Geliefd boek: Spinozaland

Er zijn boeken waarvan je een beetje treurig wordt dat je ze uit hebt. Je leest en herleest nog eens een aantal bladzijden, bepaalde passages, het begin. Laat het nog een poosje dicht in de buurt liggen. En dan is toch het moment gekomen dat het in de kast moet, anders worden de stapels wel heel hoog rondom tafel en bed.

Het gebeurt niet vaak, hoogstens één keer per jaar, hoogstens.  Maar het overkwam me met dit boek.

Maxime Rovere is een Frans filosoof met grote kennis van het denken van Spinoza. En dit boek is zijn eerste ‘roman’. Dit begrip staat nergens genoemd op kaft of titelblad. Maar Wiep van Bunge, hoogleraar geschiedenis van de filosofie, noemt het werk zo in zijn korte inleiding, en terecht in mijn ogen.

Geen eenling

Roveres doel was een boek te schrijven waarin duidelijk zou worden dat Spinoza, na zijn verbanning uit een joodse gemeenschap (ja: ‘een’, er waren er vele in het zeventiende-eeuwse Amsterdam), niet in volstrekte eenzaamheid en zijn geld verdienend met lenzen slijpen, zijn filosofische werken heeft geschreven.

Spinoza was weliswaar dikwijls de aanjager en ook wel de belangrijkste woordvoerder van een hele generatie Amsterdamse vrijdenkers maar hij was geen reus omringd door dwergen. Wat hij schreef ontstond uit een proces van voortdurende interactie met zijn vrienden: Juan de Prado, Franciscus van der Enden, Lodeijk Meijer, Adriaan Koerbagh, en anderen.

De oorspronkelijke Franse titel geeft dit nog beter weer: Le clan de Spinoza:

Met andere woorden, de jonge geleerden vormen geen samenhangende groep die een beweging genoemd kan worden. Ze zijn niet georganiseerd in een partij, noch selectief zoals een exclusief clubje. Het is zelfs geen kring want er is geen centrum. Vanuit hun studeerkamer, privélaboratorium, universiteit of achtertuintje afkomstig uit onverschillig welke geloofsgemeenschap, als arme burger of rijke patriciër, kan wie dan ook mee doen als hij maar zijn favoriet domein volgens rationele principes onderzoekt. Precies daarin onthult zich het enige probleem dat ze met elkaar delen: niemand weet precies wat die ‘Rede’ inhoudt. Het gaat om een relatie tot de werkelijkheid die ze samen proberen te doorgronden. (p.235)

Fictie bij de feiten

De Rovere gebruikt feiten en fictie. Feiten gebaseerd op de geschriften van Spinoza en van anderen rondom hen en wat bekend is over de groep vrienden waarin zijn en andermans werk tot stand kwam. En daarnaast feiten uit de  Europese werkelijkheid van het tweede en derde kwart van de zeventiende eeuw.

En fictie: de gesprekken die plaats vonden waarvan uiteraard geen schriftelijke neerslag is. En daarvoor gebruikt de schrijver zijn levendige verbeelding en mooie taalgebruik. En die beide leveren een prachtige roman, spannend, indrukwekkend en ook intellectueel bevredigend.

Marranos

De roman begint met de vlucht uit Portugal van de grootvader van Bento Spinoza naar Nantes, naar zijn oudste  broer die daar al woont. De gedwongen bekeerde joden, marranos, kunnen niet meer leven in Portugal.

Twintig jaar blijven ze in Nantes. En dan komt daar de dreiging met een ordonnantie april 1615 van Lodewijk XIII dat de joden ook uit Frankrijk verdreven zullen worden. Daar wachten de beide broers niet op. Met name de oudste heeft goede (handels)contacten in de Republiek, ze emigreren naar Amsterdam.

En dan volgen we de verschillende joodse gemeenschappen in Amsterdam en hun vele onderlinge vetes, dus ook tussen de broers, over de interpretatie van de Thora en de uitleg van de Misjna en welke regels er nu wel of niet precies gevolgd moeten worden. En komt Bento Spinoza ten tonele, 24 november 1632, derde in een gezin van uiteindelijk 4 kinderen.

Wiskunde

Bento’s ontwikkeling is geworteld in het bestuderen van de Thora, niet in religieuze zin maar in filosofische zin. En in de ontdekking van de magie van de wiskunde.

Bento, opeens heel stil, blijft naar de figuur op het schoolbord staren. Zo’n intense helderheid omringt de jongen en de driehoek dat er niets meer tussen hen in staat: de leraar, Het Griekse alfabet, de klasgenoten zijn verdwenen omdat de hele wereld niet meer dan een schim, is vergeleken bij de som van de drie hoeken. (p. 84-85)

Als teener komt hij in de jesjiva (studiegroep) bij rabbijn Saul Moreira. Waar hij samen met 3, 4 andere jonge mannen de Thora bestudeert.

De jongeman verkiest duistere passages in de Bijbel op te helderen op een historische inplaats van op een literaire of theologische wijze en (…), hij heeft de neiging om die niet bij de commentatoren te zoeken: de Schrift, niets dan de Schrift (….).

Hij was nog geen vijftien (…) toen hij al moeilijkheden op wierp die de grootste geleerden onder de joden met moeite wisten op te lossen.

Dat is het moment waarop de vragen van Spinoza de rabbi in verlegenheid beginnen te brengen

Vrienden en verbanning

Dan vormt zich langzamerhand de vriendenkring van Spinoza die hij leert kennen via de handel van zijn vader: Jarig Jellesz, Pieter Balling, en via hen Jan Rieuwertsz, boekhandelaar en uitgever, Franciscus van den Enden waar Spinoza Latijn leert.

De verbanning, de cherem, uit de Joodse gemeente volgt, die heel wat minder dramatisch blijkt dan jaren later geschilderd.

Het besluit van de parnassim verlost Spinoza van een ware nachtmerrie. Voortaan hoeft hij nergens meer verantwoording voor af te leggen maar hij kan ook nergens meer aanspraak op maken…….

Hij is geen handelaar meer, hij is vrij, vrij om op zoek te gaan naar de waarheid.

Meer vrienden

De vriendengroep breidt zich uit later met onder andere Adriaan Koerbagh, Juan de Prado en de Deense Nicolas Steno en wat verder weg Leibniz. En nog weer later jongeren onder wie Von Tschirnhaus. En die vrienden zijn niet alleen filosofen, nee we vinden er medici onder, wiskundigen, natuurkundigen, anatomen en geologen alhoewel dit precieze onderscheid er eentje is van latere tijden. Elk van die domeinen worden betreden om te begrijpen.

We lezen over de vele discussies in die groep die het belangrijkste deel van het boek uitmaken: de ontwikkeling van hun gedachtegoed op zoek naar waarheid en vrijheid, vrijheid en waarheid.

En niet alleen Spinoza’s denken wordt gevolgd maar ook van een heel aantal vrienden los van of in samenhang of tegenspraak met Spinoza: de roman maakt zijn titel waar: Spinozaland of Le clan Spinoza.

En dat doet hij ook doordat de roman niet eindigt met Spinoza’s overlijden op 21 februari 1677. We volgen dan nog de moeizame strijd om de uitgave van Spinoza’ geschriften. En de levens van Nicolas Steno, bekeerd tot het katholicisme en priester geworden en von Tschirnhaus die uiteindelijk met zijn vindingen met het branden van glas de basis legt voor het vervaardigen van porselein in Duitsland.

Vertaling

Tot slot nog een paar woorden over de vertaling uit het Frans. Behalve in de titel, komt de Nederlandse vertaling waarschijnlijk de wereld van Spinoza meer nabij dan in de Franse uitgave. De vertalers hebben, in overleg met de schrijver, overal de Nederlandse vertalingen van Spinoza’s werk gebruikt en waar het maar enigszins kon ook uit de geschriften of documenten en andere zeventiende-eeuwse Nederlandse teksten. Er was dus daar geen ‘tussentaal” (het Frans) nodig.

En helemaal tot slot over het lenzen slijpen van Spinoza:

Leven is begrijpen. En dat is de reden waarom Spinoza, net als Hudde, Boreel, Huijgens en Hook, lenzen slijpt. Hij is niet meer ambachtsman dan de grote opticiens uit zijn tijd. Hij slijpt lenzen om te begrijpen, enkel en alleen om te begrijpen.

(Spinoza heeft kunnen bestaan dankzij het mecenaat van de familie van een vriend, Simon de Vries, niet door lenzen te slijpen en te verkopen)

[Op mijn uitnodiging aan de vaste lezers van deze blog om geliefde boeken te delen, ging Truus Pinkster voor de derde keer in. Hartelijk dank Truus!

Mocht nog iemand zin hebben om mee te doen aan deze reeks: stuur maar in. We maken ons op voor de vierde golf, dus uw mede-blog-lezers kunnen nog wel wat advies gebruiken.]

6 gedachtes over “Geliefd boek: Spinozaland

  1. Saskia Sluiter

    Dank je wel Truus!
    Wat een interessante periode was dit, met al deze Groten met hun vormgevende vragen. Ik ga het beslist lezen.
    Overigens: Tschirnhaus komt ook uitgebreid aan de orde in Edmund de Waals ‘The white Road’, over de geschiedenis van porselein. Ook zeer aan te bevelen.

  2. Hans Overduin

    Ik vrees dat ik niet om dit boek heen kan. Praktisch gezien alleen jammer dat dit 560 pagina’s dikke boek niet gebonden is uitgegeven, maar je kunt niet alles hebben.

  3. Roger Van Bever

    Interessante tip, Truus en dank dat je hier Spinoza onder de aandacht brengt!
    Ik vind Spinoza een van de belangrijkste filosofen aller tijden. Zijn levensperikelen zijn minstens even belangrijk. Ik maakte wat diepgaander kennis met zijn ideeën in een cursus filosofie van de Open Universiteit eind jaren ’90.

    Ik ben onlangs begonnen aan zijn ‘Ethica’, in de tweetalige editie van Henri Knop uit 2014, waarvan Hugo Brandt Corstius in het NRC schreef: “Voornaam uitgegeven in een tweetalige editie, het korzelige Latijn van de zeventiende-eeuwse autodidact naast het even zorgvuldige als hedendaagse Nederlands van de Rotterdamse filosoof” Niet gemakkelijk, dus de lectuur verloopt mondjesmaat.

    Dit boek kende ik niet, maar ik heb enkele jaren geleden de roman ‘Het raadsel Spinoza’ van de hand van David Yalom, een beroemd psychiater uit de V.S. gelezen en dit zou ik van harte willen aanbevelen. Het is een volgens een strikt patroon opgebouwde roman, waarbij per hoofdstuk afwisselend het leven van Spinoza en dat van de antisemiet en bedenker van de nazistische rassentheorie Alfred Rosenberg wordt beschreven, een soort Plutarchusformule dus. Een spannend boek, maar een roman en dus geen al te diepgaande beschrijving van beider gedachtegoed. Toen ik het boek uit had heb ik nog dagen later nagedacht over de totale onbarmhartigheid van de ‘cherem’ die Spinoza trof en hem tot een paria maakte. Maar wat de werkelijke historische waarheid is, weten we niet. Het is een roman. Toch leer je vaak veel uit een historische roman, vooral als die berust op gedegen research. Als voorbeeld noem ik “Het woud der verwachting’ van Hella Haasse over het leven van Charles d’Orléans.

    Spinoza is zo belangrijk dat de Fransen het hebben over ‘le spinozisme’. Let wel, in minusculen!

  4. FrankB

    “….. niet in volstrekte eenzaamheid …..”
    Zijn er mensen die dit denken, dan? Dat verbaast me een beetje, omdat ik dat zelf nooit gedacht heb. Ik wist bv. wel dat Leibniz een tijdje bij hem gelogeerde heeft. Maar het klinkt wel als een verschrikkelijk 19e eeuws cliché (de enige die ik ken die er werkelijk aan heeft voldaan is Modest Mussorgsky).
    Voor zover ik weet is Spinoza internationaal erkend als één der belangrijkste filosofen ooit.

    https://plato.stanford.edu/entries/spinoza/

Reacties zijn gesloten.