De Maronitische Wereldkroniek (7) Herakleios

Herakleios en zijn zoon Konstantinos (Staatliche Münzsammlung, München)

[Dit is het zevende van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

921 SE. ≡ okt.609/sept.610

Vanaf het jaar 921 regeerde Herakleios … zij kwamen af op de stad … voor hen lag de stad …
……
…… en de Romeinen werden verdreven uit de gebieden van Syrië en Egypte, en de Perzen beheersten het twintig jaar lang. Zoiets was al heel lang niet voorgekomen: sinds de Romeinen het hun heerschappij hadden gevestigd, nog vóór de komst van onze Heer Christus, was dit gebied door geen vreemd volk bestuurd. De Romeinen trokken zich volledig terug, tot op de dag van vandaag. Maar eer zij Degene die doet wat Hem behaagt.
Aan het begin van de heerschappij van Herakleios was er een man uit het volk van de Arabieren, wijs in zijn uiterlijk en kennis
……

Lees verder “De Maronitische Wereldkroniek (7) Herakleios”

Byzantijns Thracië

Het slagveld van Adrianopel

[Dit is het laatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Volksverhuizingen, deel één

Ik heb op deze blog regelmatig aangegeven dat de Grote Volksverhuizingen niet zo groot waren, dat er zelden hele volken bij waren betrokken en dat er eigenlijk ook niet meetbaar meer werd verhuisd dan anders. Op die regel zijn wel wat uitzonderingen, en het diocees Thracië is er daarvan een.

Om te beginnen verzochten in 375 allerlei groepen uit de noordelijke gebieden of ze zich mochten vestigen in het Romeinse Rijk. Het ging om de Goten die bekendstaan als Tervingi, maar er waren ook andere migranten. Zo’n verzoek was niet uniek en keizer Valens zag, zoals al zijn voorgangers in soortgelijke situaties, een gelegenheid om nieuwe boeren en belastingbetalers te werven. Dit keer liepen de zaken uit de hand. Weggelopen slaven en onderdrukte Thracische boeren sloten zich erbij aan – ook geen nieuw verschijnsel – en in 378 sneuvelde de keizer, die probeerde de groep in het gareel te dwingen, in de slag bij Adrianopel. Later auteurs zouden beweren dat de migranten waren opgejaagd door de naderende Hunnen (die op dit moment echter niet de geduchte vijand waren die ze een halve eeuw later zouden zijn) en dat ze in Adrianopel zouden hebben aangestuurd op een conflict (wat maar de vraag is).

Lees verder “Byzantijns Thracië”

De hoofddoek (3) de islam

Mannen blootshoofds, vrouwen met een hoofddoek (Archeologisch museum, Palmyra)

Ik kom in mijn reeks over de hoofddoek bij de laatantieke wereld. Normaal gesproken bekreunt niemand zich om die periode, zoals we duidelijk zien als het achterhaalde idee van een “val” van het Romeinse Rijk door “volksverhuizingen” weer eens van zolder wordt herhaald. De laatantieke waarheid kan niemand dus wat schelen, tenzij het gaat om de uitleg van een koranisch voorschrift. Dan lopen de gemoederen hoog op en weet iedereen ineens dit: namelijk dat datgene wat ’ie er in het heden van vindt, ook in het verleden van toepassing is geweest.

Maar moderne opvattingen doen voor de historicus niet ter zake. De historicus wil alleen maar weten wat vroeger is gebeurd en gedacht. Hij doet geen uitspraken over het heden. Dat heeft genoeg aan zichzelf; discussies over de actualiteit worden niet beter door ze te besmetten met de Oudheid.

Lees verder “De hoofddoek (3) de islam”

De opstand van Hermenegild (2)

Visigotische votiefkroon (Visigotisch Museum)

[Laatste van tweede blogjes over de opstand van Hermenegild. Het eerste was hier.]

Vierde bedrijf: Oorlog?

Koning Leovigild liet het niet bij een religieuze volte-face: hij trok ten strijde. Maar niet tegen zijn zoon. Zijn eerste campagne voerde hem naar het noorden, naar de Basken: door zijn gezag daar te laten gelden, verhinderde hij dat de Franken zich in een mogelijke burgeroorlog in het Rijk van Toledo zouden mengen. Een tweede operatie bracht hem naar Mérida, waar hij de weg afsneed waarmee de Sueben Hermenegild te hulp zouden hebben kunnen schieten. Pas nu rukte hij op naar Sevilla.

Hermenegild had in de voorgaande tijd, toen zijn vader in het noorden was, alle gelegenheid gehad om op te rukken naar Toledo, maar dat deed hij niet. Het was, zo zei hij, niet passend dat een zoon met geweld optrad tegen een vader. De Latijnse formulering is een echo van de Latijnse vertaling van een beroemde regel uit het Bijbelboek Samuël: als David de mogelijkheid heeft koning Saul uit te schakelen, zegt hij dat het niet passend is met geweld op te treden tegen een gezalfde des heren.

Lees verder “De opstand van Hermenegild (2)”

Manicheeërs in China

Schijf met manichese motieven (Wereldmuseum, Leiden)

Het manicheïsme is een verdwenen godsdienst uit de Late Oudheid. De stichter was de Mesopotamische profeet Mani (216-274 na Chr.), die onderwees dat het universum was verdeeld in twee strijdige kampen, de kwade materiële wereld (“de Duisternis”)  en de goede wereld van de geest (“het Licht”). Dit dualisme deelde het manicheïsme met het Perzische zoroastrisme. Daarnaast accepteerde het elementen uit het neoplatonisme, het rabbijnse jodendom, de gnosis, de hellenistische godsdiensten van Mesopotamië en het vroege christendom. Mani beschouwde zich als de Pleitbezorger (Parakleet) die in het Johannes-evangelie wordt aangekondigd.noot Johannes 14.16. Mani kende ook de Indische godsdiensten en er zijn in de manichese geschriften ook boeddhistische elementen aan te wijzen.

Van Mani naar China

Het manicheïsme ontstond in het nog jonge Sassanidische Rijk, geregeerd door een dynastie die als voorvader een belangrijke priester van Anahita had. De eerste koningen waren geen scherpslijpers en kunnen Mani’s opvattingen, die een synthese vormden van alle binnen het rijk bestaande ideeën, hebben beschouwd als nuttig om eenheid te scheppen.

Lees verder “Manicheeërs in China”

Museum Dorestad heropend (2)

Munt uit Dorestad (Teylersmuseum, Haarlem)

[Tweede deel van een blog over het belang van Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede. Het eerste was hier.]

En de Germanen dan?

Hier zijn echter vraagtekens te plaatsen. Al vanaf de vroege zestiende eeuw staan in het Nederlandse geschiedbeeld de Germanen centraal. Het hertogdom Gelre, al snel gevolgd door de Republiek, identificeerde zich met de Bataven; de bewoners van de noordelijke gewesten noemen zich nog altijd Friezen; een krant uit Twente noemt zich Tubantia; tal van gemeentes beschikken over Chamavenstraten, Frankenwegen of Saksenlanen; er is een ware industrie van Batavia’s, Batavi Droogstoppels, Batavus-fietsen en Batavier-bieren.

Vreemd is deze identificatie met het Germaanse verleden niet: het Nederlands stamt immers af van het Frankisch, het christendom kwam hier aan in de Frankische tijd, de oudste laag van onze literatuur stamt uit die tijd en de Rotterdamse havens gaan via Dordrecht terug op – daar zijn we! – het Frankische Dorestad. Nederland wortelt in een Germaans verleden, maar dat verleden heeft een dubbele handicap, namelijk dat het enerzijds moeilijk beleefbaar valt te maken (wie van u bezocht Erve Eme in Zutphen?) en anderzijds nogal unzeitgemäβ is in het zich verenigende Europa.

Lees verder “Museum Dorestad heropend (2)”

De reis van Xuan Zang (2)

Een stupa bij Taxila

[Ik blogde gisteren over de Chinese boeddhistische pelgrim Xuan Zang, die een bezoek bracht aan India en daarvan verslag deed. Deel een is hier.]

Vanuit Kashmir verder reizend naar de Punjab, werden Xuan Zang en zijn reisgenoten weer eens beroofd, maar met een andere monnik wist hij te ontsnappen. Een brahmaan besloot hen te helpen. Hij verzamelde wat dorpelingen en samen redden ze de andere metgezellen. Die treurden om hun verloren bagage, maar Xuan Zang herinnerde ze eraan dat aardse bezittingen eigenlijk slechts ballast waren. De bestolenen zullen deze relativerende woorden vast hebben ervaren als een grote troost.

Via de geboorteplaats van de Sanskriet-grammaticus Panini bereikte het beroofde reisgezelschap de stad Sangala en de rivier de Beas, die min of meer het oostelijkste punt waren geweest van de tocht van Alexander de Grote. Helaas levert Xuan Zang weinig informatie die ons helpt om precies vast te stellen waar Alexander moest terugkeren – maar u begrijpt waarom ik belangstelling heb gehad voor deze tekst.

Lees verder “De reis van Xuan Zang (2)”

De reis van Xuan Zang (1)

Xuan Zang

Ik ben niet zo vertrouwd met het boeddhisme, maar dankzij een blogje van Kees Alders weet ik dat in de eerste eeuw van onze jaartelling de boeddhistische stroming die bekendstaat als Mahayana zich vanuit de Punjab verspreidde tot in China. (Ik begrijp dat aanhangers van deze stroming denken dat niet alleen Boeddha, maar ieder mens in staat is verlicht te raken, en dat ze iemand die daarnaar streeft een Bodhisattva noemen.) De verspreiding van deze ideeën richting China was mogelijk doordat Centraal-Azië én de Punjab waren verenigd in het rijk van de Kushana’s.

Pelgrim en boekenzoeker

Uiteraard waren er vrome Chinese boeddhisten die geïnteresseerd waren in het land waar hun levensbeschouwelijke opvattingen waren ontstaan. Talloze pelgrims trokken over de Himalaya naar India. Ik blogde al eens over het onderzoek van de Leidse onderzoekster Marike van Aerde, die zich bezighoudt met de rotstekeningen uit het gebied van de Boven-Indus. Niet iedereen nam de weg over de hoge bergen. De Chinese reiziger Xuan Zang reisde vanuit Xinjiang langs een noordelijkere en westelijker route, door de Ferganavallei, door Sogdië en Baktrië, over de Hindu Kush en door Gandara naar de Punjab.

Lees verder “De reis van Xuan Zang (1)”

Het ontstaan van de islam

Rechtsgeleerden in discussie in een bibliotheek

Een tijdje geleden plaatste ik hier een reeks blogjes over het ontstaan van het Kalifaat. Die gebeurtenis vormt het slotakkoord van de Oudheid: de demografische neergang van de zesde eeuw, de groeiende samenwerking tussen de Arabischsprekenden, de doorbraak van het monotheïsme en soortgelijke laatantieke processen kwamen samen en het resultaat was een nieuwe samenleving. In die nieuwe samenleving ontwikkelde zich de islam, waarover ik ook al blogde.

De bliksemsnelle groei van een wereldrijk en de geboorte een wereldgodsdienst vormen interessante thema’s; het zijn onderwerpen waar wetenschappelijk beweging in zit; en ik denk er al langer over daar eens een boek aan te wijden. Het probleem is natuurlijk dat mijn kennis van het Arabisch en een hele reeks andere relevante talen beperkt is. Gelukkig ken ik aardige arabisten en islamologen.

Lees verder “Het ontstaan van de islam”

De grenzen van de Oudheid

Jan Collaert, “Nieuwe ontdekkingen” (1600)

Ik blogde onlangs over de ruimtelijke grenzen van de Oudheid. Volgens mij is de traditionele verdeling naar op taal gebaseerde culturen – dus Griekenland, Egypte, Perzië enz. – inmiddels achterhaald en is het nu zinvoller het verleden te bestuderen aan de hand van maatschappijtypen. Immers, het maatschappijtype stelt grenzen aan wat een gegeven cultuur vermag en het eigene blijkt uit de binnen die grenzen gemaakte keuzes. Er is echter nog een tweede afbakening van de Oudheid: de begrenzing in de tijd. Ook die is historisch gegroeid.

Drie tijdperken, twee transities

Ik heb ooit geweten wie de verdeling Oudheid – Middeleeuwen – Nieuwe Tijdnoot Die laatste wordt weer verdeeld in Nieuwe Tijd en Nieuwste Tijd, maar dat laat ik even buiten beschouwing. heeft bedacht; het was een geestelijke die werkzaam was op Corsica, als ik me goed herinner. Feit is in elk geval dat men ten tijde van de Italiaanse Renaissance het idee had dat er een nieuwe tijd was begonnen en dat er twee verledens waren om uit te kiezen: de Romeinse tijd (goed) en de Middeleeuwen (slecht). In allerlei opzichten zocht men aansluiting bij de Oudheid. Men zocht antieke teksten, men probeerde de oude filosofie te doen herleven, men zette gebouwen neer met quasi-antieke façades, en men streefde naar herstel van het vroegste christendom.

Lees verder “De grenzen van de Oudheid”