litouws echtpaar dat haar hard behandelt en regelmatig dreigt haar weg te sturen, maar dat is nooit gebeurd.

Mit zehn Jahren hatte Louise Quietsch ihre Muttersprache verloren, mit 45 fand sie sie wieder. 1950, als sie nicht mehr wußte, daß sie jemals Deutsch gesprochen hatte, glaubte sie, ihr früheres Leben nur geträumt zu haben.

Het was in 1985 als ze voor een speelgoedwinkel staat en een van hout gemaakt speelgoed ziet dat ze opeens Hampelmann zegt.

Ein wort das sie nicht mehr kanntte, aus einer Sprache, die sie seit 35 Jahren vergessen hatte.

(Het speelgoed bestond ook Nederland. Het zijn trekpoppen van grappige figuurtjes waarbij met een touwtje armen en benen zijn te bewegen.) Na het eerste woord Hampelmann besluit Louise haar moedertaal opnieuw te leren. Dat gaat gemakkelijker dan gedacht.

(…) ein Wort fugte sich an das andere, ein Satzkonstruktion erzeugte die nächste, ein Zeitform erschuf gleich all die anderen, und schon nach wenige Monaten sprach sie fehlerfrei.

Gauß maakt een afspraak met Louise Quietsch in een restaurant in het centrum van Vilnius

in dem bereits die Preise des europäischen Kapitalismus verlangt wurden, aber noch die Umgangsformen der sowjetischen Kantinenwirtschaft herrschten.

Louise blijkt een opgewekte vrouw te zijn. Het eerste wat ze tegen Gauß zegt is: ‘Ja, die Wolfskinder haben die Rechnung bezahlen müssen.’

Gauß spreekt andere Wolfskinder die andere verhalen vertellen, maar die moet u zelf maar lezen. De rest van het boek is trouwens ook interessant, maar wellicht minder indringend.

Als Oostenrijker die in zijn geboortestad Salzburg is blijven wonen, is Karl-Markus Gauß een Europese schrijver die over een Europese wereld schrijft die we in Nederland slecht kennen omdat vaak alleen naar het Westen wordt gekeken. Ik kan mijn waardering voor de schrijver het best uitdrukken door een boekbespreker uit de Frankfurter Algemeine Zeitung te citeren:

Gauß lesen bedeutet: mit anderen Augen sehen zu lernen.

Wat wilt u nog meer van een schrijver?

Op de website boekwinkeltjes.nl zijn (nieuwe) boeken van hem te vinden. Zelf heb ik weleens een boek van Karl-Markus Gauß bij een kleine, Berlijnse boekenwinkel besteld. Natuurlijk moeten we de lokale boekhandel steunen en die boekenwinkel in Berlijn valt daar voor mij ook onder.

  • Karl-Markus Gauß, Die versprengten Deutschen. Unterwegs in Litauen, durch die Zips und am Schwarzen Meer (online)

[Op mijn uitnodiging aan de vaste lezers van deze blog om geliefde boeken te delen, ging Huibert Schijf voor de alweer elfde keer in. Bedankt Huibert!

Mocht nog iemand zin hebben om mee te doen – stuur maar in. De lockdown duurt nog wel even, er is geen bal op TV maar wel een avondklok, en u verrijkt uw mede-blog-lezers door ze op mooie boeken te attenderen.]