
Net als vorige week maandag ook deze maandag een aflevering van de reeks faits divers, die hiermee bijna regelmatig dreigt te worden. Wat voor een onregelmatig verschijnende rubriek niet de bedoeling is, zeker niet als het tijdslot op maandag eigenlijk is gereserveerd voor oudheidkundige methoden, theorie en technieken.
***
Barbara Levick
De Britse Oxford-oudhistorica Barbara Levick is overleden. Een paar maanden geleden alweer, maar ik wist er nog niet van. Het is moeilijk te zeggen wat haar belangrijkste boeken zijn, want het zijn allemaal monumentjes. Als herdruk een criterium is, zal haar bronnenboek The Government of the Roman Empire (1985) wel het meest invloedrijk zijn. Het is een collectie van bijna 250 teksten die documenteren hoe het Romeinse keizerrijk functioneerde. De verzameling was misschien niet heel innoverend, maar het is leuk hoe ze systematisch literaire bronnen koppelt aan inscripties. Dat het boek alweer wat ouder is, blijkt uit het feit dat er slechts één tekst in is opgenomen die niet in het Latijn of Grieks is. Dat is geen verwijt. 1985 is al een half mensenleven geleden. Het zou echter, vermoed ik, nu anders zijn.
Andere boeken van Levick vallen in het genre grotemannengeschiedenis: een bekende biografie van keizer Tiberius (1976), een iets minder bekende van Claudius (1990), een derde over Vespasianus (1999), dat ik persoonlijk het beste vind. In alle drie boeken toont ze hoe carrières samenhingen met patronage. Later volgde een biografie van keizerin Julia Domna (2007) en een dubbelbiografie van Faustina I en Faustina II (2014). Al deze boeken hadden de deugden en gebreken van het genoemde bronnenboek: weinig gebruik van Aramese teksten, wat bij de Syrische Julia Domna opvallend is, en een verbluffend knap gebruik van literaire teksten en inscripties.
Die biografieën veronderstellen veel en grondig prosopografisch onderzoek – zeg maar onderzoek naar loopbanen en netwerken. Toen ik eens met Levick lunchte, schudde ze zo enkele gouverneurs van Germania Inferior uit haar mouw. Ik vraag me af hoeveel Nederlandse oudheidkundigen dat kunnen.
Doetinchem
Deze reeks heet Faits divers, meervoud, en dus moet voeg ik nog iets persoonlijks toe. Aanstaande dinsdag – dat is dus morgen – spreek ik in Doetinchem. Dat vind ik erg leuk; het is een deel van Nederland waar ik zelden kom én graag kom omdat mijn familie er vandaan komt. Dus ik heb er zin in en ik spreek van 19:00 tot 21:00 over Hannibal in het wielercafé Parijs is nog ver. De overeenkomst tussen Hannibal en de wielersport is er wel degelijk, maar u moet langs komen om te vernemen welke dat is.
Later dit jaar, op 23 en 30 november, verzorg ik in Doetinchem ook een cursus over de historische Jezus. Hoe ik dat in verband breng met de wielersport, weet ik op dit moment nog niet, maar schrijf u niettemin in.

Aan het begin van het jaar was ik bij JL’s lezing over Hannibal in Groningen. Zeer de moeite waard, dus ik kan het iedereen in het oosten van het land aanbevelen.
Ja, Jona is een leuke spreker, die weet waar hij het over heeft en aangeeft wat hij niet weet. Dat is prettig.
Beste Jona Lendering
Ik zou heel graag deelnemen aan de cursus over “de historische Jezus”, maar Doetinchem is voor mij niet echt bij de deur: ik woon bij Mechelen (precies tussen Brussel en Antwerpen) en de afstand tot Doetinchem bedraagt 220 km.
Daarom mijn vraag: geeft u die cursus ook ergens dichter bij Vlaanderen?
Ik zou het dolgraag willen, want ik houd van Vlaanderen. Maar ik zou een zaal moeten kunnen huren; en vervolgens voldoende deelnemers moeten hebben om de huur en de reiskosten te betalen, en liefst ook nog wat geld te verdienen. En dan moet de trein nog rijden ook, wat in Nederland maar de vraag is.
Ik heb weleens gedacht aan een weekend: we beginnen op een zaterdagmiddag, dineren, doen een avondsessie, en dan twee sessies op zondag. Dat is te overzien, maar het valt moeilijk te organiseren.
“..omdat mijn familie er vandaan komt” . Volgens de Nederlandse familienamenbank woonden in 2007 van de 141 Lenderings in totaal er 32 in Doetinchem en 36 in de gemeenten daaromheen.