De Muur van Antoninus Pius (1)

De ligging van Castlecary aan de Muur van Antoninus Pius

Jaren geleden had ik op reis naar Schotland samen met de familie o.a. de Muur van Hadrianus uitgebreid bekeken. Een aantal dingen was blijven liggen. Mijn recente zevenweekse rondreis met een buscamper door Noord-Engeland en Schotland begon dan ook bij de twee meest oostelijke forten ten oosten van Newcastle upon Tyne, Arbeia op de zuidoever van de Tyne en op de noordoever Segedunum, dat vlakbij de veerboothaven bleek te liggen. Mijn plan was om in hoofdzaak langs de oostelijke kust naar het noorden te trekken, Skara Brae op het grote eiland van de Orkney-groepen en andere prehistorische en historische monumenten te bekijken en dan langs de westkant weer naar het zuiden af te zakken. Uiteraard heb ik onderweg ook allerlei andere dingen bezocht.

Voor de toegang heb ik gebruik gemaakt van het lidmaatschap van de Scottish Historical Society, die de meeste historische plaatsen in beheer heeft of als een soort museumjaarkaart de toegang heeft geregeld. Zo kostte Edinburgh Castle mij geen £21.50, maar helemaal niets en kreeg ik bovendien een soepel tijdslot toegekend. De belangrijkste musea in Edinburgh, Glasgow en andere plaatsen zijn sowieso voor iedereen gratis. Voor particuliere landgoederen en plaatselijke musea is wel toegang verschuldigd. Landhuizen zijn er veel minder dan in Engeland. Die musea zijn meestal goedkoop, en voor boven de vijfenzestig gaat er nog eens een paar pond af.

Lees verder “De Muur van Antoninus Pius (1)”

Antoninus Pius (2)

Antoninus Pius (Musée des Beaux-Arts, Lyon)

[Tweede van drie gastblogs over keizer Antoninus Pius door Dieter Verhofstadt. Het eerste blogje was hier.]

De vredelievende keizer

Het bijzonderste aan de regering van Antoninus Pius was dat hij, in tegenstelling tot de meeste van zijn voorgangers en opvolgers, geen animo toonde voor oorlog of veroveringen. Meer nog, hij zou Rome nooit verlaten hebben en amper een legioen van dichtbij hebben gezien. Er waren weliswaar opstanden in Brittannia en Mauretania, maar daar stuurde hij bekwame generaals heen, die het oproer snel konden bezweren.

Lees verder “Antoninus Pius (2)”

Bar Kochba, het sterrenkind (4)

Graf van Lollius Urbicus, een van de generaals die streed tegen Bar Kochba, in Tiddis (Algerije)

[Vierde deel van een verhaal over de Bar Kochba-opstand. Het eerste deel vond u hier.]

De keizer had besloten de beste generaal naar Judea te sturen en die kreeg ook de beste troepen. Om te beginnen was er het Tiende Legioen Fretensis, dat zijn basis had in Jeruzalem en na aanvankelijke verliezen werd versterkt met mariniers uit Italië. Uit het huidige Jordanië kwam het Zesde Ferrata. Het Tweeëntwintigste Deiotariana arriveerde vanuit Alexandrië en werd door de opstandelingen vernietigd (al kan het ook zijn gegaan om VIIII Hispana. Er werden versterkingen gezonden: het Tweede Traiana, dat eveneens in Alexandrië was gestationeerd. Verder waren er cohorten actief van III Cyrenaica, III Gallica en IIII Scythica; van zeventien eenheden hulptroepen zijn de namen bekend; en voor het eerst sinds de slag in het Teutoburger Woud werden in Italië weer jongemannen opgeroepen om dienst te doen. Cassius Dio schrijft:

Het risico van een regulier gevecht met de Romeinen durfden de Joden niet aan, maar ze bezetten de strategische plaatsen in het land en beveiligden die met muren en ondergrondse gangen, zodat ze schuilplaatsen zouden hebben als ze in het nauw kwamen, en ze onder de grond ongemerkt naar elkaar toe konden gaan. Hier en daar maakten ze van bovenaf openingen in de ondergrondse passages om licht en lucht binnen te laten. … Een rechtstreekse aanval op zijn tegenstanders vanuit één bepaald punt waagde Julius Severus niet, gezien hun numerieke overwicht en doodsverachting. Maar door hen groepje voor groepje aan te pakken … door ze uit te hongeren en in te sluiten, slaagde hij er langzaam maar zeker in hun verzet te breken, hen uit te putten en te vernietigen. Het staat in elk geval vast dat maar weinigen het overleefden. Vijftig van hun belangrijkste versterkingen en 985 van de bekendste dorpen werden met de grond gelijk gemaakt, en 580 000 mannen werden gedood bij bestormingen en gevechten. Het aantal doden ten gevolge van honger, ziekte en vuur was niet te tellen.

Lees verder “Bar Kochba, het sterrenkind (4)”

Constantine en Tiddis

Constantine

Het was eigenlijk mijn opzet om u, afgezien van wat stukjes die ik had voorbereid voordat ik naar Algerije vertrok, in ruwweg chronologische volgorde op onze reis mee te nemen. Die chronologie is wat doorbroken geraakt door twee Algiers-stukjes, maar ik neem nu de draad weer op waar ik u had achtergelaten: in Batna, waarvandaan we naar Timgad/Thamugadi en naar Tazoult/Lambaesis waren geweest. Van die laatste plek begeleidde de politie ons terug naar Batna en eerlijk gezegd weet ik nog altijd niet waarom. We hielden het erop dat men geen pottenkijkers wilde maar zouden enkele dagen later onder begeleiding worden weggebracht van een plek waar inderdaad verhoogd risico was.

Enfin. Van Batna bereikten we opnieuw Constantine, het antieke Cirta. De stad is beroemd om de enorme kloof met de geweldige bruggen – zie boven – en heeft een ietwat stoffig museum met een geweldige collectie. Vooral de verzameling munten trof me als tiptop. Achterin het museum is een zaal vol met de in 1950 ontdekte Numidische steles waarover ik al eerder blogde. Ik vond het erg indrukwekkend en was des te meer onder de indruk omdat we het eigenlijk niet hadden verwacht in een ietwat achenebbisj museum.

Lees verder “Constantine en Tiddis”