
[Dit is het voorlaatste van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]
Gladiatoren waren zó populair dat keizer Caligula eens vaststelde dat het volk hun meer eer bewees dan hem. Verschillende vorsten (Caligula, Nero, Titus, Hadrianus, Lucius Verus, Commodus, Didius Julianus, Caracalla, Geta) trainden daarom in de kazerne. Niet alleen cultiveerden ze zo een mannelijk imago, maar ook straalde zo iets van de reputatie van de gladiatoren af op hen. Welbeschouwd is het niet vreemd dat Commodus probeerde zijn populariteit op te vijzelen door het niet bij trainen te laten, maar ook in het openbaar op te treden als jager en gladiator.
Eerst presenteerde hij zich aan het volk als Romeinse Hercules. Bij officiële gelegenheden liep hij met een knots in de hand en een leeuwenhuid over het hoofd (zie boven). Hij kan goede redenen hebben gehad zich zo te profileren, want destijds gold de heerserscultus als middel om een etnisch heterogene samenleving te verenigen. Caligula en Domitianus hadden zich op soortgelijke wijze gepresenteerd.
Herodianos
De senatoren beschouwden het als ongepast, maar ze waren nog niet van de schrik bekomen, of er volgde een tweede excentriciteit, waarvan Herodianos verslag doet:
Commodus schrok langzamerhand nergens meer voor terug en gaf bijvoorbeeld opdracht om op staatskosten spelen in het amfitheater te organiseren. Hij stelde in het vooruitzicht dat hij bij die gelegenheid alle wilde dieren eigenhandig zou doden en tweegevechten zou leveren met de best getrainde jongemannen. Toen het gerucht daarvan zich verspreidde, stroomden belangstellenden uit heel Italië en de aangrenzende provincies toe om te aanschouwen wat ze nooit tevoren gezien hadden of zelfs maar horen vertellen. Daarbij kwamen de verhalen over Commodus’ trefzekerheid bij het schieten en zijn ambitie om bij het werpen en schieten nooit te missen. Hij had als trainers de knapste Parthische boogschutters en de handigste Moorse speerwerpers, maar hij was hen allen de baas.
Toen de dagen voor de voorstellingen waren aangebroken, was het amfitheater tot aan de nok toe gevuld en voor Commodus was een cirkelvormige verhoging aangebracht, want hij wilde bij zijn strijd met de wilde dieren niet in gevaar komen, maar ze van bovenaf en vanuit een veilige plaats met zijn speren bestoken. Zo bewees hij dus eerder zijn trefzekerheid dan zijn onverschrokkenheid. Herten en gazellen en andere gehoornde dieren – behalve stieren – liep hij gewoon in de arena achterna. Hij achtervolgde ze, legde aan vóór ze zich uit de voeten konden maken en doodde ze met welgemikte schoten. Leeuwen, panters en ander edel wild schoot hij al rondlopend neer vanaf zijn verhoging en nooit zag men hem een tweede speer gebruiken of een wond toebrengen die niet terstond dodelijk was. Meteen immers als het beest zich in beweging zette, trof hij het middenin de kop of in het hart en nooit zocht hij een ander doel of raakte zijn speer een plek van het lichaam waar de wond niet meteen dodelijk was.
Wilde dieren uit alle streken ter wereld werden door hem bijeengebracht. Toen zagen we beesten die we tot dan toe alleen op schilderingen hadden bewonderd. En ook tijdens zijn slachtpartijen liet hij het Romeinse volk tot dan toe onbekende dieren zien uit Indië en Ethiopië en alle mogelijke soorten wild uit noord en zuid. En iedereen was inderdaad verbluft door zijn trefzekerheid.
Zo mikte hij bij Mauretanische struisvogels, die zich geweldig snel kunnen bewegen met hun rappe poten en machtige vleugelslagen, op de bovenkant van de hals en sneed ze zo de kop af. Ze bleven dan nog rondlopen alsof ze niet geraakt waren, terwijl ze door de kracht van het schot hun kop allang kwijt waren. Toen een panter eens de knecht die hem uit de kooi moest laten had neergesmeten en klaarstond om hem te verscheuren, was de keizer hem voor met zijn speer. Hij doodde het dier en redde de man het leven, omdat hij met het scherp van zijn speer het scherp van de tanden vóór was.
Een andere keer werden uit de onderaardse kelders honderd leeuwen tegelijk losgelaten. Hij doodde ze alle met evenzoveel speren. De kadavers lagen in een lange rij en iedereen kon ze daarom op zijn gemak tellen en constateren dat er geen speer te veel was gebruikt.
Tot zover genoot Commodus nog enige sympathie bij de massa, al was zijn optreden – afgezien dan van de onverschrokkenheid die hij demonstreerde en van zijn trefzekerheid – allerminst in overeenstemming met de keizerlijke waardigheid. Maar toen hij zover ging dat hij naakt in het amfitheater optrad en als gladiator bewapend tweegevechten hield, was dat voor het publiek een stuitend tafereel: de zo hooggeboren keizer der Romeinen, die kon bogen op zoveel oorlogsroem van zijn vader en zijn voorvaderen, trok niet het soldatenuniform aan, of een andere dracht die het Romeinse Rijk eer aandeed, om tegen de barbaren te vechten, nee, hij gooide zijn waardigheid te grabbel door zich in die ergerniswekkende en verachtelijke wapenrusting te steken. Wanneer hij als gladiator optrad, had hij overigens geen moeite zijn tegenstanders de baas te blijven en ontzag hij zich zelfs niet hen te verwonden, aangezien zij alleen maar in de verdediging bleven, omdat ze in hem toch niet de gladiator maar de keizer zagen.
In zijn krankzinnigheid ging hij zelfs zover dat hij ook niet meer in zijn paleis wilde wonen. Hij wenste te verhuizen naar de kazerne van de gladiatoren en gaf orders hem niet langer Hercules te noemen, maar met de naam van een beroemd gladiator, die pas overleden was.noot

Cassius Dio
Ook Cassius Dio was aanwezig bij Commodus’ optreden. Hij meldt dat de keizer eigenhandig vijf nijlpaarden en twee olifanten doodde, en verder nog neushoorns en giraffes. Met deze opsomming had hij, zo schrijft hij, de carrière van deze keizer wel samengevat. Gelukkig voegt hij nog wat informatie toe:
Hij deed ook nog iets tegen ons senatoren waardoor we niet anders verwachtten dan dat we eraan zouden gaan. Hij had namelijk een struisvogel gedood en de kop afgehakt en kwam naar de plaats waar wij zaten, terwijl hij in zijn linkerhand die kop en in zijn rechter een bebloed zwaard omhooghield. Hij zei geen woord, maar schudde met een akelige grijns zijn hoofd, waarmee hij te kennen gaf dat hij met ons hetzelfde zou doen. En velen zouden door zijn zwaard het leven verloren hebben (want het was een lachbui die ons overviel en niet de ellende die ons naar de keel greep), als ik niet op een paar laurierbladeren uit mijn krans had gekauwd en de anderen die bij mij in de buurt zaten ertoe gebracht had dat ook te doen, om met de gestage beweging van onze mond de verraderlijke lach te verbergen.noot
Hoewel de slappe lach van de senatoren een angstreactie was, zag Commodus er ook belachelijk uit. Hij droeg zijn baard namelijk lang, wat geen soldaat of gladiator ooit zou doen omdat het vijanden houvast bood. Het is opvallend dat mannen als Herodianos en Cassius Dio er de nadruk op leggen dat een keizer zich niet in de “ergerniswekkende en verachtelijke wapenrusting” van een gladiator hoorde steken. Ze hadden niets tegen de voorstellingen zelf. Beide auteurs kwamen uit de Griekse provincies van het imperium, waar gladiatorenshows vermoedelijk populairder waren dan in Italië.
Zelfde tijdvak
Afrikaans aardewerkfebruari 24, 2019
XIII Gemina (2)maart 13, 2024
Van keizer tot keizer (2)september 22, 2023

Daarnaast ben ik volledig bereid de senatoriële afkeur van Commodus’ optredens toe te schrijven aan eigenbelang. Ze konden het niet zetten dat deze keizer zo populair was bij het volk. Morele verontwaardiging is dan een beproefde reactie.
Ik wed dat die afkeur postuum was – morele afkeur of afgunst, eigen veiligheid eerst.