
Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer nogal wat vooral kleine berichtjes. Zoals altijd krijgt u géén garantie dat de zaken waarnaar ik verwijs representatief of belangrijk zijn, en krijgt u wél mijn hoogstpersoonlijke oordeel over the good, the bad, and the ugly.
Indo-Europese paarden
Op de mooie website Neerlandistiek bespreekt Marc van Oostendorp vanmorgen vroeg een boek over paarden in de Indo-Europese wereld. De auteur van dat boek oppert een andere betekenis voor het oerwoord voor dat edele dier: h₁ék̑u̯os zou niet “snel” maar “ongehoorzaam” betekenen. Dat is, afgezien van een parallel bij Homeros, niet zo vermeldenswaard, maar Van Oostendorps blogje is wel een prachtige samenvatting van wat Indo-Europeanistiek is.
Lineair-A
Er is weer eens iemand die beweert het Lineair-A (een schriftsoort gevonden op Kreta) te hebben ontcijferd, en die claim uit juli ben ik daarna nergens meer tegengekomen. Dat maakt wantrouwend, want als het echt iets was geweest, hadden we wel meer gehoord.
Voor het goede begrip: er zijn onvoldoende tabletten om te controleren of een mogelijke oplossing correct is. Een onderzoeker baseert zich op een bepaald tekstcorpus, maar heeft controlemateriaal nodig, en momenteel zijn er simpelweg onvoldoende data om én een basis te hebben voor de ontcijfering én controlemateriaal. Je kunt de “code breken” maar niet weten of je oplossing klopt. We zullen de ontcijfering nog wel meemaken, want het corpus groeit langzaam maar zeker, maar volgens mij is de huidige claim op z’n best een klein stapje, en verdiende die vooralsnog geen publiciteit.
Taucheira
Taucheira is een van de vijf Griekse steden in de Cyrenaïca, beroemd om z’n vele inscripties. Hier is een artikel dat ik met plezier heb gelezen. Niks wereldschokkends, gewoon leuk.
Tongeren
Vlak ten oosten van Tongeren ligt Berg, mogelijk de nederzetting die oorspronkelijk Atuatuca heette, en de plek waar Ambiorix het Veertiende Legioen van Julius Caesar heeft vernietigd. Bij Berg vindt nu archeologisch onderzoek plaats. Negeer de hijgerige kop; dit gaat verder dan opgraven en dataverwerving, want het is is een van de plekken waar de relatie tussen vondsten en teksten althans in potentie kan worden onderzocht, zodat oudheidkundigen het vak zélf verder kunnen brengen. En de ontwikkeling van een vakgebied, in dit geval de discussie over de relatie tussen twee soorten bewijsmateriaal, is een belangrijke aanwijzing voor de gezondheid van een discipline.
Spanje
De Romeinse verovering van het Iberische Schiereiland duurde twee eeuwen. Eigenlijk gek, want er viel goud en zilver te halen. De eindeloze lijsten die Titus Livius biedt, behoren tot de allersaaiste stukken uit een doorgaans toch alleszins lezenswaardig geschiedwerk. Er waren echter decennialang te weinig Romeinse troepen. Interessant is hierbij dat er vaak archeologische aanwijzingen zijn voor de campagnes; ik heb er geen verklaring voor waarom dat juist in Spanje zo vaak het geval is. Hier is een nieuw voorbeeld.
Ovidius
De Romeinse dichter Publius Ovidius Naso claimde in zijn gedichten dat keizer Augustus hem had verbannen naar Tomis aan de Zwarte Zee, tegenwoordig Constanța. De gedichten die hij daar zou hebben geschreven, passen echter niet helemaal bij wat we (denken te) weten over die havenstad, en daarom is wel geopperd dat het een literair spel was. De ballingschapspoëzie was natuurlijk ook veel leuker als heel Rome wist dat de dichter elke dag door de Via dei Condotti liep om in Caffè Greco z’n espressootje weg te komen tikken.
Classica Sólveig Hilmarsdóttir wijst er nu op dat Ovidius’ gebruik van het Grieks, waar hij zich ooit regelmatig van bediende, terughoudender wordt, wat ze beschouwt als aanwijzing dat hij wel degelijk in ballingschap was: de man hoorde weliswaar de hele dag Grieks spreken, maar wilde het in Rome geaccepteerde Grieks schrijven, en dat ging niet meer.
Romeins Germanië
Men beweert wel dat de Romeinen na 274 na Chr. de Rijngrens voor een generatie opgaven. De Nederlandse archeoloog Stijn Heeren heeft daar terecht vraagtekens bij geplaatst. Ook in Duitsland is discussie over de Limesfall, en van een verondersteld verlaten fort staat nu vast dat er nog steeds mensen waren. Niet per se Romeinse soldaten, maar toch: het laatste hoofdstuk over de Romeinse limes is nog niet geschreven.
Romeinse paarden
Op de altijd leuke website van Aron Groot is een leuk blogje over de herkomst van het Nederlandse woord paard, afgeleid van paraveredus, waarin Griekse, Latijnse en Gallische elementen samenkomen.
Nieuwe methoden
Er gaat geen jaar voorbij zonder dat de archeologie zich verrijkt met een nieuwe laboratoriumtechniek. Zo kunnen archeologen nu aan de hand van de verhouding tussen twee isotopen een stuk hout dateren. Echt leuk om te lezen.
Ook interessant: het gebruik van middeleeuws perkament om DNA te winnen, en dat dan gebruiken om de geschiedenis van een virus te reconstrueren.
Wetenschapscommunicatie
Een tijdje geleden maakte ik met Krijn Soeteman voor Scientias.nl een podcast over wetenschapscommunicatie en archeologie. Hij is lang, maar minstens één luisteraar vond ’m de moeite waard.
Bedreigde oudheidkunde
We hebben een museum nodig dat uitlegt wat archeologen doen, een archeologiemuseum, of liever: een oudheidkundemuseum. Als we immers niet uitleggen hoe oudheidkundigen weten wat ze weten, terwijl een kwart van de publieksvragen daarop betrekking heeft, dragen we zelf bij aan het beeld dat oudheidkunde geen wetenschap is. En onbekend maakt onbemind maakt kwetsbaar: universiteiten bezuinigen als eerste op onverdedigde vakgebieden en voor bezuinigende politici zijn archeologische musea onweerstaanbaar.
Een tijdje geleden was het RMO slachtoffer van een ongemotiveerde bezuiniging en wellicht kent u dit lijstje. Momenteel zijn de musea in Vlaanderen de klos, waaronder Velzeke. Goede musea krijgen dus de rekening gepresenteerd voor het ontbreken van een gemeenschappelijke visie op de wijze waarop we het publiek willen informeren, de publieksvragen willen beantwoorden, proactief desinformatie willen bestrijden en junk nieuws willen vermijden.
Wellicht ben ik te pessimistisch, maar vaak denk ik: de archeologische musea moeten inmiddels noodplannen maken om de collecties bijeen te houden. Momenteel zijn die weliswaar beschermd, maar met hetzelfde gemak waarmee de wetgever het erfgoed beschermde, kan hij de bescherming aanpassen of opschorten. Het is niet ondenkbaar (want al gebeurd) dat op middellange termijn collecties geveild en dus verdeeld zullen worden. Zo ver is het in Vlaanderen overigens nog niet.
Tot slot
Op vrijdag 16 oktober verzorg ik in Naarden een lezing over Libanon, meer informatie daar. Maar u kunt mijn boek ook bestellen; de opbrengst is voor Cordaid.

Hier zitten toch een paar dingen tussen om helemaal blij van te worden.
Ik lees: “Een tijdje geleden maakte ik met Krijn Soeteman voor Scientias.nl een podcast over wetenschapscommunicatie en archeologie. Hij is lang, maar minstens één luisteraar vond ’m de moeite waard”.
ONZIN!!!
Op YT waren er maar liefst 39 lijkjes/ likes (nu 40!). Had de blog destijds integraal en met veel plezier bekeken en beluisterd zonder van die waardering gewag te maken; ik ben die ene luisteraar dus niet. Punt is dat je toch een beetje terughoudend moet zijn met complimenteren, want voor je het weet gaat de gecomplimenteerde naast zijn/ haar schoenen lopen en daar komt alleen maar narigheid van, wat ik u brom! En dat moet niet.
Voor dit jaar zijn de complimenten dus op en hou het er op dat ik (een ietsje) bovengemiddeld blij ben. Zo.
(nog steeds kwaad dat ik die Kuifje-grap op Bluesky m.b.t. het grensgebied tussen San Theodoros & Nuevo-Rico & Gran Chapeau niet begrijp, i.t.t. Jona. Nu nog rechts op uw scherm te zien, binnenkort niet meer, want verdrongen door nieuwe onderwerpjes).
Kijk eens goed wat die man op z’n hoofd heeft. En bedenk dat Kuifje in het Frans werd gepubliceerd.
En het is natuurlijk een verwijzing naar de Gran Chaco waar Paraguay en Bolivia oorlog hebben gevoerd. En ook daar bleek uiteindelijk geen olie te zijn.
Het is krek zo!
Ik moet er ineens aan denken dat ik toen ik in 2014 in Bolivia was nog een viering van de dag van de arbeid heb meegemaakt waar veteranen van de Chaco oorlog aanwezig waren. Oude mannen in een uniform vol medailles, moeten tegen de honderd zijn geweest. Zo kan zelfs een oorlog uit de jaren 30 op een ander continent nog dichtbij komen.