
Ik blogde al eerder over de Perzische dichter en filosoof Nasir Khusrau (1004 – ca. 1080), die in 1047, op doorreis naar Mekka, door het huidige Libanon kwam. Van zijn zevenjarige reis door de Levant, Arabië en Egypte deed hij verslag in de Safarname, “het boek der reizen”. Het is een waardevolle bron voor de tijd vóór de Kruistochten. In Beiroet zag hij iets dat een Romeinse triomfboog zal zijn geweest. De foto hierboven is niet genomen in Beiroet maar in Palmyra en geeft een idee van het door Nasir Khusrau beschreven monument.
***
Een ereboog?
Van Byblos gingen we verder naar Beiroet. Hier zag ik een stenen boog die zo groot was dat de weg er doorheen liep; de hoogte van de boog wordt geschat op vijftig el (tweeëntwintig meter). De zijkanten van deze boog zijn gemaakt van witte steen en elk blok moet meer dan duizend man (vier-en-halve ton) wegen. Het hoofdstel is van baksteen en zo’n twintig el (negen meter) hoog.
Er staan marmeren zuilen, acht el hoog en zó dik dat twee mannen met gestrekte armen de omtrek met moeite kunnen omgeven. Boven die kolommen hebben ze arcades gebouwd, zowel naar rechts als naar links, geheel vervaardigd van stenen die precies passend zijn gemaakt zonder mortel of cement. De stenen middenboog rijst daartussen op en torent boven de arcades uit tot een hoogte van vijftig el. De steenblokken die zijn gebruikt voor de constructie van deze bogen waren volgens mijn schatting elk acht el hoog en vier el breed, en volgens een schatting moeten ze elk zo’n zevenduizend man (ruim dertig ton) wegen. Elk van deze stenen is prachtig bewerkt en gebeeldhouwd op een manier die zelden wordt bereikt, zelfs niet in hout.
Behalve deze boog is er in Beiroet geen ander oud gebouw overgebleven. Ik vroeg in de buurt wat het doel van de boog was, en de mensen antwoordden dat, zoals zij dachten te weten van horen zeggen, dit de poort was geweest van de tuin van de farao. In elk geval was de boog zeer oud.
Zuilen
Het veld rondom deze boog lag vol marmeren zuilen, zowel kapitelen als schachten. Ze waren allemaal van marmer en gebeiteld, rond, vierkant, zeshoekig of achthoekig; en allemaal van zo’n extreem harde steen dat ijzeren gereedschap er geen spoor op achterliet.
Nu is er in het hele omliggende land geen berg of steengroeve waar deze steen vandaan kan komen. Er is wel een andere steensoort, die eruitziet alsof ze bewerkbaar is, maar waarop, net als op de vorige steensoort, zelfs ijzer geen sporen achterlaat. In de diverse delen van Syrië staan ongeveer 500.000 zuilen, kapitelen en schachten, waarvan niemand nu de maker kent, of kan zeggen voor welk doel ze werden gehouwen, of waar ze vandaan kwamen.
***
PS
U hebt begrepen dat ik deze dagen extra blog over Libanon omdat het land, dat al rijk is aan problemen, er een oorlog bij krijgt. Mijn blogjes zullen de situatie daar niet verbeteren, maar u kunt dat wel. Als u wat kunt missen, doneer dan voor de zorg van de vluchtelingen: dat kan hier en daar. En dit is een project van iemand die ik persoonlijk ken en vertrouw.
Zelfde tijdvak
Abbasiden en Turkenseptember 19, 2015
De Europese canon (6-10)mei 28, 2024
Byzantium, een onbegrepen wereldrijkapril 15, 2019

De herinnering aan Rome was dus een beetje weggezakt in Beiroet in die tijd, maar de herinnering aan de farao’s -veel langer geleden- sluimerende nog.
Dat zal zijn omdat de Farao in de Koran voorkomt.
Ja, dat dacht ik ook al. En in de bijbel komt de farao natuurlijk ook voor.
Oh. Enne… even terug naar het onderwerp van vanmorgen. Daar wordt gesteld dat God ook “een” God kan zijn. En dat heeft dus te maken met vertalingen uit het Grieks.
Maar in de bijbel wordt Farao ook altijd genoemd zonder lidwoord. Alsof Farao ook een soort van God is…
Hoe zit dit nou?
De farao is geen god, maar heeft goddelijke aspecten; als ik tenminste deze leerstelling van wijlen prof. dr J.F. Borghouts (hoogleraar egyptologie te Leiden) correct weergeef.