De Cyrenaica (2)

Apollonia (Cyrenaica)

[Dit is het tweede en laatste blogje over de Cyrenaica.]

Een tijd zonder geschiedenis

De Perzen veroverden Egypte in 525 v.Chr. en lijken daarna de Cyrenaica te hebben onderworpen. Uit de Historiën van Herodotos van Halikarnassos zouden we afleiden dat het gebeurde rond 513, maar zoals zo veel dateringen is ook dit jaartal niet zo zeker als het lijkt. Het is onduidelijk of de Achaimeniden daadwerkelijk de regio hebben beheerst: ze lag immers ver weg. Het is in elk geval waarschijnlijk dat de Cyrenaica haar zelfstandigheid herwon toen koning Xerxes de perifere rijksdelen opgaf. In elk geval moeten de steden van de Cyrenaica na de onafhankelijkheid van Egypte in 404 autonoom zijn geweest.

Lees verder “De Cyrenaica (2)”

Overijssel: Springendal

Een deel van de voorwerpen uit Springendal (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.] 

Springendal

Eerder vanavond schreef ik dat de archeoblabla niet moe wordt n’importe welke vondst aan te duiden als schat, terwijl er maar een paar vondsten zijn die werkelijk zo zijn te typeren. Een heel kras voorbeeld is het edelmetaal uit Springendal, in Twente, in het oosten van Nederland: een stuk of honderd gouden munten en nog wat andere edelmetaal. Verschillende mensen hebben daar in de late zesde eeuw en in de zevende eeuw munten achtergelaten op een met palen gemarkeerd kruispunt van wegen. Tot de oudste stukjes edelmetaal behoort het beslag van een riem, mogelijk nog uit de vijfde eeuw.

Lees verder “Overijssel: Springendal”

Het koptische alfabet

Koptische schrijfoefening (klik=groot; Ägyptisches Museum, Leipzig)

De Kopten zijn, simpel gezegd, de christenen van Egypte. Ook al is hun land sinds de zevende eeuw geïslamiseerd, ze houden vast aan de laat-Romeinse godsdienst, waaraan ze sinds het Concilie van Chalkedon (in 451) een eigen draai hebben gegeven: het zijn monofysieten. De Kopten hielden ook eeuwenlang vast aan een oude taal, die afstamde van het Egyptisch van de farao’s. Toen de Grieken ten tijde van Alexander de Grote de macht in Egypte overnamen, namen de bewoners van dat land het Griekse alfabet over, maar ze pasten het aan hun eigen taal aan. Hierboven ziet u een schrijfoefening uit de zevende eeuw na Chr., die ik vorig jaar fotografeerde in het Ägyptisches Museum van de Universiteit van Leipzig. (Dat is overigens op een boogscheut van de plek waar begin vorige maand twee doden vielen toen iemand met een auto inreed op mensen in een winkelstraat.)

Doordat het hout in de loop der eeuwen donker is geworden, is de tekst wat moeilijk leesbaar, maar als u Grieks kunt lezen, herkent u met enige moeite de karakters wel in de eerste kolommen. De laatste kolom bestaat uit tekens die het Koptische alfabet heeft ontleend aan het demotisch, een van de oud-Egyptische schriftsoorten. Deze tekens geven enkele klanken weer die in het Grieks niet bestonden en in het laat-oud-Egyptisch wel. Van boven naar beneden gaat het om de š, een soort f, de h, de j en een keiharde g.

Lees verder “Het koptische alfabet”

De Maronitische Wereldkroniek (8) Konstans II

Konstans II (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

[Dit is het achtste van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

954 SE. ≡ okt.642/sept.643

Toen … Konstans, zoon van Konstantinos, en het was het jaar 954 toen Konstans op de troon zat.

2 Konstans ≡ okt.644/sept.645

In het tweede jaar van Konstans overleed…
……
In het hele land van de Romeinen namen ze mensen gevangen. Ze plunderden, doodden, verbrandden en vernielden alles, en deden genadeloos alles wat ze wilden doen. Er was geen plaats die aan hun handen ontsnapte, behalve de stad van de keizer. Zo brachten ze het sterke rijk van de Romeinen, dat zijn gelijke niet kende, ten val en brachten het in deze staat van grote vernedering.

Maar lof zij de wijze Rechter die alles naar Zijn believen vermag te doen.

Lees verder “De Maronitische Wereldkroniek (8) Konstans II”

De Maronitische Wereldkroniek (7) Herakleios

Herakleios en zijn zoon Konstantinos (Staatliche Münzsammlung, München)

[Dit is het zevende van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

921 SE. ≡ okt.609/sept.610

Vanaf het jaar 921 regeerde Herakleios … zij kwamen af op de stad … voor hen lag de stad …
……
…… en de Romeinen werden verdreven uit de gebieden van Syrië en Egypte, en de Perzen beheersten het twintig jaar lang. Zoiets was al heel lang niet voorgekomen: sinds de Romeinen het hun heerschappij hadden gevestigd, nog vóór de komst van onze Heer Christus, was dit gebied door geen vreemd volk bestuurd. De Romeinen trokken zich volledig terug, tot op de dag van vandaag. Maar eer zij Degene die doet wat Hem behaagt.
Aan het begin van de heerschappij van Herakleios was er een man uit het volk van de Arabieren, wijs in zijn uiterlijk en kennis
……

Lees verder “De Maronitische Wereldkroniek (7) Herakleios”

Byzantijns Thracië

Het slagveld van Adrianopel

[Dit is het laatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Volksverhuizingen, deel één

Ik heb op deze blog regelmatig aangegeven dat de Grote Volksverhuizingen niet zo groot waren, dat er zelden hele volken bij waren betrokken en dat er eigenlijk ook niet meetbaar meer werd verhuisd dan anders. Op die regel zijn wel wat uitzonderingen, en het diocees Thracië is er daarvan een.

Om te beginnen verzochten in 375 allerlei groepen uit de noordelijke gebieden of ze zich mochten vestigen in het Romeinse Rijk. Het ging om de Goten die bekendstaan als Tervingi, maar er waren ook andere migranten. Zo’n verzoek was niet uniek en keizer Valens zag, zoals al zijn voorgangers in soortgelijke situaties, een gelegenheid om nieuwe boeren en belastingbetalers te werven. Dit keer liepen de zaken uit de hand. Weggelopen slaven en onderdrukte Thracische boeren sloten zich erbij aan – ook geen nieuw verschijnsel – en in 378 sneuvelde de keizer, die probeerde de groep in het gareel te dwingen, in de slag bij Adrianopel. Later auteurs zouden beweren dat de migranten waren opgejaagd door de naderende Hunnen (die op dit moment echter niet de geduchte vijand waren die ze een halve eeuw later zouden zijn) en dat ze in Adrianopel zouden hebben aangestuurd op een conflict (wat maar de vraag is).

Lees verder “Byzantijns Thracië”

De hoofddoek (3) de islam

Mannen blootshoofds, vrouwen met een hoofddoek (Archeologisch museum, Palmyra)

Ik kom in mijn reeks over de hoofddoek bij de laatantieke wereld. Normaal gesproken bekreunt niemand zich om die periode, zoals we duidelijk zien als het achterhaalde idee van een “val” van het Romeinse Rijk door “volksverhuizingen” weer eens van zolder wordt herhaald. De laatantieke waarheid kan niemand dus wat schelen, tenzij het gaat om de uitleg van een koranisch voorschrift. Dan lopen de gemoederen hoog op en weet iedereen ineens dit: namelijk dat datgene wat ’ie er in het heden van vindt, ook in het verleden van toepassing is geweest.

Maar moderne opvattingen doen voor de historicus niet ter zake. De historicus wil alleen maar weten wat vroeger is gebeurd en gedacht. Hij doet geen uitspraken over het heden. Dat heeft genoeg aan zichzelf; discussies over de actualiteit worden niet beter door ze te besmetten met de Oudheid.

Lees verder “De hoofddoek (3) de islam”

De opstand van Hermenegild (2)

Visigotische votiefkroon (Visigotisch Museum)

[Laatste van tweede blogjes over de opstand van Hermenegild. Het eerste was hier.]

Vierde bedrijf: Oorlog?

Koning Leovigild liet het niet bij een religieuze volte-face: hij trok ten strijde. Maar niet tegen zijn zoon. Zijn eerste campagne voerde hem naar het noorden, naar de Basken: door zijn gezag daar te laten gelden, verhinderde hij dat de Franken zich in een mogelijke burgeroorlog in het Rijk van Toledo zouden mengen. Een tweede operatie bracht hem naar Mérida, waar hij de weg afsneed waarmee de Sueben Hermenegild te hulp zouden hebben kunnen schieten. Pas nu rukte hij op naar Sevilla.

Hermenegild had in de voorgaande tijd, toen zijn vader in het noorden was, alle gelegenheid gehad om op te rukken naar Toledo, maar dat deed hij niet. Het was, zo zei hij, niet passend dat een zoon met geweld optrad tegen een vader. De Latijnse formulering is een echo van de Latijnse vertaling van een beroemde regel uit het Bijbelboek Samuël: als David de mogelijkheid heeft koning Saul uit te schakelen, zegt hij dat het niet passend is met geweld op te treden tegen een gezalfde des heren.

Lees verder “De opstand van Hermenegild (2)”

Manicheeërs in China

Schijf met manichese motieven (Wereldmuseum, Leiden)

Het manicheïsme is een verdwenen godsdienst uit de Late Oudheid. De stichter was de Mesopotamische profeet Mani (216-274 na Chr.), die onderwees dat het universum was verdeeld in twee strijdige kampen, de kwade materiële wereld (“de Duisternis”)  en de goede wereld van de geest (“het Licht”). Dit dualisme deelde het manicheïsme met het Perzische zoroastrisme. Daarnaast accepteerde het elementen uit het neoplatonisme, het rabbijnse jodendom, de gnosis, de hellenistische godsdiensten van Mesopotamië en het vroege christendom. Mani beschouwde zich als de Pleitbezorger (Parakleet) die in het Johannes-evangelie wordt aangekondigd.noot Johannes 14.16. Mani kende ook de Indische godsdiensten en er zijn in de manichese geschriften ook boeddhistische elementen aan te wijzen.

Van Mani naar China

Het manicheïsme ontstond in het nog jonge Sassanidische Rijk, geregeerd door een dynastie die als voorvader een belangrijke priester van Anahita had. De eerste koningen waren geen scherpslijpers en kunnen Mani’s opvattingen, die een synthese vormden van alle binnen het rijk bestaande ideeën, hebben beschouwd als nuttig om eenheid te scheppen.

Lees verder “Manicheeërs in China”

Museum Dorestad heropend (2)

Munt uit Dorestad (Teylersmuseum, Haarlem)

[Tweede deel van een blog over het belang van Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede. Het eerste was hier.]

En de Germanen dan?

Hier zijn echter vraagtekens te plaatsen. Al vanaf de vroege zestiende eeuw staan in het Nederlandse geschiedbeeld de Germanen centraal. Het hertogdom Gelre, al snel gevolgd door de Republiek, identificeerde zich met de Bataven; de bewoners van de noordelijke gewesten noemen zich nog altijd Friezen; een krant uit Twente noemt zich Tubantia; tal van gemeentes beschikken over Chamavenstraten, Frankenwegen of Saksenlanen; er is een ware industrie van Batavia’s, Batavi Droogstoppels, Batavus-fietsen en Batavier-bieren.

Vreemd is deze identificatie met het Germaanse verleden niet: het Nederlands stamt immers af van het Frankisch, het christendom kwam hier aan in de Frankische tijd, de oudste laag van onze literatuur stamt uit die tijd en de Rotterdamse havens gaan via Dordrecht terug op – daar zijn we! – het Frankische Dorestad. Nederland wortelt in een Germaans verleden, maar dat verleden heeft een dubbele handicap, namelijk dat het enerzijds moeilijk beleefbaar valt te maken (wie van u bezocht Erve Eme in Zutphen?) en anderzijds nogal unzeitgemäβ is in het zich verenigende Europa.

Lees verder “Museum Dorestad heropend (2)”