Theodor Nöldeke over de Koran

Theodor Nöldeke

Ik vertelde in mijn vorige blogje dat ik het voornemen heb een boek te schrijven over het ontstaan van de islam, met name over de geleerden die het islamitisch recht hebben ontworpen. Dan ontkom je er niet aan te kijken naar de oudste islamitische tekst die we hebben: de Koran. (Dankzij enkele koolstofdateringen van manuscripten weten we dat het boek inderdaad zo oud is als de islamitische traditie stelt: lees maar hier.) De Leidse geleerde Marijn van Putten suggereerde me dat ik eerst Nöldeke eens zou gaan lezen.

Dat hoefde hij me geen tweemaal te zeggen. Theodor Nöldeke (1836-1930) is een van die grote Duitse geleerden die vorm hebben gegeven aan de historische wetenschappen – denk ook aan Droysen, Schliemann, Mommsen, Wilamowitz en uiteraard Weber. Hun publicaties zijn niet alleen grundlegend, maar vaak ook heel leesbaar; ze hebben eigenlijk altijd alle problemen herkend die rond een bepaald thema spelen, en hoewel hun antwoorden regelmatig achterhaald zijn, leer je nog steeds van de helderheid waarmee ze de problemen identificeerden. De verklaring zal wel zijn dat academici destijds minder publicatiedruk hadden en de mogelijkheid hadden een probleem werkelijk te doordenken.

Lees verder “Theodor Nöldeke over de Koran”

Ibn Ishāq en andere bronnen voor het leven van Mohammed

De sīra is een hele tak van Arabische literatuur, waarvan de biografie van de profeet Mohammed de kern vormt. De bekendste vertegenwoordiger is het boek van Ibn Ishāq (gest. 767), dat is overgeleverd in de bewerking van Ibn Hishām (gest. rond 828). Omdat de sīra echter méér behelst dan alleen de biografie, is het weinig zinvol het beroemde boek alleen in die versie te lezen. De teksten van ‘Urwa ibn al-Zubayr (gest. 711) zijn niet alleen ouder maar ook minstens zo belangrijk.

Hier volgt een overzicht van de vroegste Arabische teksten in het genre sīra. Daarvan zijn er steeds meer in vertaling verkrijgbaar. Zelf vind ik de latere sīra-boeken niet zo interessant, hoewel men er telkens weer op wijst dat late boeken vroege teksten kunnen bevatten. Dat is waar, maar er is eerst nog een heleboel te lezen waarvan in ieder geval vaststaat dat het oud is.

Lees verder “Ibn Ishāq en andere bronnen voor het leven van Mohammed”

Mohammed en de joden

Mogelijk joods grafschrift uit Hegra

De relatie tussen Mohammed en de joden is een te groot en te ingewikkeld onderwerp om hier zomaar even te behandelen. In dit blogje zal ik alleen uitleggen waarom het zo ingewikkeld is.

De drie belangrijkste oude Arabische teksten waarin joden voorkomen, sluiten niet op elkaar aan en komen niet met elkaar overeen. De snippers in de oude poëzie, de fantastische verhalen in de hadith en de behandeling van de joden in iets latere geschiedwerken helpen ook niet verder.

De Koran

De Koran vermeldt de joden bij name (yahūd) en voert hen daarnaast, samen met de christenen, ook op onder de benaming ‘de mensen van de Schrift’ (ahl al-kitāb). De joden worden nu eens tot de gelovigen gerekend, dan weer tot de ongelovigen. Hun zonden in het verleden worden in religieuze termen vervat, die grotendeels parallel lopen met die in het Nieuwe Testament: de joden hebben profeten gedood en wilden ook Jezus doden; zij hebben zich niet aan de regels van hun eigen Thora gehouden en de meesten beschouwen zich als het uitverkoren volk — ten onrechte.

Lees verder “Mohammed en de joden”

Straffen in de hel

Volgens de islamitische overlevering heeft Mohammed een reis door hemel en hel gemaakt. In een vorige blog bood ik de tekst van Ibn Ishaq daarover aan en vermeldde  dat er in de Oudheid vele van zulke hemelvaartverhalen bestonden. Nu wil ik een deeltje van de beschrijving van de hel wat uitvergroten.

De profeet bezichtigt in de hel verschillende groepen zondaren:

  • Toen zag ik mannen met hanglippen als kamelen; in hun handen hadden zij stukken vuur als vuistgrote stenen, die zij in hun mond wierpen en die er van achteren weer uitkwamen. Ik vroeg Gabriël wie dat waren. Hij zei: ‘Dat zijn de mensen die onrechtmatig het bezit van de wezen hebben verteerd.’
  • Toen zag ik mannen, die mager stinkend vlees voor zich hadden staan en vet, smakelijk vlees ernaast, maar alleen van het stinkende vlees konden zij eten. ‘Wie zijn dat?’ vroeg ik Gabriël. Hij zei: ‘Dat zijn degenen die niet de vrouwen namen die God hun toestond, maar vrouwen naliepen die God hun verboden had.noot Ibn Isḥāq: Ibn Ishaak, Het leven van Mohammed, vert. Wim Raven, Amsterdam 2000, 85.

Lees verder “Straffen in de hel”

De nachtreis van Mohammed

De hemelreis van Mohammed

Hemelvaarten hoorden erbij in de Oudheid. Henoch, Mozes, Elia, Jesaja, Jezus, Paulus en nog anderen, ook in Perzië, zijn ten hemel gevaren. Mohammed kon natuurlijk niet achterblijven. De kern van het verhaal over zijn hemelvaart wordt door hemzelf verteld, dus betrouwbaarder kan niet. De gelovigen verwerven daardoor aanvullende kennis van het paradijs en de hel; de Koran gaf daarover slechts beperkt informatie. Mohammeds hemelvaart staat in een lange traditie, maar zou later het uitgangspunt voor een nieuwe reeks hemel- en hellevaarten worden, de mi‘rādj-litteratuur (Ma‘arrī, Libro della Scala, Dante e.a.).

Hieronder volgt het verhaal van Ibn Ishāq (704–767) in vertaling:

Lees verder “De nachtreis van Mohammed”

Wilde Mohammed zelfmoord plegen?

Djibrīl en Mohammed bij de berg Hira

In het grote geschiedwerk van Al-Tabarī (839-923) staat ook het verhaal van Mohammeds biograaf Ibn Ishāq (704-770) over hoe Mohammed de eerste Koranopenbaring ontving op de berg Hirā’. Het verhaal is de profeet zelf in de mond gelegd; wie anders immers zou als bron aannemelijk zijn? Het hele verhaal staat hier; voor het ogenblik licht ik er het fragment uit over Mohammeds gedachte aan zelfmoord. De profeet heeft net verteld hoe hij in een droom door Djibrīl (Gabriël) de eerste Koranverzen onderwezen heeft gekregen.

Twee versies

In Al-Tabarī’s versie van Ibn Ishāq vervolgt hij:

… Dat reciteerde ik; toen liet hij mij los en ging weg, en toen ik ontwaakte uit mijn slaap was het alsof het in mijn hart gegrift stond. Nu was er geen schepsel waar ik een groter hekel aan had dan dichters en bezetenen; ik kon ze niet zien of luchten. En ik dacht: “O wee, deze nietswaardige” — hij bedoelde zich zelf — “is een dichter of een bezetene. Maar dat zullen de Qurayshieten nooit van mij zeggen! Ik zal hoog de berg opklimmen en mij eraf storten; dan heb ik rust.” Dus ging ik met die bedoeling op weg en toen ik halverwege de berg was hoorde ik een stem uit de hemel die zei: “Mohammed! Jij bent de gezant Gods en ik ben Djibrīl.” … noot Al-Ṭabarī, [Taʾrīkh al-rusul wal-mulūk] Annales, uitg. M.J. de Goeje e.a., deel 1 (1879) 1150.

Lees verder “Wilde Mohammed zelfmoord plegen?”

De aankondiging van de geboorte van Mohammed

Amina presenteert de baby Mohammed aan haar schoonvader Abd-al-Muttalib.

Niet alleen de geboorte van Jezus werd aan zijn moeder verkondigd, ook die van Mohammed, althans volgens een nogal obscuur, moeilijk te dateren verhaal dat is opgenomen in het Leven van de Profeet van Ibn Ishaq.

De mensen vertellen — en alleen God weet wat ervan waar is — dat Āmina, de moeder van de Profeet, heeft verteld dat er tijdens haar zwangerschap [een stem?] tot haar kwam die zei: ‘Jij gaat zwanger van de heer van dit volk; als hij geboren is, zeg dan: “Laat de Ene hem behoeden voor het kwaad van elk die hem benijdt”, en noem hem Mohammed.’

Toen zij in verwachting van hem was zag zij een licht van zich uitgaan waardoor zij de burchten van Busrā in Syrië kon zien.noot Ibn Ishaak, Het leven van Mohammed (vert. Wim Raven, 2000):ويزعمونفيما يتحدث  الناس والله أعلم أن آمنة بنت وهب أم رسول الله ص كانت تحدث أنها أتيت، حين حملت برسول الله ص فقيل لها: أنك قد حملت بسيد هذه الأمة، فإذا وقع إلي الأرض فقولي: أعيذه بالواحد من شر كل حاسد ثم سمّيه محمدًا. ورأت حين حملت به أنه خرج منها نور رأت به قصور بُصْرى من أرض الشأم.

Lees verder “De aankondiging van de geboorte van Mohammed”

Het geboorte- en sterfjaar van Mohammed

Mohammed was geboren in het jaar van de olifant (Getty-museum, Malibu)

Mohammed (570-632)” staat in vrijwel iedere encyclopedie of inleiding tot de islam. Dat komt omdat zulke werken streven naar korte, recht-toe-recht-ane informatie, geen prijs stellen op vraagtekens en puntje-puntje-puntje, en omdat andere beroemde personen ook jaartallen hebben. Maar vast staat Mohammeds sterfjaar niet, en zijn geboortejaar al helemaal niet.

Er is in het leven van de profeet eigenlijk maar één jaartal dat solide is: het jaar 1 (622 na Chr.), het jaar van de hidjra, zijn emigratie van Mekka naar Medina. Dat jaartal staat vast, omdat het ongeveer twintig jaar na dato tot beginjaar gemaakt werd voor de islamitische tijdrekening en alle islamitische data tot op heden daarnaar berekend worden. Een eeuw later begonnen historici terugrekenend jaar na jaar te beschrijven wat er sinds dat jaar 1 was gebeurd. Daarbij zullen zeker fouten zijn opgetreden, maar er is in ieder geval een tijdschema gemaakt, en volgens dat schema stierf de profeet tien jaar na de emigratie, dus in 632. Dat lijkt dus nogal duidelijk.

Lees verder “Het geboorte- en sterfjaar van Mohammed”

Djahiliya, of: islamitische oudheidkunde

Stèle met een Arabische ruiter (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Hoe zag het leven in Arabië eruit vóór de komst van islam? Veel te lang hebben wetenschappers die vraag laten liggen, ook omdat Arabische overheden er niet in geïnteresseerd waren. In de laatste tijd neemt de kennis echter snel toe. Ik wil nu kort behandelen wat moslims daarover vanouds te vertellen hadden. Een van de zaken die modern onderzoek in de weg stonden, was namelijk hun traditionele opvatting over de Oudheid. Djāhilīya is de religieus getinte, islamitische benaming voor de tijd voor de islam.

Het Arabische werkwoord djahila betekent: ‘niet weten.’ Djāhilīya is dan: ‘toestand van onwetendheid, periode van onwetendheid’.

Barbarij en duisternis

‘Vóór de islam heersten barbarij en duisternis; met de profeet Mohammed verschenen het licht en het weten,’ zo is het islamitische perspectief samen te vatten. Dit wordt aanschouwelijk geformuleerd in de toespraak die Dja‘far ibn abī Ṭālib, de broer van ‘Alī, bij de Negus van Abessinië gehouden zou hebben. Meer dan een eeuw later wordt hij door de Ibn Isḥāq, de biograaf van de profeet, als volgt aangehaald:

Lees verder “Djahiliya, of: islamitische oudheidkunde”

Het ontstaan van het Kalifaat (2)

De moskee in Damascus, de eerste hoofdstad van het Kalifaat van de Umayyaden.

In het vorige blogje noemde ik enkele complicaties bij het traditionele beeld van het ontstaan van het Kalifaat. Hier zijn er nog een paar.

Monotheïsmes

Om te beginnen Mohammeds Arabische monotheïsme. Dat hij zich richtte tot mensen die Arabisch spraken, staat als een paal boven water. Maar hij was niet de eerste Arabische monotheïst. De meeste in het Arabisch gestelde religieuze inscripties uit de Late Oudheid zijn monotheïstisch. De belangrijkste auteur over het leven van de profeet, Ibn Ishaq, vermeldt al monotheïsten die vóór Mohammed actief waren in Mekka. Een in 2019 door Ahmad al-Jallad geïdentificeerde inscriptie uit Jemen bewijst dat de god van Mekka, Allah, en de al eerder vereerde enige hemelgod Rahman, al vóór Mohammed waren “gefuseerd” tot één godheid, en dat ook de formule “In de naam van Allah, de barmhartige, de genadevolle” op dat moment al bestond.

Lees verder “Het ontstaan van het Kalifaat (2)”