
[Dit is het tweede van acht door Marco Folpmers geschreven blogjes over de mogelijkheid met artificiële intelligentie Plato’s Zevende Brief te analyseren. Het eerste was hier en de vraag is of de brief wel authentiek is.]
Voor zo’n belangrijk document is het natuurlijk belangrijk om te weten of dit echt door Plato is geschreven of door een ander. Over deze kwestie zijn bibliotheken vol geschreven. In een recent boek over Plato en zijn Siciliaanse episode vat classicus James Romm deze discussie samen.noot
Kort gezegd was de acceptatie van de Zevende Brief ook afhankelijk van de tijdgeest. Romm haalt in het introducerende hoofdstuk een onderzoek aan waaruit blijkt dat in de negentiende euw en eerste helft van de twintigste eeuw de acceptatiegraad onder vooraanstaande classici hoog was (onder meer door de support van de vermaarde Duitse classicus Ulrich von Wilamowitz-Moellendorff), terwijl in de moderne tijd (vanaf de Tweede Wereldoorlog), de sceptici zich meer laten horen.
De brief wordt door deelnemers aan deze discussie niet alleen beoordeeld op geschiedkundige overwegingen en op basis van (in)consistentie met de rest van het werk van Plato maar ook op gebied van de stijl van schrijven. In deze bijdrage zullen we in het bijzonder ingaan op deze manier van analyse, ofwel de stylometrie.
Plato’s onderbewuste
Elke schrijver heeft een bepaalde manier van schrijven waarbij hij/zij de voorkeur geeft aan bepaalde woorden, uitdrukkingen, grammaticale constructies en die daardoor “markers” zijn voor de identificatie van zijn of haar teksten.
Het idee is dat deze stijlvormen vaak onbewust worden toegepast. In de negentiende eeuw is voor het eerst getracht deze analyse toe te passen op oudheidkundig onderzoek. Daarbij ging het niet alleen om auteursattributie maar ook om de ontwikkeling van de schrijfstijl aan te tonen, en daarmee deze inzichten behulpzaam te laten zijn bij het op volgorde plaatsen van de werken van een auteur.
Als grondlegger van deze wetenschap geldt Wincenty Lutosławski, hoewel hij in zijn voornaamste werk ook verwijst naar onderzoekers die (op kleinere schaal) hem al voorafgegaan waren. Onderzochte stijlvormen zijn bijvoorbeeld het gebruik van het enclitische partikel te (nummers 227 tot en met 235 op zijn lijst van 500 kenmerken), maar ook zinsconstructies, bijvoorbeeld onafgemaakte als-dan zinnen (nummer 5).
In de vroege dagen van de stylometrie was het monnikenwerk om de frequenties van de geïdentificeerde markers te onderzoeken, maar met de digitalisatie van de klassieke corpora gaat het een stuk sneller. Zeker als dit type onderzoek gecombineerd wordt met kunstmatige intelligentie; en dat is de meest recente ontwikkeling.
Laten we nu eerst eens kijken hoe deze statistische modellen werken.
[Dit was het tweede van acht door Marco Folpmers geschreven blogjes over de mogelijkheid met artificiële intelligentie Plato’s Zevende Brief te analyseren. Wordt vervolgd. Dank je wel Marco!]
Zelfde tijdvak
Portretten uit Jemenoktober 30, 2024
Hipparchiadecember 15, 2021
Feiten in soorten en matenapril 24, 2017

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.