Een plakboek met archeologieplaatjes

In een eerder leven was ik bestuurslid van een stichting die het erfgoed uit de Romeinse tijd – dus Ambiorix, Velzeke, de terpen, het meisje van Yde, het badhuis in Heerlen, Nijmegen, Nehalennia, de Taalgrens, Dorestad… – moest “promoten”. Eén van de ideeën die ik destijds inbracht was om met een supermarktketen te praten over Romeinenplaatjes. Kinderen kunnen bij de boodschappen immers altijd plaatjes krijgen van dinosaurussen, voetballers of de menagerie van Freek Vonk; waarom zouden wij dit middel niet gebruiken om ze iets mee te geven over hun verleden? Het Jeugdjournaal zou een item kunnen maken, musea zouden kinderen op vertoon van een vol plaatjesboek het niet in de supermarkt verkrijgbare superduperplaatje kunnen geven… enfin, u kunt zelf bedenken welke mogelijkheden tot synergie er zijn.

Sigarettenplaatjes

Mij leek het voor die stichting een goed idee. We hadden een ingang bij een supermarktketen in het Rijk van Nijmegen, we kenden mensen bij musea, we kenden iemand van het Jeugdjournaal. Desondanks is het er nooit van gekomen. Misschien is dat jammer, want ik weet sinds een tijdje dat het project uitvoerbaar zou zijn geweest. Het is namelijk eerder gedaan. Een bevriende archeoloog deed me onlangs een plakboek cadeau waarin iemand Britse sigarettenplaatjes had verzameld. Zoals ik het begrijp was sigarettenfabrikant W.D. & H.O. Wills in 1887 een van de eersten die een product verkocht met verzamelkaarten. Onderwerpen: rugby, vlinders, soldaten uit het Britse leger, cricket, grote schrijvers, vliegtuigen, voetbal, schepen & zeelieden, vogels en (vanaf 1938) “air raid precautions”.

Lees verder “Een plakboek met archeologieplaatjes”

Cairns en brochs en Skara Brae (2)

Cairn Whiteford Hill, Orkney

[Tweede en laatste blogje van het verslag dat Arnold den Teuling van zijn reis door Schotland. Het eerste was hier.]

We maken nu een flinke sprong terug in de tijd, naar het Late Neolithicum, d.w.z. het midden van het vierde millennium v.Chr., met talloze voorbeelden van cairns, grafmonumenten bestaande uit keien, maar met een of meer grafkamers. Deze kennen we ook uit Bretagne en het Zweedse eiland Gotland, en ze zullen ongetwijfeld op meer plaatsen te vinden zijn. Ze dateren uit dezelfde periode als de hunebedden op het Noord-Europese vasteland. Uit dezelfde tijd dateren stone circles, die ouder zijn dan Stonehenge en Avebury, en ook in rijen opgestelde stenen die ouder zijn dan de alignements van Carnac in Bretagne.

Skara Brae

Maar het meest spectaculair is toch onmiskenbaar het neolithische dorp Skara Brae op de westkust van het Mainland van Orkney. Het is om onbekende redenen vrijwel intact verlaten, nadat het drie of vier eeuwen bewoond was geweest. Zelfs de aardewerk potten stonden nog in hun rekken toen het halverwege de negentiende eeuw werd ontdekt. Door een storm was het zandduin erbovenop weggeblazen, en een deel van het dorp is ook in zee gespoeld.

Lees verder “Cairns en brochs en Skara Brae (2)”

Cairns en brochs en Skara Brae (1)

Ierse mantelspeld, ca 800 (National Museum of Scotland, Edinburgh)

Mijn rondreis door Schotland had als verste doel het blootgekomen neolithische dorp Skara Brae op Orkney’s Mainland, het grootste van de eilandengroep Orkney-eilanden. De nog noordelijker gelegen Shetland-eilanden en de Outer Hebrides vielen buiten het reisplan. In grote lijnen was het plan langs de oostkust naar het noorden via Edinburgh, en terug langs de westkust met het eiland Skye en Glasgow, en dan weer terug naar de veerboot in Newcastle-upon-Tyne.

Historische resten uit de Middeleeuwen en later bestaan veelal uit de ruïnes van burchten, vervallen na  politieke verwikkelingen en verandering van de eindeloze oorlogvoering, en van abdijen en kerken, die na de reformatie geheel of gedeeltelijk zijn gesloopt. Geholpen door het lidmaatschap van de Scottish Historical Society heb ik er in mijn zevenweekse rondreis talloze van bezocht. De reis ging natuurlijk ook door een overweldigend landschap.

Lees verder “Cairns en brochs en Skara Brae (1)”

De Muur van Antoninus Pius (2)

Het badgebouw van Castlecary aan de Muur van Antoninus Pius.

[Dit is het laatste van twee gastblogs die Arnold den Teuling schreef over zijn bezoek aan Schotland en de Muur van Antoninus Pius. Het eerste was hier.]

Op mijn tocht naar het noorden ben ik heel veel cairns, restanten van huizen uit de ijzertijd, sporen van Picten, Kelten, Vikingen en tenslotte Engelse veroveraars tegengekomen, met als hoogtepunt de laat-neolithische nederzetting Skara Brae op Orkney. Daar schrijf ik later nog eens over.

Bovendien waren er op diverse plaatsen sporen van de activiteiten van Gnaeus Julius Agricola uit de jaren 77-84, dus nog ver vóór de Muur van Hadrianus. De zgn. Gask-linie ter hoogte van Crieff bestond uit tenminste zeventien uitkijkposten die op een tot anderhalve mijl van elkaar lagen, dit keer zonder tussengelegen wal. Ook sporen van een expeditie van keizer Septimius Severus rond 210 zijn bewaard gebleven.

Lees verder “De Muur van Antoninus Pius (2)”

De Muur van Antoninus Pius (1)

De ligging van Castlecary aan de Muur van Antoninus Pius

Jaren geleden had ik op reis naar Schotland samen met de familie o.a. de Muur van Hadrianus uitgebreid bekeken. Een aantal dingen was blijven liggen. Mijn recente zevenweekse rondreis met een buscamper door Noord-Engeland en Schotland begon dan ook bij de twee meest oostelijke forten ten oosten van Newcastle upon Tyne, Arbeia op de zuidoever van de Tyne en op de noordoever Segedunum, dat vlakbij de veerboothaven bleek te liggen. Mijn plan was om in hoofdzaak langs de oostelijke kust naar het noorden te trekken, Skara Brae op het grote eiland van de Orkney-groepen en andere prehistorische en historische monumenten te bekijken en dan langs de westkant weer naar het zuiden af te zakken. Uiteraard heb ik onderweg ook allerlei andere dingen bezocht.

Voor de toegang heb ik gebruik gemaakt van het lidmaatschap van de Scottish Historical Society, die de meeste historische plaatsen in beheer heeft of als een soort museumjaarkaart de toegang heeft geregeld. Zo kostte Edinburgh Castle mij geen £21.50, maar helemaal niets en kreeg ik bovendien een soepel tijdslot toegekend. De belangrijkste musea in Edinburgh, Glasgow en andere plaatsen zijn sowieso voor iedereen gratis. Voor particuliere landgoederen en plaatselijke musea is wel toegang verschuldigd. Landhuizen zijn er veel minder dan in Engeland. Die musea zijn meestal goedkoop, en voor boven de vijfenzestig gaat er nog eens een paar pond af.

Lees verder “De Muur van Antoninus Pius (1)”

Faits divers (33): archeologie

Cucuteni-Tripolje-aardewerk (Neues Museum, Berlijn)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer allerlei leuke archeologische berichten.

***

De eerste steden

Het traditionele, en op zich niet onjuiste, verhaal over de eerste steden is dat hun ontstaan hand-in-hand ging met de groei van sociale stratificatie. Bijvoorbeeld doordat er meer boeren waren, meer opbrengsten, meer noodzaak tot organisatie, en dus een centrale leider, die zijn macht onderstreepte met monumentale bouw. Dit is vanzelfsprekend altijd een grove generalisatie geweest. Een schema, zeg maar, om de gedachten te ordenen. De vondsten in Göbekli Tepe bewijzen dat al in een samenleving van jagers en verzamelaars monumentale architectuur mogelijk is, dus er is geen enkele reden monumentaliteit onlosmakelijk te verbinden met steden of zelfs maar landbouw.

De laatste kwart eeuw is er veel meer aandacht gekomen voor “mega-sites” die wel stedelijk ogen maar geen opvallend grote sociale stratificatie kennen. Sovjet-archeologen attendeerden er lang geleden al op dat in het gebied van de Skythen – zeg maar Oekraïne – enkele knotsen van nederzettingen bekend waren, zonder aanwijzingen voor maatschappelijke ongelijkheid. Dat paste mooi bij theorieën over een oercommunisme, dus het oogde wat verdacht. Maar inmiddels is er meer belangstelling voor, en het helpt dat onderzoekers met Lidar meer van zulke nederzettingen vinden.

Lees verder “Faits divers (33): archeologie”

Opnieuw: Pytheas

StableDiffusion reconstrueert Pytheas

Hé, dit is leuk: een nieuw boek over Pytheas van Marseille, de Griekse ontdekkingsreiziger die rond 325 v.Chr. de Atlantische Oceaan en de Noordzee bevoer. Hij bereikte een plek die hij Thule noemt en geeft ook aan op welke breedte dat lag. Het moet gaan om IJsland of  – volgens een theorie van de beroemde poolreiziger Fridtjof Nansen – om de kust van het huidige Noorwegen. Bovendien bereikte Pytheas de plaatsen waar tin en barnsteen vandaan kwamen. Er zijn al eerder boeken over de Griekse ontdekkingsreiziger geschreven, zoals dat van Barry Cunliffe (heel informatief) en dat van Lionel Scott (teleurstellend). En nu is er het zojuist verschenen boek van François Herbaux, Pythéas. Explorateur du Grand Nord. Als u meer wil weten over de man, dan is dit het boek om mee te beginnen.

Het boek van Pytheas, De Oceaan, is verloren gegaan, maar er zijn allerlei citaten. Herbaux noemt er achtendertig. Scott heeft er meer, waaronder twee passages van de Romeinse aardrijkskundige Pomponius Mela, die zouden teruggaan op Pytheas. Daarover is echter bepaald geen consensus en Herbaux is terughoudender. Hij is wel op de hoogte van Scotts werk, maar alle verwijzingen naar Mela in Pythéas. Explorateur du Grand Nord zijn terzijdes. Herbaux lijkt zijn manuscript al grotendeels af gehad te hebben toen het Engelse boek in 2022 verscheen en hij heeft zich beperkt tot enkele verstandige inlassen. Ik denk terecht.

Lees verder “Opnieuw: Pytheas”

Het Forum van Caesar

Het Forum van Caesar in Rome

Als ik u zeg dat het de vroege ochtend van 25 of 26 september was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 25 of 26 juli 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat ik vandaag weer blog over de vraag wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden liep te doen.

De feestelijkheden van Caesars viervoudige triomf lagen nog vers in het geheugen toen de dictator-voor-tien-jaar een nieuw feest aankondigde: de opening van het naar hem genoemde marktplein. In 54 v.Chr., tijdens zijn Britse veldtocht, was een begin gemaakt met de aanleg. Om een voorstelling te maken van de symboliek van het Forum van Caesar, dat naast het Forum Romanum lag, moet u zich voorstellen dat iemand naast het Binnenhof in Den Haag een tweede, naar hem vernoemd Binnenhof laat aanleggen. Dit was feitelijk een theater voor de show van één man, te groot voor de republiek.

Lees verder “Het Forum van Caesar”

De monniken van West-Europa

Beda van Jarrow

De stichting van de abdij van Iona in Schotland, waarover ik het gisteren had, markeert het moment waarop het Ierse christendom naar buiten trad. Er volgden meer stichtingen en al snel speelden monniken uit Engeland een even belangrijke rol bij het overschrijven van Latijnse en Griekse teksten. Dit waren de jaren eind zesde eeuw, toen Gregorius van Tours klaagde dat de schrijfcultuur in Gallië in verval was en zelfs op sterven na dood.

Kloosterstichtingen

Je zou denken dat toen de Ieren abdijen gingen bouwen op het continent, dat weinig minder was dan een beschavingsoffensief. Dat zou echter wat overdreven zijn, want er waren meer mensen die boeken kopieerden, maar de stichting van Ierse kloosters was een versterking van de schrijfcultuur. Een van de betrokkenen was Columbanus, die in 590 Ierland verliet, drie abdijen bouwde in de Vogezen, doorreisde naar Italië en in de noordelijke Apennijnen de abdij van Bobbio stichtte. Ik noemde hem al eens toen ik het had over Chrodoara van Amay.

Lees verder “De monniken van West-Europa”

Aristobulus, de eerste bisschop van Britannia

Een voorname Romein, midden eerste eeuw (Museo civico, Milaan)

Het is vandaag, 16 maart, volgens de Oosters-Orthodoxe kerk,noot De kerk van Rome viert deze dag op 15 maart. de feestdag van een interessante heilige, de apostel Aristobulus, die door Paulus naar Britannia gestuurd zou zijn. Hij wordt daarom ook wel de eerste bisschop van Groot-Brittannië genoemd, hoewel er in die tijd nog geen bisschoppen bestonden. Zijn naam betekent ‘uitstekende raadgever’ en hij zou deel uitgemaakt hebben van de ‘zeventig apostelen‘, gezanten van Jezus:

Daarna stelde de Heer tweeënzeventig anderen aan, die hij twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar hij van plan was heen te gaan.noot Lukas 10.

Lees verder “Aristobulus, de eerste bisschop van Britannia”