Dag Hans

Hans Overduin

Een paar dagen geleden bezocht ik het Bardomuseum in Tunis. Dat het museum is gevestigd in het paleis van de Ottomaanse onderkoning, de bey, zie je aan het feit dat boven veel deuren de Turkse maansikkel is afgebeeld. Alleen is die een kwart slag gedraaid, waardoor het symbool wat lijkt op een hoefijzer. Ineens bedacht ik dat ik niet wist waarom we in Nederland hoefijzers boven de deur hangen. En ik miste Hans Overduin.

Die zou het wel hebben geweten. Hij zou er zeker een stukje over hebben geschreven op de website Sargasso. Gedurende ruim vijf jaar – om precies te zijn: van maart 2018 tot en met september 2023 – publiceerde hij daar 129 stukjes. Of eigenlijk 130, want de redactie heeft een ervan, dat Hans’ veelzijdigheid mooi illustreerde, opnieuw gepubliceerd nadat hij op vrijdag 19 april overleed.

Lees verder “Dag Hans”

Met Abraham Kuyper naar Griekenland (2)

Abraham Kuyper beschreef het Griekse landschap als voornaam (en in Delfi begrijp je waarom)

[Tweede deel van een artikel van Hans Overduin over de reis van Abraham Kuyper rond het Middellandse Zee-gebied. Het eerste deel was hier.]

Naar Griekenland

We schrijven inmiddels januari 1906. Hoewel Kuyper West-Anatolië had bezocht, stak hij van vanuit Smyrna niet direct over naar Athene. Hij nam een omweg via Egypte en Soedan (na eerst nog in Libanon, Syrië en Palestina te zijn geweest), waar hij met name de overblijfselen van de aloude Egyptische beschaving bezocht. Zijn reactie is opmerkelijk. Hoewel hij onder de indruk was van de ruïnes, bleven deze massieve resten volgens hem ver achter bij de overblijfselen van de klassiek Griekse beschaving.

Hier wordt de toon gezet van Kuypers mening over Griekenland. Vervolgens moest Noord-Afrika het ontgelden. Het sleutelwoord hierbij is “lelijkheid” (Kuyper hanteert zelf de term “affreus lelijk”) en dat sloeg zowel op het landschap als op zijn bewoners. Hij vergeleek de ongenuanceerde Maghreb met de fijne lijnen en de edele trekken van het Griekse landschap en zijn bewoners. Zo’n opmerking zou tegenwoordig ondenkbaar zijn en voor racistisch worden versleten, maar in die tijd was dit slechts een objectieve observatie.

Lees verder “Met Abraham Kuyper naar Griekenland (2)”

De Grieks-Orthodoxe Kerk

[Vandaag het derde van drie stukken over toerisme in het hedendaagse Griekenland, geschreven door Hans Overduin.]

Wie van Thessaloniki over de provinciale weg naar Pella rijdt, komt na een dertig kilometer door het dorpje Chalkidóna. Aan de rand van het dorp ligt een veldje dat wordt gedomineerd door een post-Byzantijns (over de term straks meer) kerkje, gewijd aan de apostelen Petrus en Paulus, en de voet van wat een behoorlijke minaret geweest moet zijn. Wie verder kijkt ontwaart rond de vijfentwintig kruisen, sommige bijna twee meter hoog maar de meeste in de grond gezakt, die in eerste instantie aan Keltische zonnekruisen doen denken maar er toch anders uitzien.

Bogomielen

De gangbare mening is dat het hier gaat om een kerkhof van bogomielen, een ketterse middeleeuwse sekte die zich in die tijd onder meer in het huidige Grieks-Macedonië ophield. Het kerkhof is van eminent historisch en toeristisch belang, maar geen richting- of informatiebord dat ernaar verwijst. Het bogomielenkerkhof wordt door het Griekse Ministerie van Cultuur en Sport en door de Griekse Kerk, die nog steeds allergisch is voor ketterijen, volledig doodgezwegen.

Lees verder “De Grieks-Orthodoxe Kerk”

Symboolpolitiek

De Hagia Sofia in Istanbul

Buren weten doorgaans veel van elkaar. Bijvoorbeeld hoe ze elkaar het bloed onder de nagels vandaan kunnen halen. Dat bewees de Turkse vicepremier Bülent Arınç vorige week weer eens, door openlijk te verklaren dat de Hagia Sofia wat hem betreft snel weer gebruikt moest kunnen worden als moskee. Hij moet hebben geweten dat hij daarmee een groot aantal Grieken op de kast zou jagen – en zulks geschiedde. Het gebouw ligt namelijk niet alleen de bewoners van Istanbul na aan het hart, maar ook de leden van de Grieks-orthodoxe kerk.

Het historisch bewustzijn zit diep in die contreien en wie wil begrijpen hoe gevoelig deze kwestie ligt, zal moeten teruggaan naar het Byzantijnse Rijk: een Griekssprekend, christelijk keizerrijk met als hoofdstad Constantinopel, het huidige Istanbul. In 537 voltooide keizer Justinianus de kerk van de goddelijke wijsheid, de Hagia Sofia, als een soort bekroning van een schier eindeloze reeks successen: vrede met de Perzen, een rechtscodificatie, de annexatie van het graanrijke Tunesië en Sicilië, de verovering van Rome en de sluiting van de laatste heidense cultusplaatsen in Athene en Egypte. De Hagia Sofia was een triomfmonument.

Lees verder “Symboolpolitiek”