De Grieks-Orthodoxe Kerk

[Vandaag het derde van drie stukken over toerisme in het hedendaagse Griekenland, geschreven door Hans Overduin.]

Wie van Thessaloniki over de provinciale weg naar Pella rijdt, komt na een dertig kilometer door het dorpje Chalkidóna. Aan de rand van het dorp ligt een veldje dat wordt gedomineerd door een post-Byzantijns (over de term straks meer) kerkje, gewijd aan de apostelen Petrus en Paulus, en de voet van wat een behoorlijke minaret geweest moet zijn. Wie verder kijkt ontwaart rond de vijfentwintig kruisen, sommige bijna twee meter hoog maar de meeste in de grond gezakt, die in eerste instantie aan Keltische zonnekruisen doen denken maar er toch anders uitzien.

Bogomielen

De gangbare mening is dat het hier gaat om een kerkhof van bogomielen, een ketterse middeleeuwse sekte die zich in die tijd onder meer in het huidige Grieks-Macedonië ophield. Het kerkhof is van eminent historisch en toeristisch belang, maar geen richting- of informatiebord dat ernaar verwijst. Het bogomielenkerkhof wordt door het Griekse Ministerie van Cultuur en Sport en door de Griekse Kerk, die nog steeds allergisch is voor ketterijen, volledig doodgezwegen.

De kerk met het bogomielenkerkhof

Op de betreffende informatiepagina’s op Internet wordt de plek, gelet op het kerkje en het restant van de minaret, bestempeld als ‘post-Byzantijns’ hetgeen een complete miskenning van de werkelijkheid is. Pas in 1988 riep de toenmalige minister van cultuur, Melina Mercouri, de plek uit tot beschermd gebied. Dit bleek echter een loze belofte, want de begraafplaats wordt niet onderhouden laat staan gerestaureerd, hetgeen hard nodig is, en vandalen kunnen hun gang gaan. Wat is dat voor een instituut dat op een dergelijke manier zaken kan manipuleren en een ministerie daarbij met zich meetrekt ?

Het ontstaan

Hoewel dit verhaal expliciet geen historische blog is maar zich focust op de hedendaagse Griekse Kerk, die overigens in zijn huidige vorm pas dateert uit 1833, is het om enig begrip te krijgen van de huidige kerk van belang enkele opmerkingen te maken uit de geschiedenis van de christelijke kerk in Griekenland.

Na de desintegratie het West-Romeinse Rijk, bleef het Oost-Romeinse Rijk ‘gewoon’ voortbestaan totdat de hoofdstad Constantinopel in 1453 werd veroverd door de Ottomanen. De term ‘Byzantijnse Rijk’ dateert uit de Renaissance en werd pas algemeen gebruikt vanaf de negentiendee eeuw. De Ottomanen noemden de ‘Byzantijnen’ meer consequent Rum of Rumelia.

Keizer Constantijn de Grote, die verantwoordelijk was voor de formele implementatie van het christendom in het laat-Romeinse rijk, heeft de christelijke godsdienst steeds als een bindmiddel voor de eenheid van het rijk gebruikt. Ten tijde van het ‘Byzantijnse rijk’ was er een dermate symbiose ontstaan tussen kerk en rijk dat gesproken kan worden van een theocratie; zie bijvoorbeeld het boek van byzantinoloog bij uitstek Steven Runciman, The Byzantine Theocracy (1977).

De Turkse tijd

Na de genoemde val van het Byzantijnse Rijk in 1453 kwam aan deze theocratie uiteraard een einde, hetgeen echter niet het einde van de het patriarchaat van Constantinopel en derhalve van de orthodoxe kerk in Griekenland betekende (zie The Great Church in Captivity (1985) van dezelfde schrijver).

Sultan Mehmed II liet de kerkstructuur min of meer intact, zij het onder strenge condities en in een ondergeschikte positie. Dit was geen nobel gebaar van de Turken, maar welbegrepen eigenbelang. Veel kerken werden omgebouwd tot moskee en de bouwstijl van de Byzantijnse kerken veranderde. In plaats van de min of meer verticaal georiënteerde kerken op de plattegrond van een Grieks kruis ontstonden er lage, langwerpige zaalkerken waarbij alleen een bescheiden absis aan de oostkant de functie van het gebouw verraadde. Een eventuele huidige klokkentoren is in de regel van veel later datum.

Pas na de Griekse opstand van 1821, die over het algemeen als het begin van de Griekse onafhankelijkheid wordt gezien, kwamen de oorspronkelijke Byzantijnse kerken (in een modern jasje, maar met dezelfde bouwprincipes) terug, vooral in de grote steden. Een goed voorbeeld is de twintigste eeuwse Agios Achillios in Larissa (Thessalia). Ruim honderd meter naast deze kerk liggen de geconserveerde en opgemetselde fundamenten van de oorspronkelijke Byzantijnse en door de Turken verwoestte Agios Achilios. Post-Byzantijnse kerken en kerkjes liggen nog steeds bij honderden door heel Griekenland verspreid.

De illegale school op Pilion

De Orthodoxe kerk in Griekenland hield zich uiterlijk braaf aan de regels van de Ottomaanse bezetter, maar speelde onder het maaiveld een (verboden) rol om de Griekse cultuur te behouden. Zo werd in kerken of schooltjes in het diepste geheim de Griekse cultuur, met name de taal, door priesters aan de jeugd doorgeven. Voorbeelden zijn de kerk van Milies en de illegale school uit 1809 van priester Anthimos Papa-Pantasis, nu het gymnasium van het dorp, op het schiereiland Pilion, en het klooster gewijd aan de Transfiguratie op het eiland in het meer van Joannina, dat nota bene vanaf 1872 fungeerde onder consent van sultan Abdul Aziz, maar ja, Joannina was een apart geval (zie Ali Pasja).

Ontstaan van de Grieks-Orthodoxe kerk

Het Patriarchaat van Constantinopel splitste zich na de val van het Ottomaanse rijk in een aantal autocefale (onafhankelijke) kerken. De complexe historische en politiek context laat ik voor wat het is. Naast de Grieks-Orthodoxe Kerk ontstonden bijvoorbeeld de Servisch-Orthodoxe Kerk (die een dubieuze nationalistische rol heeft gespeeld tijdens de Joegoslavische burgeroorlog van eind jaren 1990), de Cypriotisch-Orthodoxe Kerk en de recentelijk zwaar in opspraak geraakte Russisch-Orthodoxe Kerk die vierkant achter Poetin blijft staan. Al deze kerken zijn vergaderd onder de Patriarch van Constantinopel (Istanboel) die als primus inter pares fungeert. Alleen Agion Oros, de Heilige Berg, de autonome monnikengemeenschap op de bovenste ‘vinger’ van de drie schiereilanden van Chalkidiki, valt direct onder de Patriarch van Constantinopel.

De Grieks-Orthodoxe Kerk vormde zich in 1833 toen zesendertig Griekse bisschoppen zich onafhankelijk verklaarden van het Patriarchaat van Constantinopel en een Heilige Synode installeerden.

Het autocefale karakter van de Kerk werd door de Patriarch van Constantinopel erkend in 1850 en de leer van de kerk werd in 1864 staatsgodsdienst.

In de Griekse grondwet is de speciale positie van de Grieks-Orthodoxe Kerk vastgelegd, maar staatsgodsdienst of niet, Griekenland is een democratie, bovendien binnen de Europese Gemeenschap met haar eigen regels, en daar heeft zelfs de kerk zich naar te schikken. Echter, de Grieks-Orthodoxe Kerk heeft – terecht – de reputatie van beschermer van de Griekse identiteit en cultuur door de eeuwen heen en daar zijn de meeste Grieken nog steeds gevoelig voor.

Oude riten

Bovendien neemt het aantal actieve gelovigen ook in Griekenland af, maar willen de Grieken – net als in Nederland – vasthouden aan de oude kerkelijke riten bij geboorte, doop en begrafenis. Crematie, na stevige tegenwerking van de kerk uiteindelijk wettelijk geregeld, komt nog steeds nauwelijks voor. Zo worden de vrij complexe riten na afloop van het sterven en begraven en in de periode daarna, zo mogelijk nog steeds nageleefd. Eén van die riten houdt in dat de overblijfselen van het betreffende lichaam na een jaar worden opgegraven waarna de botten worden gewassen met water en wijn en daarna in een algemeen graf (per persoon) worden herbegraven. Het is een ontroerend ritueel dat ik zelf heb meegemaakt. Zulke rituelen zijn, onder de hoede van de kerk, qualitate qua een lang leven beschoren, temeer daar oostelijke landen in tegenstelling tot de individualistische westerse, echte familielanden zijn.

Tenslotte: de Grieks-Orthodoxe Kerk is in de openbare ruimte overal aanwezig. Zo heeft bijvoorbeeld elke legerplaats van enige omgang een eigen kerk. Dat heeft niet zozeer te maken met het militaire karakter er van maar met het feit dat het een rijksinstelling is. Zo komt op veel openbare gebouwen de vlag van de Grieks-Orthodoxe Kerk (de dubbelhoofdige zwarte adelaar op een geel veld, in feite de voormalige vlag van Byzantium) naast de nationale Griekse vlag voor.

Volkskerk

De Grieks-Orthodoxe Kerk is, evenals eigenlijk bijna alle oosters-orthodoxe kerken, een echte volkskerk die niet valt te vergelijken met de veel meer legalistisch ingestelde Rooms-Katholieke en protestantse kerken, een reden temeer waarom de kerk nog steeds veel steun geniet bij het kerkvolk. Wie volkskerk zegt moet met name denken aan de verering van heiligen en relieken, een verering die in Nederland inmiddels beperkt is tot de ‘orthodoxe’ kant van de Rooms-Katholieke kerk.

De verering van heiligen en hun relieken is in Griekenland overigens ook aan strikte bepalingen gebonden en van vrijblijvendheid is geen sprake. Griekenland heeft het voordeel dat er vrij recente en populaire personen die een heilig leven hebben geleid, volgens de officiële kanalen heilig zijn verklaard. Voordeel is dat hun levens goed gedocumenteerd zijn (vergelijk Titus Brandsma) en dat hun lichamen, die onbetwist van de betreffende persoon zijn, op voor iedereen toegankelijke plaatsen ter verering zijn begraven.

Heiligen

Twee van de belangrijkste recente heiligen zijn metropoliet Agios Nektarios (1846-1920) en Vader Païsios (1924-1994). Met name de laatste is in Nederland in feite volslagen onbekend, maar in Griekenland een geloofs- (en daardoor nationale) held.

Metropoliet Nektarios is begraven op ‘zijn’ eiland, Aegina, pal onder Athene. Op het eiland is een enorme pelgrimskerk gebouwd, maar zijn graf, of liever gezegd tombe, ligt even verderop. Er zijn veel bezoekers en het verhaal gaat dat wie zijn oor op zijn graf te luisteren legt, het hart van de heilige hoort kloppen (!). Ik heb het zelf diverse malen van afstand meegemaakt, maar heb mij nooit hiertoe laten verleiden, daar ben ik toch een te nuchtere Hollander voor.

Pater Païsios

Pater Païsios is een apart en interessant verhaal. De heremiet, die een groot deel van zijn leven op Agion Oros heeft doorgebracht, overleed in 1994. De heiligverklaring volgde in 2015, waarbij de eretitel ‘de eerbiedwaardige’ aan zijn naam werd toegevoegd. Er lopen nog talloze mensen rond die hem gekend en gesproken hebben. Ik hoor daar helaas niet bij, maar ik ken wel enkele personen die hem daadwerkelijk hebben gesproken en ik heb geen reden om aan hun getuigenis te twijfelen.

Vader Païsios (links) en patriarch Bartolomeüs

Velen gingen naar Pater Païsios op Athos naar zijn nog steeds bestaande hermitage Panagouda om hem om raad te vragen, een door de eeuwen heen bekend verschijnsel bij (toekomstige) heiligen. Het was bekend dat, voordat je je mond had opengedaan, Païsios al wist hoe je heette en waarvoor je kwam. De getuigenissen hierover van nog levende personen zijn zo talrijk dat het moeilijk is aan dit feit te twijfelen. Hoe het kan dat Païsios hiertoe in staat was, is iets dat buiten deze blog valt.

De toekomstige heilige had door zijn ascetische levenswijze een slechte gezondheid en bovendien werd bij hem kanker geconstateerd. In 1993 werd hij naar een ziekenhuis buiten Athos verplaatst en na een operatie naar het klooster van Sint Johannes de Theoloog in Souriti vervoerd. Hij wilde terugkeren naar Athos, maar bleek hiervoor te zwak. Uiteindelijk overleed hij op 12 juli 1994. Hij is begraven in het genoemde klooster, naast de kerk van Sint Arsenios de Cappadociër. Nog steeds staat bij de viering van zijn feestdag (12 Juli volgens de Juliaanse kalender, 29 Juni volgens de Gregoriaanse kalender) een letterlijk onafzienbare rij van gelovigen om de heilige eer te bewijzen en zijn voorspraak af te smeken. Tegen een dergelijke invloed van uiteindelijk de Grieks-Orthodoxe Kerk is geen seculier instituut opgewassen.

Een gedachte over “De Grieks-Orthodoxe Kerk

Reacties zijn gesloten.