
In de reeks Faits Divers deze keer: eerst wat voor de hand liggend gemopper en daarna gelukkig ook leuk nieuws.
Alwéér een petitie
Vorige week hadden we de vierde petitie tegen de aangekondigde sluiting van een oudheidkundig instituut in 2024, deze week de vijfde. Dit keer is Latijn aan de Goethe-universiteit in Frankfurt de bedreigde partij. De petitie is hier. (Het jaar is nog geen drie maanden oud.)
Korte inhoud van het voorafgaande: vorige week was het dus oude talen in Cardiff en u kunt daar nog tekenen. In februari waren de geesteswetenschappen in Kent aan de beurt, in januari betrof het archeologie in Helsinki en klassieke talen in Kingston, in december ging het om de sluiting van de archeologische opleiding in Leipzig en het museum van Ename, in november wist een petitie problemen rond het schoolvak Grieks in Vlaanderen te voorkomen, in september was er politieke druk op het Egyptisch Museum in Turijn en in juni dreigde sluiting voor het museum Ermelo (maar dat blijft vooralsnog open).
Trivialisering
Het helpt natuurlijk niet dat de oudheidkundige disciplines steeds in het nieuws komen met trivialiteiten en zelden met het eigenlijke nieuws. Ik schreef voor de Vereniging voor Wetenschapsjournalistiek en -Communicatie en Nederland een stukje, waarvan ik hoop dat het iets uithaalt. De trouwe lezers van mijn blog kennen mijn riedeltje inmiddels: als archeologen nou eens stoppen met kletsen over vondsten en in plaats daarvan archeologie uitleggen, als classici nou eens hun eigen verhaal vertellen en niet achter andermans actualiteit aanlopen, dan begrijpen journalisten waarom de oudheidkundige wetenschappen wetenschappen zijn en dan verneemt het publiek hopelijk ook nog eens waarom het belangrijk is.
Zoals het nu gaat, zetten journalisten en oudheidkundigen het vak neer als leverancier van trivialiteiten. En misschien is het ook wel niet meer dan dat. Ik lees net dat er een wetenschappelijk tijdschrift is opgericht, gewijd aan één auteur, Ovidius. Dit is geen specialisme meer, dit is hyperspecialisme. Terwijl we de netten juist wijder moeten werpen. Ik doe mijn best de Oudheid aan het grote publiek uit te leggen maar dit valt niet uit te leggen.
De kat en haar naam (bis)
Genoeg gebromd! Er zijn gelukkig ook leuke faits divers. Onlangs blogde ik over de herkomst van het woord “kat”, dat niet is afgeleid van het Latijnse felis, hoewel het dier toch is verspreid door de Romeinen. Ik wees erop dat het Gallisch al heel lang het woord cattos had en dat dit in de Late Oudheid verspreid lijkt te zijn geraakt toen een andere ondersoort zich in Europa aandiende. Dat liet de vraag onbeantwoord waar de Galliërs hun naam vandaan hadden. Zou dat woord met de eerste katten zijn meegekomen, met de Fenicische kolonisatie?
Wim Raven, die ook weleens schrijft voor deze blog, is de woordenboeken ingedoken. Het oude Fenicische woordenboek kende geen woord voor kat. Nu verscheen net vorig jaar het Phönizisches Wöterbuch, mit Punisch, Neupunisch und Kurzgrammatik van Stefan Bittner. Raven prijst het als “een mooi boek, dat het weinige Fenicisch/Punisch dat er is uitstekend toegankelijk maakt” en dat zelfs een woordenlijst Duits-Punisch bevat “zodat het werk ook geschikt is voor een vakantie in Karthago”. Het boek bevat bovendien aanzienlijke lijsten met dierennamen, maar helaas, de kat ontbreekt. De teksten uit Ugarit helpen ook al niet. De herkomst van cattos is dus vooralsnog niet bekend.
Papyri
Zoals ik al vaker heb verteld proberen onderzoekers de verkoolde boekrollen die in de achttiende eeuw zijn gevonden in Herculaneum met een combinatie van CT-scans, hoogenergetisch licht en artificiële intelligentie te lezen. Er is alweer een tijdje geleden een boek over verschenen – u downloadt het hier – en eind vorig jaar is men weer een stapje verder gekomen. Dat is zelfs voor archeologische begrippen nogal extreem gehypet.
Nu zijn er wetenschappers die menen dat ze snel naar andere boekrollen moeten gaan speuren, want stel je toch voor zeg, dat de Vesuvius opnieuw zou uitbarsten. Hernieuwd archeologisch onderzoek is echter problematisch, want voor een nieuwe opgraving moeten huizen worden gesloopt. Meer informatie hier.
Leuke uitjes
Ik rond deze aflevering van de Faits Divers af met twee leuke uitjes. U kunt tot en met zondag nog naar de expositie over antiek glas in Leerdam. En in de Volkssterrenwacht in Bussloo (tussen Zutphen en Apeldoorn) spreekt Hendrik Hollander over het astrolabium, dat even wonderlijke als wondermooie astronomische instrument waarmee oude culturen de hoogte van hemellichamen maten ten opzichte van de horizon.

Natuurlijk teken ik.
Je hebt gelijk dat de netten wijder geworpen moeten worden omdat daar een lacune is, maar ik vind het geen probleem als er ook tijdschriften als Ovidius bestaan. Er is vast een publiek voor.