De sofisten: Geboorte van het relativisme

Zomaar een Griekse filosofenkop (Kusthistorisch museum, Boedapest)

[In deze serie behandelt Kees Alders, webdesigner en auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid de sofisten: de theoretici van de Griekse welsprekendheid en overredingskunst. Het eerste deel was hier.]

We zagen in het vorige stukje dat dankzij Plato de sofisten de geschiedenis in zijn gegaan als immorele denkers. Dat het relativisme van de sofisten automatisch zou leiden tot moreel verval is echter geen onomstotelijke waarheid. Sofisterij leent zich wellicht goed voor immorele redeneringen zoals die van Kallikles en Thrasymachos, relativisme kan ook dienen als filosofische basis voor de democratie, zoals we bij Gorgias en Protagoras zagen. Dat lijkt mij toch een staatsvorm die vanuit de moraal best goed te verdedigen is.

Het nadeel van de absolute waarheid

Het gelijk van de sterkste is dan wel niet zo ethisch, ook het idee van een absolute waarheid kan zorgen voor narigheid. Filosofen die uitgaan van een absolute waarheid zijn net zo goed in staat gebleken om kwaadaardige theorieën te ontwerpen, of theorieën die misschien wel goed bedoeld zijn, maar amoreel uitpakken. Immers, wie de absolute waarheid meent te kennen, deinst er vaak niet voor terug om het als excuus te gebruiken om over mensen heen te walsen. Voorbeelden daarvan zijn er in de geschiedenis van de mensheid helaas te over. Waar regels in steen uitgehakt worden en als ‘heilig’ worden beschouwd, mag iedereen die het er niet mee eens is zich bergen. In die zin is een beetje relativisme al snel een stuk veiliger.

Lees verder “De sofisten: Geboorte van het relativisme”

De sofisten: Goed is wat sterk is

Plato (Altes Museum, Berlijn)

[In deze serie behandelt Kees Alders, webdesigner en auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid de sofisten: de theoretici van de Griekse welsprekendheid en overredingskunst. Het eerste deel was hier.]

De meest markante sofisten die in Plato‘s werk naar voren komen, hebben wellicht nooit echt bestaan. In Plato’s dialoog Gorgias treedt de sofist Kallikles naar voren, en in Plato’s hoofdwerk Politeia (de Staat) komen we de sofist Thrasymachos tegen. We zullen ze als ‘filosofen’ bespreken, want wat Plato ze laat zeggen is interessant genoeg.

Kallikles en Thrasymachos

Deze twee houden allebei ongeveer eenzelfde soort pleidooi. Hun stelling is dat het goede gelijk is aan dat wat het sterkst is. Ze stellen dat wie door list en bedrog, of gewoon door bruut geweld, zijn rijkdom en aanzien weet te behouden, uiteindelijk bepaalt wat de norm is, en daarmee uiteindelijk het meest bijdraagt aan de samenleving.

Wanneer zo iemand ontmaskerd of overwonnen wordt, dan komt dat dus niet omdat zijn moraal niet deugt, maar omdat hij kennelijk niet listig en sterk genoeg was. Zij prediken daarmee dus een soort sociaal darwinisme avant la lettre.

Lees verder “De sofisten: Goed is wat sterk is”

De tien invloedrijkste antieke teksten

Justinianus kondigt de codificatie van het Romeins Recht aan. Miniatuur uit de Mainzer editie van 1477, waarvan een exemplaar (vastgebonden aan een ketting) is te zien in de Librije van de Walburgiskerk in Zutphen.

Een tijdje geleden blogde ik over de wijze waarop oudheidkundigen documenteren  hoe Domitianus’ toepassing van de Fiscus Judaicus op ons nog steeds invloed uitoefent. Hoe er, met andere woorden, vormende werking uitgaat van de antieke samenleving op de hedendaagse. Nog anders gezegd: een enkele keer is de Oudheid relevant voor onze samenleving.

Invloed en inspiratie

Ik kreeg n.a.v. dat blogje de vraag of er meer voorbeelden waren. Ja. Die zijn er. Zie mijn boekje Vergeten erfenis. Daarin toon ik enkele structurerende elementen. Toen ik onlangs een paar dagen quarantaine in acht moest nemen, heb ik bovendien filmpjes gemaakt over antieke teksten die op zich misschien niet invloedrijk zijn, maar wel aspecten van de antieke samenleving documenteren waarvan vormende werking uitgaat. De trouwe lezers kennen die teksten al, want ik heb er eerder over geblogd: deel een, deel twee, deel drie, deel vier.

Lees verder “De tien invloedrijkste antieke teksten”

Het Narrenschip

Zomaar een mooi zesde-eeuws bootje (Qasr Libya)

Plato’s dialoog over De Staat, daarover heb ik het nog nooit gehad op deze blog. Terwijl je toch niet kunt zeggen dat het een onbeduidende tekst is geweest. Dus ik geef u eens een citaat uit het vierde boek in de vertaling van Gerard Koolschijn.

Je moet je een schip voorstellen waarop zich het volgende afspeelt. De eigenaar is een forse kerel, sterker dan al zijn bemanningsleden, maar een beetje doof, en hij ziet ook niet zo best, en met zijn kennis van navigatie is het niet veel beter gesteld. Nu krijgt de bemanning onderling ruzie over de koers die het schip moet varen. Ieder vindt zichzelf de aangewezen persoon om het roer te hanteren, hoewel ze het vak nooit geleerd hebben en ook geen papieren hebben om aan te tonen waar en hoe lang ze een opleiding zouden hebben gevolgd. Ze gaan zelfs zover te beweren dat voor het besturen van een schip geen opleiding bestaat en zijn bereid korte metten te maken met iedereen die het tegendeel beweert.

Ondertussen hangen ze zelf voortdurend om de eigenaar heen en proberen hem op alle mogelijke manieren ertoe te bewegen het roer aan hen toe te vertrouwen. Soms worden degenen die erin slagen hem te overreden weer door anderen gedood of overboord gezet. De eigenaar, die goeie man, wordt met behulp van sterke drank of iets anders uitgeschakeld en de muiters nemen de leiding van het schip over, maken zich meester van de lading en varen etend en drinkend verder op een koers die je van zulke lieden kunt verwachten.

Lees verder “Het Narrenschip”

Misverstand: Plato

Plato (Capitolijnse Musea, Rome)

Als het kapitaal dat in de constructie van monumentale gebouwen werd geïnvesteerd een aanwijzing is voor de materiële welvaart van Athene, dan was de bloei van Athene na de Peloponnesische Oorlog voorbij. De democratie bleef echter bestaan en floreerde. We beschikken over meer teksten uit de vierde dan uit de vijfde eeuw. Ook de teksten van de tegenstanders van de democratie zijn bewaard, zoals de dialogen van de filosoof Plato.

Deze zag liever dat de staat werd bestuurd door filosofen, mensen die met goed nadenken de waarheid konden opsporen en zich niet lieten afleiden door onlogische argumenten. Wie wilde studeren aan zijn school, de Akademie, moest wel eerst bewezen hebben in staat te zijn tot nadenken, en wat lag meer voor de hand dan van de studenten te verwachten dat ze genoeg wiskunde in huis hadden? Er zou zelfs een bord met de woorden “verboden voor niet-wiskundigen” boven de ingang van de Akademie hebben gehangen.

Lees verder “Misverstand: Plato”

Misverstand: Patroklos

Garrett Hedlund als Patroklos in de speelfilm Troy (©Warner Bros.)

De Griekse literatuur begint met de Ilias, het prachtige gedicht van de legendarische bard Homeros over de heldhaftige Achilleus die, na een belediging, weigert nog langer deel te nemen aan de Trojaanse Oorlog, wat tot gevolg heeft dat ontelbare soldaten de prooi worden van vogels en honden. Als echter ook zijn vriend Patroklos sneuvelt, is Achilleus’ woede zó groot dat hij zich over zijn rancune heen zet en weer meevecht om zo wraak te nemen op degene die Patroklos doodde, de Trojaanse kampioen Hektor.

Het verhaal is naverteld, geparodieerd, als opera en ballet opgevoerd, en ook verschillende keren verfilmd. Een voorbeeld is de speelfilm Troy (2004), waarin er zó nadrukkelijk op wordt gewezen dat Achilleus en Patroklos neven waren, dat het de kijker ging storen. Het zal er, zoals verschillende recensenten destijds opperden, mee te maken hebben gehad dat het slecht zou zijn geweest voor de bezoekerscijfers als de film leek te gaan over homoseksuele geliefden, want dat is hoe Achilleus en Patroklos vooral bekendstaan.

Lees verder “Misverstand: Patroklos”

De paradox van Menon

Plato (Capitolijnse Musea, Rome)

Op een mooie zomerdag – het zal ergens in de late jaren tachtig zijn geweest – kwam ik aan op Amsterdam CS en ik wandelde naar de fietsenrekken. (Ze waren toen nog dichter bij het station, herinner ik me ineens. Waar komt zo’n herinnering, waar ik in een kwart eeuw niet over heb nagedacht, zo ineens vandaan?) Terwijl ik de plek naderde waar mijn karretje stond, zag ik een man met een oranje tuinbroek op de grond zitten. Toen ik eenmaal door had dat hij zat naast mijn fiets en mijn slot aan het losbreken was, begon ik te rennen, maar hij had mij ook gezien en ging er vandoor op mijn fiets.

Even later zat ik bij de politie. Als ze nu naar de Oudemanhuispoort gingen, de plek waar dieven andermans fietsen traditioneel aanboden, konden ze de man met de oranje tuinbroek arresteren. Ze hadden een getuige, ze konden voor één keer werkelijk iets doen. Terwijl ik duidelijk maakte dat haast was geboden, deden ze helemaal niets. Als ze hadden gezegd “tja, dan arresteren we hem en dan staat ’ie na een uur weer op straat”, dan zou ik er nog vrede mee kunnen hebben, maar ze deden helemaal niets. Gewoon, niet luisteren naar wat werd gezegd. Zoals net de herinnering terugkeerde dat de fietsenrekken ooit dichter bij het station stonden, zo ervaar ik nu ineens weer een gevoel van woede. Wat ik dan weer niet herinner is of ik nog aangifte heb gedaan of dat ik kwaad ben weggelopen.

Lees verder “De paradox van Menon”

Byzantijnse krabbel (9): Oude wijsheid

Reliëf van de heidense god Pan uit de elfde eeuw (Bode-Museum, Berlijn)

De speurtocht naar de herkomst van de uitdrukking “de wijze van Chaironeia” afgelopen weekend had een leuk gevolg: op Facebook attendeerde iemand me op een charmant gedichtje van de Byzantijnse auteur Johannes Mauropous, “Zwartvoet”, de bisschop van Euchaita in oostelijk Anatolië. U moet hem kort na het jaar 1050 plaatsen; hij was een vriend van de Michael Psellos over wie ik al eens eerder schreef.

Het gedichtje hieronder trof me omdat het zo aardig weergeeft hoe middeleeuwers dachten over de geleerden uit de Oudheid. De tekst is wat corrupt overgeleverd, maar de strekking is duidelijk. De  vertaling is voor de gelegenheid gemaakt door Hein van Dolen.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (9): Oude wijsheid”

Klassieke literatuur (6b): filosofie

Parmenides (Museum van Velia)

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een vooral persoonlijk antwoord geven. Wie zich er werkelijk in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit aanschuiven bij een cursus als deze. Voor de Latijnse literatuur is er bovendien Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag vervolg ik met een stukje over de antieke filosofie – deel één was hier en het vervolg is al daar.]

Het zijnde is. Het niet-zijnde is niet. Dat klinkt logisch maar het is toch wat problematisch, althans dat was het voor de Griekse denker Parmenides van Elea (c. 500 v.Chr.). In een lang, gedeeltelijk overgeleverd gedicht betoogde hij dat als dit waar zou zijn, er geen verandering kon bestaan, aangezien dan bijvoorbeeld iets dat niet is verandert in iets dat is, of andersom. Denk maar aan een groeiende boom: er is meer, meer, meer hout – wat betekent dat er meer, meer, meer zijnde is en minder, minder, minder niet-zijnde. En dat kan natuurlijk niet.

Lees verder “Klassieke literatuur (6b): filosofie”

De tien invloedrijkste antieke teksten (3)

aristotle_carpet
Aristoteles op een Perzisch tapijt

Alles is water. De Babyloniërs wisten het al. En ook de wijsheid kwam vanuit de zee. Ooit waren de Zeven Wijzen, de apkallu, uit de oerwateren opgeklommen om de mensheid van alles te leren. De Grieken namen deze ideeën over. Alles is water, zei dus ook Thales van Milete, en hij begon te speculeren over de aard van de werkelijkheid. Het maakte indruk. Toen de Grieken eveneens het concept van “zeven wijzen” overnamen, pasten ze het niet toe op aquatische schepselen maar op echte mensen. Daar rekenden ze ook Thales toe.

Wat ik maar zeggen wil: de Griekse filosofie bouwt voort op de Mesopotamische cultuur, die ze creatief ombouwde. Dat geldt ook voor de wetenschap: Thales kon aangeven wanneer een zonsverduistering mogelijk was en moet zijn kennis van de saros hebben gehaald uit het oosten. De Griekse filosofie ging daarna al snel wegen die niet zijn gedocumenteerd in de spijkerschriftcultuur. Het kan zijn dat de Mesopotamiërs gesprekken voerden over dezelfde vragen als de Grieken, de teksten zijn niet bewaard gebleven.

Lees verder “De tien invloedrijkste antieke teksten (3)”