Mohisme 11: de late mohisten en de theorie

Zomaar wat serviesgoed uit de Periode van de Strijdende Staten (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

[Kees Alders schrijft over de oosterse filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over de Chinese filosofie stond daar en we zijn inmiddels aanbeland in de derde reeks: over Meester Mo, over het boek Mozi en de leer van het mohisme. Het eerste deel is hier.] 

De late mohisten discussieerden, zoals we in het vorige blogje zagen, met vertegenwoordigers van andere scholen uit de Chinese filosofie. De debatten brachten hen er zo nu en dan toe hun standpunten aan te passen, maar dwongen hen ook om zich verder te verdiepen in theoretische vraagstukken. De Canons en de twee daarop volgende hoofdstukken in de Mozi zijn opmerkelijk door hun hoge vlucht in taaltheorie, kennisleer en logica. De fundamentele manier waarop de mohisten hier het denken onderzoeken wordt wel vergeleken met het werk van Aristoteles.

Lees verder “Mohisme 11: de late mohisten en de theorie”

Mohisme 9 (Intermezzo): daden en hun consequenties

Zomaar een waterbassin uit de Periode van de Strijdende Staten (Koninklijke musea voor kunst en geschiedenis, Brussel)

[Kees Alders schrijft over de oosterse filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over de Chinese filosofie stond daar en we zijn inmiddels aanbeland in de derde reeks: over Meester Mo, over het boek Mozi en de leer van het mohisme. Het eerste deel is hier.] 

Het idee van het Hemels Mandaat (tianming) hebben we in deze reeks over de Chinese filosofie al eerder gezien. Voor zover moderne geleerden weten werd het geïntroduceerd door de Zhou-dynastie, die zo de eigen machtsgreep wilde rechtvaardigen. De mohisten gebruiken het begrip voor een kracht die de daden van alle mensen beoordeelt, en ze een consequentie geeft.

Lees verder “Mohisme 9 (Intermezzo): daden en hun consequenties”

Mohisme 3: de “Mozi” (2)

Een Chinese soldaat (Musée Guimet, Parijs)

[Kees Alders schrijft over de oosterse filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over de Chinese filosofie stond daar en we zijn inmiddels aanbeland in de derde reeks: over Meester Mo, over het boek Mozi en de leer van het mohisme. Het eerste deel is hier.] 

We hebben in het vorige blogje gezien dat de Mozi met een aantal inleidingen, de tien doctrines en de teksten tegen Confucius een goed overzicht biedt van het mohisme. Daarmee hebben we de Mozi echter nog niet uitgelezen. We lezen verder.

Lees verder “Mohisme 3: de “Mozi” (2)”

Het Verre Westen

De wereld voorbij de sterren (volgens Camille Flammarion)

Je moet teksten nooit al te letterlijk nemen, want al snel lijkt het dan alsof er onzin staat. Hier zijn vier regels uit Vergilius’ Aeneis, het gedicht dat, in de vorm van een verhaal over de zwerftocht van de Trojanen naar Italië, de lof zingt van keizer Augustus.

[Augustus] super et Garamantas et Indos
proferet imperium. Iacet extra sidera tellus,
extra anni solisque vias, ubi caelifer Atlas
axem umero torquet stellis ardentibus aptum.noot Vergilius, Aeneis 6.797-797.

Tot voorbij de Garamanten en Indiërs zal Augustus
het imperium uitbreiden. Er ligt land buiten de sterren,
buiten de banen van jaar en zon, waar hemeldrager Atlas
op zijn schouder de as draait waaraan de fonkelsterren zijn bevestigd.

Lees verder “Het Verre Westen”

De ambtstermijn van een dictator

Mogelijk portret van de dictator Sulla (Glyptothek, München)

Aan het begin van de vierde eeuw v.Chr. begon Rome een regionale grootmacht te worden. Het beslissende moment was de inname van de Etruskische stad Veii in 393/392 v.Chr. ofwel 396 volgens de onjuiste traditionele chronologie. De gebeurtenis kreeg in de Romeinse geschiedschrijving legendarische trekken: de belegering zou à la Trojaanse Oorlog tien jaar hebben geduurd en pas succes hebben gehad nadat de Romeinse generaal Marcus Furius Camillus het ritueel had voltrokken dat bekendstaat als evocatio.

En zo werd Rome een machtige stad. Gevaarlijk machtig, naar de zin van de alleenheerser van Syracuse, Dionysios I. Daarom verzocht hij de Gallische huurlingen die hij in die tijd in dienst nam, om even langs Rome te gaan, als ze toch op weg waren naar het zuiden. Op 18 juli 387 versloegen zij een Romeins leger en daarna sloegen ze het beleg op voor het Capitool. De Romeinen kochten de belegeraars af en we vinden de Galliërs vervolgens in de “teen” van Italië. Dionysios stuurde later nog eens een vloot, die overigens weinig te plunderen vond.

Lees verder “De ambtstermijn van een dictator”

Confucius 9: Confucius en andere filosofen

[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over China stond daar. Hier is het negende blogje uit de tweede reeks over China: over Confucius. De introductie las u hier.] 

Het is vrijwel zeker dat er geen invloeden van het confucianisme zijn op de Grieks-Romeinse filosofie en vice versa. Desondanks zijn er veel parallellen. Een belangrijk verschil is echter dat de Grieks/Romeinse denkers die we zullen noemen, afgezien van Sokrates, systeemdenkers waren: ze hadden één omvattende filosofie die metafysica, psychologie en ethiek behandelde. De oorspronkelijke filosofie van Confucius omvat eigenlijk alleen ethiek.

Confucius en Sokrates

De vergelijking met Sokrates zien we in commentaren regelmatig terugkomen. Confucius en Sokrates zijn bijna-tijdgenoten: de Griek werd (vermoedelijk) tien jaar na de dood van de Chinees geboren. Zowel Sokrates als Confucius doceerden hun filosofie mondeling, via gesprekken, en we kennen ze beiden alleen doordat anderen over hen schreven. Van beiden weten we wel dat ze historische figuren zijn geweest.

Lees verder “Confucius 9: Confucius en andere filosofen”

De drie antieke filosofische culturen (2) Ontstaan en wisselwerking

[De komende tijd zal Kees Alders in enkele blogseries de verschillende stromingen binnen de antieke Chinese en Indische filosofie behandelen. Vandaag het slot van de inleiding, waarvan het begin hier was.]

Het gangbare beeld is dat de Griekse, Indische en Chinese filosofie tegelijkertijd, ongeveer zes eeuwen vóór het begin van onze jaartelling, zouden zijn ontstaan, onafhankelijk van elkaar, en dat ze zich in de eerste daarop volgende eeuwen vrijwel los van elkaar hebben ontwikkeld. Maar is dat wel zo?

Lees verder “De drie antieke filosofische culturen (2) Ontstaan en wisselwerking”

Tartessos

Armband uit El Carambolo (Nationaal archeologisch museum, Madrid)

Ergens rond het midden van de zesde eeuw v.Chr. naderde een Perzisch leger de Griekse stad Fokaia in Ionië, in het westen van het huidige Turkije. Als Herodotos het daarover heeft, last hij een van de uitweidingen in die zijn werk zo onderhoudend maken.

De Fokeeërs zijn de eerste Grieken geweest die verre zeereizen hebben ondernomen. Het is aan hen te danken dat de route naar de Adriatische Zee, Etrurië, Iberië en Tartessos bekend is geworden. … Op een van hun tochten zijn ze dus in Tartessos beland. Hier kwamen ze op goede voet te staan met de plaatselijke heerser, een zekere Arganthonios, die niet minder dan tachtig jaar heeft geregeerd en al met al honderdtwintig jaar oud is geworden. Hij is zo op ze gesteld geraakt dat hij hun in het begin zelfs heeft aangeraden om Ionië voorgoed te verlaten en zich in zijn rijk te vestigen, ze mochten zelf een plaats uitkiezen. De Fokeeërs gingen hier niet op in.noot Herodotos, Historiën 1.163; vert. Van Dolen.

Lees verder “Tartessos”

Naar de dokter

Bezoek aan de dokter (Musée national des antiquités, Algiers)

Zoals u wellicht heeft gemerkt, was ik onlangs in Algerije. Daarover later meer. Maar eerst eens een blogje over een mozaïek dat ik in Algiers zag in het Musée national des antiquités. Het is gevonden in een voorstad van Batna die Ouled Arif heet; in de Oudheid heette de plaats Lambiridi. Het mozaïek vormde de vloer van een familiegraf, waarin drie sarcofagen stonden. De voornaamste was van een zekere Cornelia Urbanilla, die hier rustte na “te zijn gered van een groot gevaar” en een leven van achtentwintig jaar, tien maanden twaalf dagen en negen uur. Dat is vreemd precies, want doorgaans wisten Romeinen niet zo goed hoe oud ze waren.

Het schijnt dat zulke nauwkeurige aanduidingen duiden op horoscoopgebruik, maar ook als dat zo is, is mij niet duidelijk aan welk gevaar Urbanilla is ontkomen. Misschien is het leven zelf wel het bedoelde gevaar. Daarvoor pleit dat links twee pauwen zijn afgebeeld, vogels die in de derde eeuw na Chr., toen dit mozaïek werd gemaakt, een symbool waren voor de wederopstanding en verlossing uit dit ondermaanse tranendal. Maar ja, dat verklaart dan weer niet waarom rechts twee eenden staan.

Lees verder “Naar de dokter”

De Zevende Brief is echt van Plato (maar niet helemaal) (8)

Plato (Altes Museum, Berlijn)

[Dit is het laatste van acht door Marco Folpmers geschreven blogjes over de mogelijkheid met artificiële intelligentie Plato’s Zevende Brief te analyseren. Het eerste was hier. In dit blogje: is het bewijs nu rond?]

Perry’s analysenoot J.B. Perry, Examining the Authenticity of Plato’s Epistle VII through Deep Learning (2021; Bachelor’s thesis, Harvard College). is knap gedaan, maar desondanks is dit niet het definitieve bewijs dat de Zevende Brief (afgezien van twee latere interpolaties) authentiek is. Dit is hooguit een eerste aanzet.

Kritiek

Op de eerste plaats is er de aard van de publicatie. Dit is een scriptie. Een scriptie van de Harvard-universiteit is natuurlijk een scriptie van een excellent instituut en ook de studie zelf en de genoemde begeleidende docenten zien er geloofwaardig en gezaghebbend uit. Maar het is geen publicatie in een peer-reviewed journal. Misschien volgt die nog. Maar op het moment ontbreken er nog essentiële “checks and balances”.

Lees verder “De Zevende Brief is echt van Plato (maar niet helemaal) (8)”