
Jaren geleden had ik op reis naar Schotland samen met de familie o.a. de Muur van Hadrianus uitgebreid bekeken. Een aantal dingen was blijven liggen. Mijn recente zevenweekse rondreis met een buscamper door Noord-Engeland en Schotland begon dan ook bij de twee meest oostelijke forten ten oosten van Newcastle upon Tyne, Arbeia op de zuidoever van de Tyne en op de noordoever Segedunum, dat vlakbij de veerboothaven bleek te liggen. Mijn plan was om in hoofdzaak langs de oostelijke kust naar het noorden te trekken, Skara Brae op het grote eiland van de Orkney-groepen en andere prehistorische en historische monumenten te bekijken en dan langs de westkant weer naar het zuiden af te zakken. Uiteraard heb ik onderweg ook allerlei andere dingen bezocht.
Voor de toegang heb ik gebruik gemaakt van het lidmaatschap van de Scottish Historical Society, die de meeste historische plaatsen in beheer heeft of als een soort museumjaarkaart de toegang heeft geregeld. Zo kostte Edinburgh Castle mij geen £21.50, maar helemaal niets en kreeg ik bovendien een soepel tijdslot toegekend. De belangrijkste musea in Edinburgh, Glasgow en andere plaatsen zijn sowieso voor iedereen gratis. Voor particuliere landgoederen en plaatselijke musea is wel toegang verschuldigd. Landhuizen zijn er veel minder dan in Engeland. Die musea zijn meestal goedkoop, en voor boven de vijfenzestig gaat er nog eens een paar pond af.

De Muur van Antoninus Pius
Bij het vorige bezoek aan Schotland was er geen gelegenheid geweest om ten noorden van Edinburgh rond te reizen. Het was dus nu tijd om de minder bekende overblijfselen van de Muur van Antoninus Pius te bezoeken. Deze is aangelegd door het Tweede Legioen Augusta onder bevel van Quintus Lollius Urbicus, legatus augusti tussen 139 en 143, en is slechts twintig jaar in gebruik gebleven. Op de moderne kaarten staan de restanten van deze wal, ca. 160 km ten noorden van die van Hadrianus, minder goed aangegeven dan van die eerdere muur, die is gebouwd tussen 122 en 128. Er staan in het gebied ten noordoosten van Glasgow wel overal bordjes langs de weg.
Ik volgde de Schotse oostkust naar het noorden en bereikte het Romeinse fort Rough Castle, vlakbij het Falkirk Wheel gelegen, een gigantische scheepslift gereedgekomen in 2002. De Muur van Antoninus Pius volgt in het oosten, bij Edinburgh, enkele riviertjes in de richting van de Forth (inmiddels overspannen door de beroemde spoorbrug) en de Noordzee. In het westen, bij Glasgow volgt ze enkel riviertjes die uitmonden in de Clyde en de Ierse Zee. De Muur van Antoninus Pius zelf is ongeveer drieënzestig kilometer lang.

Rough Castle
Meestal geeft Google Maps een prima route aan naar belangwekkende plaatsen, dus ik voerde argeloos Rough Castle Roman Fort in. Google bakte er deze keer helemaal niets van en wilde mij een afgesloten voetpad opsturen vanaf een doorgaande weg, waar geen parkeergelegenheid was. Bij de zoektocht was ik echter ook een wegwijzer naar het fort tegengekomen, en die kon ik gemakkelijk terugvinden. Vandaar af in de herkansing over een industrieterrein was het geen enkel probleem, men kon er vanuit het westen zelfs met de auto over een grindweg vlakbij komen. Ik heb het laatste stuk gefietst en gelopen.
Voor expedities in steden is het handig om een vouwfiets te gebruiken die gemakkelijk achter in de camper past. Omdat er langs Rough Castle een bruikbaar pad liep, besloot ik om op de terugweg uit het noorden hier opnieuw de Muur te bezoeken en een fietstocht te maken langs de vier meest opmerkelijke punten, die tussen Glasgow en Falkirk op een kilometer of wat van elkaar liggen.

Rough Castle was een niet groot kamp op het hoogste punt van de wal. De spitsgrachten en de positie van de wallen zijn goed te herkennen in het terrein, en ook van de bouwwerken zijn duidelijke sporen zichtbaar. Het grote verschil met de Muur van Hadrianus is echter, dat alleen de fundering van steen was en de rest bestond uit graszoden tot ongeveer vier meter hoog. Verder waren er natuurlijk de nodige wachttorens en gebouwen in de legerplaatsen. Het bleek vlakbij het parkeerterrein van het Falkirk Wheel te liggen, maar was vandaar af slecht aangegeven, alleen wist ik dat laatste toen, op 20 juli, nog niet.

[Deze gastblog van Arnold den Teuling wordt morgenochtend vervolgd. Dank je wel Arnold!]
Zelfde tijdvak
De hoofddoek (2) het westenfebruari 22, 2026
Het Colosseum (7): Commodusaugustus 9, 2024
Romeins kannibalismejanuari 20, 2019

Ik heb nooit begrepen waarom dit werk als ‘muur’ wordt aangeduid. Het is nooit een muur geweest, het Engelse ‘wall’ laat zowel ‘muur’ als ‘wal’ toe, zelfs ‘dijk’ is mogelijk. Ook de oorspronkelijke benaming (Vallum Antonini) biedt geen soelaas, want ‘vallum’ slaat op elk verdedigingswerk dat uit ten minste een simpele greppel met een dijk bestaat.
Dus blijft de vraag: waarom noemen wij dit de ‘muur van Antoninus’ en niet de ‘wal’ of de ‘dijk’ van Antoninus?
Mij stoort het ook een beetje dat wat toch echt een wal is, in ons taalgebied een Muur wordt genoemd. De gastblogger overwoog er wal van te maken; het was mijn beslissing te buigen voor ons taal-eigen. Als je erover klagen wil, heb je een punt en ligt het niet aan Arnold den Teuling.
Mijn stelregel is: geen vreemde woordbeelden, behalve bij evidente invisibilisering. Al is consequentie onmogelijk.
“Deze is aangelegd door het Tweede Legioen Augusta”
Deels correct, ook Legio VI en Legio XX bouwden mee en lieten daarvan bewijs achter.
‘De Muur van Hadrianus’, ‘Hadrian’s Wall’ beheerst de verbeelding, oh er was nog een ‘Wall”, noordelijker, voor een tijdje, laten we die ook maar ‘Muur’ gaan noemen in het Nederlands, zoiets?
Een noot: ‘de Romeinen hebben nooit Schotland veroverd’ behoeft veel, zeer veel, nuance….🙄😏
Aan de oostkust, maar noordelijker, is Dunrobin Castle een aanrader. In een bijgebouw vind je een uitgebreide verzameling curiosa en antiquiteiten, door de adellijke eigenaars bijeengesprokkeld. Leuk is dat bij sommige voorwerpen het opschrift zich beperkt tot “suggestions please”.
De bibliotheek is een ruimte uit een droom en ik vertrok er met tegenzin. Liefst had ik nog als souvenir dat boek meegenomen met op de verweerde rug “Caesar et Hirtius, Antw. 1570”.
Ik bezocht Schotland vorig jaar, maar de compromissen die men in een gezinsvakantie dient te sluiten gunnen me vaak niet meer dan een korte kennismaking met dit soort sites. Gek genoeg zijn tienerkinderen niet even enthousiast over grafheuvels, overgroeide muurtjes en nauwelijks herkenbare lijnen in een landschap. Des te meer geniet ik van de onverwachte ontmoetingen: dit jaar stopte ik onderweg, op de wilden boef, aan een onopvallend kerkje langs een Noorse weg. Bleek dat de oorsprong te zijn van het beroemde portaal met houtsnijwerk met de sage van Sigurd, bekend van menig boekomslag. Dan staan ze enigszins meewarig naar mijn enthousiasme te kijken.
Ik ben gezegend met mijn reisgenoten, die net zo gek zijn als ik. M en ik hebben net staan stuiteren in het Egyptische Museum van Leipzig en het Antikenmuseum in dezelfde stad. Dat is gevestigd in het schoolgebouw waar Leibniz wiskunde leerde. Dat ontroert me dan.
Pingback: Websites via Bluesky 2025-09-05 – Ingram Braun