De hoofddoek (2) het westen

Hellenistische dame met hoofddoek (RIjksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik gaf gisteren aan dat het hoofddoekje in het oude Nabije Oosten en in de Mediterrane wereld gold als het privilege van een getrouwde vrouw. Negatief geformuleerd: het onbedekte haar van slavinnen, prostituees en ongetrouwde meisjes was een aanwijzing dat ze seksueel beschikbaar waren – uiteraard na toestemming van de eigenaar, na betaling of na huwelijkssluiting. Ik attendeerde er ook op dat vrouwenportretten een andere werkelijkheid documenteren: vrouwen waarvan we zeker weten dat ze getrouwd waren, worden met onbedekt haar afgebeeld. Ik ben er vrij zeker van dat niemand de Romeinse keizerin beschouwde als seksueel beschikbaar.

Dat er in elk geval in de Romeinse keizertijd diverse normen bestonden, blijkt tevens uit teksten die het joodse leven documenteren. De traditionele norm, dat een getrouwde vrouw een hoofddoek mocht dragen, wordt verondersteld in de rond 200 na Chr. samengestelde Mishna. Deze eerste grote optekening van rabbijnse opvattingen legt het vertrouwde verband tussen het dragen van een hoofddoek en het huwelijk: een man mocht zijn echtgenote verstoten als ze met onbedekt haar over straat ging, en hoefde dan de bruidsschat niet terug te betalen.noot Mishna, Ketuboth 7.6.

Eeuwen later, ten tijde van het Kalifaat, documenteert de Babylonische Talmoed een rabbijnse discussie over de vraag of een vrouw die een mand op haar hoofd droeg, haar haar voldoende had bedekt, en tevens de vraag of dit ook binnenshuis gold. Zoals te doen gebruikelijk staan de diverse meningen naast elkaar en is er geen eenduidig antwoord, maar het interessante is dat de rabbijnen als vanzelfsprekend de norm aannemen dat een getrouwde vrouw een hoofddoek draagt. (Ik zeg er volledigheidshalve bij dat de rabbijnen niet vroegen om een vrouwelijke mening.)

Hellenistische dame met hoofddoek (Louvre, Parijs)

Een andere joodse stem is die van de apostel Paulus die, toen hij de Eerste Brief aan de Korintiërs schreef, nog niet kon weten dat latere generaties hem tot het christendom zouden rekenen. Nadat hij heeft verteld dat een man het beste blootshoofds kan gaan, schrijft de leerling van rabbijn Gamaliël:

Een vrouw maakt haar hoofd te schande wanneer ze met onbedekt hoofd bidt of profeteert, want dat is even schandelijk als met een kaalgeschoren hoofd. Een vrouw die haar hoofd niet bedekt, kan zich net zo goed laten kaalknippen of kaalscheren.noot 1 Korintiërs 11.5-6.

Toch is er een verschil met de opvattingen uit joods Babylonië. Waar de rabbijnen de norm konden veronderstellen toen ze zich het hoofd braken over wat detailkwesties, adviseerde Paulus de mensen om zich te houden aan die norm. Anders gezegd: wat in Babylonië vanzelfsprekend was, was dat in Korinthe niet (of niet meer). Paulus’ advies staat bovendien niet op zich. De christelijke auteur Tertullianus wijdde, ruwweg op het moment dat elders de Mishna werd samengesteld, dus rond 200 na Chr., een compleet traktaat aan de hoofddoek voor maagden – met andere woorden, voor niet-getrouwde vrouwen.

Hij erkent daarbij dat hij redeneert vanuit de christelijke waarheid en dat hij zich niet beroepen kan op de traditie, die dus anders was. Van een auteur die zich ook afvroeg wat Jeruzalem met Athene van doen had – met andere woorden: een auteur die de gangbare Mediterrane beschaving afwees – hadden we geen ander standpunt verwacht. Tertullianus bleef dan ook een minderheid en het latere canonieke recht bepaalde slechts dat mensen zich in een kerkgebouw netjes moesten kleden, waarbij men het advies van Paulus overnam: mannen blootshoofds, vrouwen liever met bedekt haar.

[Wordt vervolgd; een overzicht van passages uit het Nieuwe Testament is hier.]

Deel dit:

11 gedachtes over “De hoofddoek (2) het westen

  1. Heel interessant! In de sociale en culturele theorie geldt de hoofddoek tegenwoordig vaak als een voorbeeld van wat Claude Lévi-Strauss een ‘zwevende betekenaar’ heeft genoemd (zie bijv https://fr.hespress.com/329921-la-abaya-et-le-voile-un-regard-non-orientaliste.html). De betekenis en de religieuze, sociale, politieke en seksuele lading ervan verandert, afhankelijk van degene die de hoofddoek draagt, degene die normen vaststelt of degene die daar weer iets van vindt. Daarmee wordt het per definitie onmogelijk om één ware betekenis vast te stellen, bijvoorbeeld dat de hoofddoek ‘in wezen’ een symbool van patriarchale onderdrukking is.

    Mijn vraag na lezing van je blogs (maar misschien loop ik voor de muziek uit en kom je daar in een volgend blog op): moeten we aanvaarden dat dat altijd zo is geweest en dat de hoofddoek van meet af aan ‘zweeft’?

      1. Frans Buijs

        Helaas zijn er in Iran momenteel, sorry voor het woord, maar het is wel toepasselijk, kutyatollahs die normen vaststellen. En met normen die zeggen dat zelfs kinderen hier in Nederland hoofddoekjes moeten dragen ben ik ook niet zo blij.

        1. Ik denk niet dat de (zinvolle) discussie over modern moslimfundamentalisme veel licht werpt op de (eveneens zinvolle) discussie over vrouwenkleding in de zevende en achtste eeuw. En omgekeerd.

          We moeten samenbrengen wat samen hoort, zoals archeologie en oude talen, en we moeten gescheiden houden wat elkaar verstoort.

          (Leefde Drs P nog maar, die zou hier een mooi gedicht van kunnen maken.)

            1. Ik probeer deze dingen gescheiden te houden, al denk ik natuurlijk ook aan de hedendaagse discussie. Of beter: non-discussie, want twee kampen schreeuwen elkaar veronderstelde waarheden toe. Terwijl een discussie een fluistertoon veronderstelt om te horen wat de ander zegt.

      1. Ben Spaans

        Klinkt diep, maar wat heeft het eigenlijk met mijn reactie op Frans te maken? Die 47 jaar zijn nog heel erg Lopende zaken.

Reacties zijn gesloten.