Het Eerste Bulgaarse Rijk (1)

Krum krijgt te drinken aangeboden uit het bekkeneel van Nikeforos I.

Ik wilde al een tijdje een blogje schrijven over het Eerste Bulgaarse Rijk, dat bestond tussen 681 en 1018. De aanleiding: ik organiseer een reis naar Bulgarije, en dit soort blogjes zijn niet alleen een vriendelijk soort reclame, maar ook mijn manier om mijn reisbegeleiderskennis te structureren. De actualiteit biedt nu een extra reden: de stoffelijke resten van een van tsaar Samuel van Bulgarije (r.997-1014) zijn afgelopen weekend overgebracht naar Sofia en daar begraven. Samuel was een van de laatste heersers van het Eerste Bulgaarse Rijk, verantwoordelijk voor een laatste succes én de definitieve ondergang.

Asparuch

Maar eerst het begin. In het voorjaar van 681 na Chr. trok khan Asparuch met een groep (proto)Bulgaren over de rivier de Donau. De Byzantijnse keizer Konstantijn IV, die een belangrijke kerkelijke vergadering voorzat, onderbrak zijn bezigheden en trok vanuit Constantinopel de nieuwkomers tegemoet, werd verslagen en erkende de aanwezigheid van de Bulgaren op de zuidelijke oever van de stroom. Ik vertelde al eens dat Konstantijn Asparuch afkocht, dat de khan zo de middelen had om andere leiders uit te kopen en begon met de opbouw van een bescheiden staatsapparaat, met als voornaamste residenties Pliska en Silistra. Dit was het begin van het Eerste Bulgaarse Rijk.

Het nieuwe koninkrijk – ik vind het woord “khanaat” wat al te ongebruikelijk – was gevestigd in een veeltalig gebied. Ten noorden van de Donau spraken mensen Latijn, in de havensteden langs de Zwarte Zee sprak men vanouds Grieks, terwijl men zich ten zuiden van de Donau bediende van de Slavische talen. Deze laatste groep was in principe ondergeschikt aan de wat verder westelijk verblijvende Avaren (in het huidige Hongarije), wat leidde tot een gespannen situatie. Tegelijk waren er vijanden in het oosten, waar de Khazaren verbleven, die nog niet zoveel eerder de Proto-Bulgaren uit hun thuisland hadden verdreven. Het is mogelijk dat Asparuch rond 700 sneuvelde in een conflict tegen Khazaren.

Stijgbeugels (Nationaal Historisch Museum, Sofia)

Zijn erfenis was een pluriform, multi-etnisch, meertalig rijk, waarin de Bulgaren de macht hadden. In die zin is het rijkje rond Pliska en Silistra het begin van een nationale Bulgaarse traditie. Tegelijk kun je het een Slavische nationale traditie noemen, want de Bulgaren namen een Slavische taal over, en je kunt verdedigen dat het Bulgaarse volk al leefde op de Balkan voordat het zijn naam van een nieuwe elite had overgenomen. (Feitelijk is de vraag wat eigenlijk een natie vormt: een elite, een taalgroep, een gedeelde afstamming…)

Bulgaren en Byzantijnen

De Bulgaren leefden tussen allerlei volken en het was onvermijdelijk dat ze diplomatieke relaties aangingen met hun buren. Een Bulgaars leger, gecommandeerd door Asparuchs opvolger Tervel, hielp rond 705 de afgezette Byzantijnse keizer Justinianus II (“splijtneus”) bij zijn terugkeer naar Constantinopel, en werd beloond met een voorname titel en de hand van een prinses. Later zou Tervel helpen om Tsarigrad (“keizerstad”) te verdedigen tegen de Arabieren.

Dit wil niet zeggen dat de relaties altijd warm waren. Al ten tijde van Tervel waren er spanningen en vanaf het midden van de achtste eeuw profiteerde keizer Konstantijn V Kopronymos (r. 741-775) van de interne spanningen in Bulgarije om zijn macht te herstellen. Uiteindelijk handhaafden de Bulgaren hun onafhankelijkheid en onder hun khan Krum breidden ze hun macht uit. Nadat Karel de Grote de Avaren vanuit het westen had aangevallen, vielen de Bulgaren de oude meesters van de Balkan aan vanuit het oosten. Later breidden ze hun macht uit over het Balkangebergte: ze veroverden Sofia en rukten op richting Edirne. Keizer Nikeforos I sneuvelde en van diens schedel werd een drinkbeker gemaakt voor de khan.

Krum overleed voordat hij het beleg voor Constantinopel had kunnen opslaan, en zijn opvolgers breidden hun macht nog verder uit, tot aan de Adriatische Zee en de Egeïsche Zee. Veel van de veroverde gebieden gingen in later tijden echter weer verloren aan Slavische rijken als Servië. Duurzamer was een andere erfenis van Krum: het oudst-bekende Bulgaarse wetboek, met onder andere regels ter bescherming van arme mensen en straffen voor alcoholisten, lasteraars en dieven. Naast de koninklijke residenties en de legers was er nu nog een factor die hielp de diverse bevolkingsgroepen te verenigen.

Byzantijns-Bulgaarse verdragstekst uit 815 (Nationaal Historisch Museum, Sofia)

Kerstening

Religieus bezien was Bulgarije een gemengd land, waar diverse goden werden vereerd. Soms bezag een khan de christenen als een Byzantijnse vijfde kolonne, en er zijn momenten geweest van vervolging, maar onder Boris I (r.853-889) kreeg de kerk alle ruimte. Eén reden was dat hij zo extra steun had tegen de Slavische staten in het westen: steun van de kerk, maar ook van de Frankische koning Lodewijk de Duitser (r.843-876). In 864 liet Boris zich dopen in Pliska.

Het was niet zomaar een bekering. Zowel de patriarch van het Westen (de paus dus) als de patriarch van Constantinopel hadden gehoopt iemand te mogen sturen om het doopsel toe te dienen, en zo de machtige Bulgaarse staat te kunnen toevoegen aan hun invloedssfeer. Uiteindelijk koos hij voor de Griekse orthodoxie: de patriarch in Constantinopel moest toestaan dat de Bulgaarse kerk “autokefaal” was, wat zoiets wil zeggen als volkomen zelfstandig. Voor Boris was het voordeel dat zijn kerk zo vrij bleef van Byzantijnse inmenging in binnenlandse aangelegenheden.

Hij trad op tegen de tegenstanders van de kerstening, inclusief zijn zoon, stichtte een christelijke hoofdstad Preslav, en verving geestelijken die in Byzantium waren opgeleid steeds meer door Bulgaarse geestelijken. En omdat de eredienst nu eenmaal grotendeels in de volkstaal behoorde te zijn, werd het Grieks vervangen door een Slavische taal, die – als ik het goed heb begrepen – de ene keer werd aangeduid als Bulgaars en de andere keer als Macedonisch, wat iets te maken had met het gegeven dat Bulgaren het Macedonisch beschouwden als een dialect terwijl de Macedoniërs het beschouwden als taal. Inmiddels noemen taalkundigen het maar Oud-Kerk-Slavisch. Het wordt geassocieerd met de missionarissen Kyrillos en Methodios, die er ook het eerste op de Slavische talen toegesneden alfabet voor ontwierpen.

[Wordt morgen vervolgd. Ik organiseer dus een reis naar Bulgarije.]

Deel dit:

3 gedachtes over “Het Eerste Bulgaarse Rijk (1)”

  1. FrankB

    “Feitelijk is de vraag wat eigenlijk een natie vormt: een elite, een taalgroep, een gedeelde afstamming.”
    Alvast niet een taalgroep of een gedeelde afstamming. Anders vallen er nogal wat huidige Zuid-Amerikaanse landen af en ook een paar Europese.

    1. Volgens mij betekent een definitie waarbij gedeelde afstamming of taal centraal staat, alleen dat in één land meerdere volken kunnen wonen. Die landen kunnen gewoon bestaan.

      Het probleem dat je lijkt te benoemen is de gelijkstelling van natie aan land: dat wat we traditioneel de “nationale staat” noemen. De laatste jaren spreekt gebruikt men vaker “natie-staat”, dat door Thierry Baudet is geïntroduceerd. Het anglicisme tekent ’s mans onbelezenheid en oikofobie.

  2. Kees Voorburg

    M.b.t. de vraag van Frank B: het met succes formuleren van een nationale mythologie, bij voorkeur een afstammingsmythologie, zet ook vaak zoden aan de nationale dijk. Toch jammer dat we de naam niet kennen van het Bataven-opperhoofd dat (1e eeuw v.C.) bij Lobith aan wal ging om de grond van zijn versmachte nieuwe vaderland te kussen.

    Werd eerder deze eeuw niet ook gesuggereerd dat de samenstelling en redactie van (een deel van) het OT een poging was van een Judaïsche koning om de eenheid van zijn rijk te versterken? Meen dat het Israelische auteurs waren. De naam van die koning begon met een J. Ik vermoed Josiah.

    Iets anders: Baudet wordt weer eens verkeerd geciteerd. De arme ziel bedoelt natuurlijk gewoon Nazi-staat.

Reageren is alleen mogelijk voor site‑leden.
Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.