Ibn Ishāq en andere bronnen voor het leven van Mohammed

De sīra is een hele tak van Arabische literatuur, waarvan de biografie van de profeet Mohammed de kern vormt. De bekendste vertegenwoordiger is het boek van Ibn Ishāq (gest. 767), dat is overgeleverd in de bewerking van Ibn Hishām (gest. rond 828). Omdat de sīra echter méér behelst dan alleen de biografie, is het weinig zinvol het beroemde boek alleen in die versie te lezen. De teksten van ‘Urwa ibn al-Zubayr (gest. 711) zijn niet alleen ouder maar ook minstens zo belangrijk.

Hier volgt een overzicht van de vroegste Arabische teksten in het genre sīra. Daarvan zijn er steeds meer in vertaling verkrijgbaar. Zelf vind ik de latere sīra-boeken niet zo interessant, hoewel men er telkens weer op wijst dat late boeken vroege teksten kunnen bevatten. Dat is waar, maar er is eerst nog een heleboel te lezen waarvan in ieder geval vaststaat dat het oud is.

De Vertellers

Belangrijk is Wahb ibn Munabbih. Deze noem ik slechts volledigheidshalve; hierin gaat u zich zeker niet het eerst verdiepen.

Sīra-collecties

De volgende werken zijn in vertaling te lezen:

  • De zojuist genoemde Urwa ibn al-Zubayr (overl. 711). Zeer oude berichten over de profeet, in het Engels vertaald: Andreas Görke, Gregor Schoeler, The Earliest Writings on the Life of Muḥammad. The ‘Urwa Corpus and the Non-Muslim Sources, Berlin/London 2024.
  • Ibn Ishāq (gest. 767), Engelse vertaling: Alfred Guillaume, The Life of Muhammad. A translation of Ibn Ishāq’s Sīrat Rasūl Allāh, Oxford 1955, Karachi 1978; Nederlandse vertaling van een keuze uit de teksten: Ibn Ishaak, Het leven van Mohammed. De vroegste Arabische verhalen, vert. Wim Raven, Amsterdam 2000 (de uitgave van 1980 is verouderd). Deels ook in Al-Tabarī: Engelse vert.: E. Yarshater (uitg.), The history of al-Tabarī. An annotated translation, 39 dln., Albany 1985–1999, dl. 6 en 7.
  • Ma‘mar ibn Rāshid (gest. 770). Even oud als Ibn Ishāq, maar een iets ander geluid. Engelse vertaling: Sean W. Anthony, The Expeditions. An Early Biography of Muhammad, New York University Press 2015.
  • Al-Wāqidī (gest. 822), vert. Rizwi Faizer en Abdulkader Tayob, The Life of Muhammad, al-Wāqidī’s Kitāb al-Maghāzī, New York 2011.
  • Ibn Sa‘d (gest. 845), Kitāb al-Tabaqāt al-Kabīrdeel 1 en 2, vert. S. Moinul Haq, Pakistan Historical Society 1967 en 1972 (Er bestaan reprints van).

Wie het echt niet kan laten, kan ook Ibn Kathīr (± 1300–1373) in vertaling lezen: The Life of the Prophet Muhammad, 4 vols., vert. Trevor Le Gassick, Reading 1998–2000.

Ibn Ishāq of Ibn Hishām?

Misschien is het goed de eeuwige verwarring tussen die beide heren in het kort nog eens op te helderen. De belangrijke auteur is Ibn Ishāq (gest. 767). Diens boek bestaat niet meer, maar er zijn afschriften en uittreksels bewaard, waarvan er twee in vertaling toegankelijk zijn:

  1. De bekendste is ‘Abd al-Malik ibn Hishām (gest. ± 830), die er zelf ook uitvoerige noten aan heeft toegevoegd, maar ook enkele episodes heeft weggelaten die hij ongepast vond, zoals het moment waarop Mohammed zelfmoord overwoog.
  2. De Pers al-Tabarī (gest. 923) heeft in zijn omvangrijke geschiedwerk Ta’rīkh al-rusul wal-mulūk aanzienlijke delen van Ibn Ishāq’s werk overgeleverd. Zijn versie is verwant aan die van Ibn Hishām, maar korter.

Hadithcollecties

Verscheidene hadith-verzamelingen hebben een maghāzī-rubriek, d.w.z. een hoofdstuk over de krijgstochten van de profeet, maar ook over de biografie in het algemeen; zo bij voorbeeld de collecties van Ibn Abī Shayba (Musannaf, xiv, 283-601) en al-Bukhārī (Sahīh, Maghāzī). De hierboven genoemde Ma‘mar ibn Rāshid biedt ook hadithen, maar  zijn collectie vormt een apart tekstblok met een zekere mate van compositie, wat in de andere collecties niet het geval is; daarom heb ik hem bij de sīra-werken opgenomen.

Verder komen sīra-fragmenten overal verspreid in hadithcollecties voor; helaas veelal juist in collecties die niet vertaald zijn. Veel verhalen die in de vroegste bronnen geen of slechts een gebrekkige overleveringsketen (isnād) hadden, werden salonfähig gemaakt door ze van zo’n keten te voorzien en konden zo in de zog. ‘canonieke’ hadithcollecties voor de vergetelheid gered worden.

Hadith is meestal niet zo geneigd tot vertellen, maar concentreert zich vooral op wat toegestaan, verboden of ethisch aanbevelenswaardig is. Sīra-elementen kunnen daarom in de Hadith gede- of gerecontextualiseerd worden. Het is bijvoorbeeld interessant te zien hoe het gebruik van een tandenstokje door de profeet op zijn sterfbed (Ibn Ishāq, Sīra, 1011; vert. 250) in de hadith veranderde van een klein vertelelementje in een voorbeeld voor het leven van alledag (Bukhārī, Sahīh, Maghāzī 83 en Djum‘a 9).

Er zijn echter ook hadithen die eruit zien alsof ze een biografisch elementje bevatten, die echter in werkelijkheid van meet af aan als grondslag voor een rechtsregel bedoeld waren. Ik reken daartoe bij voorbeeld het materiaal over Māriya de Koptische, een slavin die door een christelijke heerser, de Muqawqis van Alexandrië, aan de profeet zou zijn geschonken en de moeder werd van zijn jong gestorven zoontje..

De bronnen in het Arabisch

  • Al-Bukhārī: Sahīh al-Bukhārī, uitg. Krehl/Juynboll, Leiden 1862–1908 [Dl. 4. is goed bruikbaar, de andere matig. Er bestaan ettelijke andere uitgaven; de meeste zijn slordig].
  • Ibn Isḥāq: Das Leben Muhammed’s nach Muhammed Ibn Ishâk bearbeitet von Abd al-Malik Ibn Hischâm, uitg. F. Wüstenfeldt. 2 Bde., Göttingen 1858-60.
  • Ibn Isḥāq: de versie van al-‘Utāridī: Sīrat Ibn Ishāq al-musammā bi-Kitāb al-mubtada’ wal-mab‘ath wal-maghāzī,  M. Hamīd Allāh, Rabat 1976, herdrukt Konya 1981 (een mindere uitgave: Ibn Ishāq, Kitāb al-Siyar wa-l-maghāzī, ed. S. Zakkār, Beirut 1978).
  • Ibn Isḥāq in Al-Tabarī, [Ta’rīkh al-rusul wal-mulūkAnnales, uitg. M.J. de Goeje et al., 14 dln., Leiden 1879–1901. In deze editie hieronline (volledig?); in een anonieme editie hier. Engelse vertaling: E. Yarshater (uitg.), The history of al-Tabarī. An annotated translation, 39 dln., Albany 1985–1999.
  • Ibn Sa‘d (gest. 845), Kitāb al-Tabaqāt al-Kabīr, uitg. E. Sachau e.a., Leiden 1904–1921. De biografie staat in deel 1 en 2.
  • Ibn abī Shayba, Musannaf, 15 dln., Haydarābād 1966 ff.
  • Ma‘mar ibn Rāshid: in ‘Abd al-Razzāq al-San‘ānī, Muṣannaf, 11 dln. + Indexdeel, Beiroet 1973. De biografische teksten van Ma‘mar staan in dl. 5; pdf hier.
  • Al-Wāqidī (gest. 822), The Kitāb al-Maghāzī, uitg. Marsden Jones, 3 vols. London 1966.

Secundair

  • J. Kister, ‘The sīrah literature,’ in: A.F.L. Beeston (uitg.), The Cambridge History of Arabic Literature. Arabic literature to the end of the Umayyad period, Cambridge 1983, 352–67. Ook online.
  • Wim Raven, ‘The Chewstick of the Prophet in Sīra and ḥadīth,’ in: Islamic Thought in the Middle Ages. Studies in Text, Transmission and Translation, in Honour of Hans Daiber, Edited by Anna Akasoy and Wim Raven, Leiden/Boston 2008, 593–611. Hier online
  • Schöller, Exegetisches Denken und Prophetenbiographie. Eine quellenkritische Analyse der Sīra-Überlieferung zu Muḥammads Konflikt mit den Juden, Wiesbaden 1998.

[Dit stuk verscheen oorspronkelijk op de eigen blog van Wim Raven en ook op de beëindigde website Grondslagen.net.]


Romeins Zuid-Limburg

augustus 18, 2018

De Avaren

mei 31, 2019
Deel dit:

3 gedachtes over “Ibn Ishāq en andere bronnen voor het leven van Mohammed

  1. Merit

    De zoon van Izaäk ‘Het leven van de Geprezene’, zo zou het boek met inleiding van Wim Raven, uitg. Bulaaq, ook kunnen heten.
    Er zijn nogal veel niet vertaalde namen en woorden in zijn blog van vandaag.
    Bijvoorbeeld het boek Tariq: (De weg) al roesoel (van de profeten) we (en) al moeloek (de koningen) van at-Tabarī, d.i. Die uit Tabaristan, een streek in Iran vlgns wikipedia.

    Muqawqis van Alexandrië, meneer Kaukasus, zond een koptische vrouw naar Medina. Een dienares, arabisch ‘abd’, zoals ook een dominee een ‘abd’, een dienaar ofwel Knecht des Heeren wordt genoemd en zoals Obed, zoon van Ruth.

    Misschien vanwege deze dienares bericht Raven in zijn inleiding op blz. 14: “Veel van deze stof heeft een joodse of christelijke achtergrond” en op blz. 23: “Veel van deze namen zijn de verarabischte vormen van Hebreeuwse namen..”

  2. Ben Spaans

    Sterker vertaalt betekent -abd ‘slaaf’
    Net als ‘Uw naastens…dienstknecht noch diens dienstmaagd’ sterker vertaalt ook ‘slaaf’ en ‘slavin’ kunnen betekenen.

  3. Pingback: Archaeology 2024-11-09 – Ingram Braun

Reacties zijn gesloten.