Wereldpoëziedag

Zomaar een plek, die maar zijdelings met Wereldpoëziedag heeft te maken

De plek

Je moet niet alleen, om de plek te bereiken,
thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.
Er is niets te zien, en dat moet je zien
om alles bij het zeer oude te laten.

Er is hier. Er is tijd
om overmorgen iets te hebben achtergelaten.
Daar moet je vandaag voor zorgen.
Voor sterfelijkheid.

Wereldpoëziedag

Het is vandaag – alweer voor de vijfentwintigste keer – Wereldpoëziedag. Die is ingesteld door de Verenigde Naties. Het gaat daarbij minder om het ondersteunen van de dichtkunst dan om taalkundige verscheidenheid onder de aandacht te brengen. We leven in een veelkleurige wereld en de zesduizend talen zijn daarvan een van de allermooiste uitingen.

Deel dit:

3 gedachtes over “Wereldpoëziedag

  1. Tommy

    Herman De Coninck is één van mijn eerste liefdes en tevens introductie in de “ware poëzie”… Ik leerde hem (zijn werk… 😉 ) kennen toen ik 15 was en het zou een ‘eeuwig brandend vuur’ bij me aansteken…
    Hij stierf in Lissabon aan een hartaanval -in welke stad kan een dichter poëtischer sterven- toen ik 17 was… Dat greep me zo aan… Het was het eerste ‘buitenfamiliaal sterfgeval’, van iemand die ik enkel via door hem geordende letters, waar ik zo door was aangedaan…
    En dan nog sterven, haast in de armen van wellicht de grootste hemelbestormende dichter die de Zuidelijke Nederlanden ooit voortbrachten in de ‘nieuwste tijden’: Hugo Claus… Toen ik een paar jaar later voor het eerst Lissabon aandeed, was één van mijn eerste handelingen de plek opzoeken waar hij ter aarde was gestort, de Rua Marquês De Sá Da Bandeira… Daar is in de stoep een marmeren gedenkplaat aangebracht, waarvan ik de tekst -hoewel Portugees-onkundig- kon lezen dankzij de merites van de Latijnse les in de humaniora (alleen al dit euvele feit zou een argument moeten zijn ten faveure van de studie van Klassieke Talen):
    Het is een zinnetje dat een kort gedichtje is uit de bundel ‘De lenige liefde’:

    Conto de fadas.
    Era uma vez um homem que era sempre juste –

    Sprookje.
    Er was eens een man die altijd rechtvaardig was.

    Uitzonderlijk is ook het feit dat zijn “verzamelde gedichten” die postuum verschenen reeds meer dan 50.000 keer over de toonbank ging… Er is nog hoop denk ik dan… 😉

    Om het af te leren nog ééntje, uit de bundel ‘De lenige liefde’:

    Middenin de vlakte van juli.

    Middenin de vlakte van juli
    kwam ik je tegen. Ik woon hier, zei je.
    Ik keek naar de bloemen. Ja, dat zie ik,
    zei ik, en waar leerde je de kunst
    om niet lang te duren? Ook hier, zei je.

    Je was lenig; en je woorden waren zo
    doorschijnend, ik kon je er helemaal
    door zien.

    En daar lag ik al in het gras
    en wat hield ik in mijn hand?
    Een oortje, waarin ik het lange woord
    ‘lieveling’ uitgoot, zonder morsen

  2. Dirk Zwysen

    De prachtige stad Mechelen…Mocht ik geen Antwerpenaar zijn, ik werd een Mechelaar.

    Ook Herman De Coninck schreef over een plek.

    De plek.
    Je moet niet alleen, om de plek te bereiken,
    Thuis uitstappen, maar ook uit manieren van kijken.
    Er is niets te zien, en dat moet je zien
    Om alles bij het zeer oude te laten.

    Er is hier. Er is tijd
    om overmorgen iets te hebben achtergelaten.
    Daar moet je vandaag voor zorgen.
    Voor sterfelijkeid.

    De ontmoetingsruimte in de Antwerpse kathedraal is naar dit gedicht vernoemd. De Coninck was niet bepaald kerkelijk, maar zijn weduwe Kristien Hemmerechts gaat sinds kort wekelijks naar de mis.

Reacties zijn gesloten.