Er staat geen ú maar lu

Je ziet het gelijk: geen ú maar lu

Er staat dus geen ú maar lu. U begrijpt, zoiets belangrijks, dat schrijf ik niet lichtvaardig. We hebben het over het kleitablet dat bekendstaat als ABC 7, een van de bekendste kronieken uit het oude Nabije Oosten. Meer precies: de zevende kroniek uit het boek met Assyrian and Babylonian Chronicles dat A.K. Grayson in 1975 uitgaf. Kroniek 7 beschrijft de regering van koning Nabonidus van Babylonië, die in 539 v.Chr. de macht moest overdragen aan de Perzische veroveraar Cyrus de Grote.

Die maakt in deze kroniek zijn opwachting april 547 v.Chr. De koning van Babylonië verblijft dan in de oase van Tayma (waarover ik al eens blogde), ’s konings moeder overlijdt, ’s konings zoon Belsazar gaat drie dagen in rouw, en dan komt het: Cyrus steekt de rivier de Tigris over en gaat in mei op weg naar een vreemd land. Daar doodt hij de koning en rooft hij een schat. De hamvraag is waar dat was. Hier doet zich een probleem voor dat zich altijd voordoet bij antieke teksten: daar waar de cruciale informatie moet staan, is een kras of een breuk of scheur of iets anders. Altijd.

Kroisos

Grayson meende dat op het beschadigde tablet nog net Lu-u[d-di] stond te lezen, wat wel wat lijkt op Lydië. Voor het goede begrip: we hebben hier te maken met een deel van het spijkerschrift dat lettergrepen noteert en Grayson herkende het teken lu, verzon het teken di (dat daarom tussen vierkante haken staat), en meende daartussen ud te zien (half tussen vierkante haken).

Dan zou de gedode koning Kroisos zijn, waarvan bekend is dat die is gedood en, zoals de dichter Bakchylides schrijft, weggenomen naar de Hyperboreeërs – ofwel naar het rijk der gelukzaligen. Die interpretatie heeft vérstrekkende gevolgen. Het betekent dat Lydië viel in 547 en dat – dit vertelt Herodotos – een groep Griekse vluchtelingen uit Lydië dus kort na 547 vertrok naar het westen. Hun aankomst op Corsica en in Catalonië is een belangrijk ijkpunt voor archeologen. Kort nadat zij de nieuwe stad van Ampurias hadden gesticht, verspreidde Grieks aardewerk zich door de vallei van de Ebro en Douro tot aan de Atlantische Oceaan. Hoewel deze chronologie inmiddels ook op andere manieren is geschraagd, is dit Babylonische kleitablet over een Perzische koning die in Anatolië een koning doodt, dus belangrijk voor de archeologie van Spanje en Portugal.

Lydië of Urartu?

Mits het echt gaat om Lydië. En juist daar zit het probleem.

Het zetten van een boek neemt altijd wat tijd in beslag en dat geldt zeker voor een boek vol spijkerschriftteksten. Het is een goed gebruik dat een onderzoeker die tijd gebruikt om commentaar van collega’s te vragen, dat in een appendix verschijnt. Daar schrijft Grayson dat hij bij nader inzien toch eigenlijk geen Lu-ud-di ziet staan. Hij opperde nu [Lu-ú-du], maar erkent dat die lezing “is suggested by historical probability rather than any clear indication from the traces.”

Joachim Oelsner stelde voor dat er Ú-[raš-tu] zou staan, Urartu. Een stuk plausibeler, want een logischer doelwit als je vanuit Perzië komt. Maar ja, dan hoef je de Tigris niet over te steken: je blijft juist op de oostelijke oever, zoals Xenofon anderhalve eeuw later deed. En dan was er Glassner, die meende dat er Lú-ú-[di] zou staan, wat dan weer wel zou slaan op Lydië.

Drie tekens

Zoveel is zeker: het gaat om drie tekens.

Grayson 1 Lu u[d] [di]
Grayson 2 [Lu] [ú] [du]
Oelsner Ú [raš] [tu]
Glassner ú [di]

Dat de drie geleerden de derde lettergreep niet weten, is logisch; daar zit de beschadiging. Maar dat ze het oneens zijn over de eerste lettergreep, die het duidelijkst leesbaar is, dat vind ik dus erg opvallend. Je zou toch hebben verwacht dat ze het dáár over eens zouden zijn.

Inmiddels hebben bij twee gelegenheden vijf onderzoekers ernaar gekeken: Irving Finkel, die in het British Museum dit tablet in beheer heeft, Mark Geller, W.G. Lambert, Stefan Zawadzki en de Bert van der Spek over wiens handboek ik ook weleens schrijf en die daarop dan weleens reageert. Ze concluderen dat er Lu-ú-du staat, ja dat het zelfs redelijk duidelijk zichtbaar is.

Van der Spek wijdde er net een artikel aan, waarin hij er ook op wees dat de suggestie van Oelsner, dat het eerste teken ú moet zijn, “flatly impossible” is, aangezien dit teken elders op het tablet voldoende vaak te lezen is om te weten dat de klerk het anders noteerde.

Er staat dus geen ú maar lu, het slaat op Lydië en het vreemde geluid dat u gisteravond hoorde was de luide zucht van opluchting die de Portugese archeologen slaakten omdat hun chronologie niet op losse schroeven staat.

Literatuur

Mocht u ergens een geldboompje hebben staan, dan kunt u dit nalezen in

  • R.J. van der Spek, “The Nabonidus Chronicle on the ninth year of Nabonidus (547-6 BC). Babylonia and Lydia in context”, in: Damien Agut-Labordère e.a. (red.), Achemenet. Vingt ans après (2021).

[Ik schreef hier al eens eerder over. Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

5 gedachtes over “Er staat geen ú maar lu

    1. FrankB

      Ja, een geweldig voorbeeld om te laten zien dat wetenschap veel meer is dan alleen maar reductionisme.

  1. Martin van Staveren

    Het argument van van der Spek van ‘flatly impossible” is een consistentie argument, omdat de klerk het teken op andere plekken anders noteerde. Dat is dus reductionisme, want er wordt van uitgegaan dat de klerk dat teken altijd op dezelfde manier schreef.

    1. FrankB

      U verwart reductionisme met uniformitarianisme.

      https://nl.wikipedia.org/wiki/Reductionisme

      Het Standaardmodel van Elementaire Deeltjes is een perfect voorbeeld van reductionisme. Alle materie en energie wordt herleid tot 12 of 13 onderdelen. Wat critici (met name holisten) meestal achterwege laten is dat wetenschap ook de weg terug bewandelt naar het grote geheel (in geval van het Standaardmodel niets minder dan ons gehele Universum). De Grote Verenigde Theorie (GUT) is dan ook de hoofdprijs.
      De aanname dat de klerk een symbool altijd op dezelfde manier schreef is een bescheiden voorbeeld van uniformitarianisme (uniformitarisme?). Dat is vooral in geologie belangrijk, maar ligt ook ten grondslag aan de beweringen dat de lichtsnelheid historisch gezien altijd dezelfde waarde heeft gehad en dat de gravitatieconstante overal in ons Universum gelijk is. In het geval van de klerk is de aanname tamelijk hard te maken door 100 of 1000 proefpersonen een A4-tje vol te laten pennen.

  2. Martin van Staveren

    Uniformitarisme is geen natuurwet, het is een aanname. Reductionisme gaat over wetmatigheid. Ik zou zeggen dat uniformitarisme macroscopischer is dan reductionisme.

Reacties zijn gesloten.