De Zevende Brief is echt van Plato (maar niet helemaal) (1)

Plato (Glyptothek, München)

Of Plato echt de overgeleverde brieven heeft geschreven, en in het bijzonder de meest interessante Zevende Brief, is een probleem dat al zo oud is als de oudheidkunde zelf. Kunstmatige intelligentie en natuurlijke taalmodellen werpen nu nieuw licht op deze kwestie. Met deze modellen kan overtuigend worden aangetoond dat de Zevende Brief inderdaad van Plato is, zij het niet integraal: de brief bevat zeer waarschijnlijke twee forse interpolaties van later datum, conform een recente publicatie.noot J.B. Perry, Examining the Authenticity of Plato’s Epistle VII through Deep Learning (2021; Bachelor’s thesis, Harvard College). Echter, deze publicatie is nog onvoldoende robuust en vervolgwerk is nodig.

Hoe werken eigenlijk deze kunstmatige intelligentie modellen? En wat tonen ze precies aan? Is de Zevende Brief echt van Plato of niet? Waarom zijn de nieuwste inzichten (vanaf 2021) zo overtuigend? En is het bewijs nu helemaal rond? In deze bijdrage gaan wij in op deze vragen.

Sicilië in de vierde eeuw v.Chr.

Voordat we bovenstaande vragen beantwoorden laten we eerst (nog) eens kijken naar de brief zelf. Het grote belang van deze brief is dat deze ons veel vertelt over het leven van Plato zelf. In deze brief komt de Siciliaanse episode aan bod, waarin Plato met zijn vriend Dion heeft geprobeerd zijn ideeën rond de ideale staat in de praktijk te brengen. Dit is uiteindelijk schromelijk mislukt.

Sicilië werd in de vijfde en vierde eeuw v.Chr. bestuurd door Dionysios I (ca. 432–367 v.Chr.) en later door zijn zoon Dionysios II (ca. 397–343 v.Chr.). Plato (ca. 428–348 v.Chr.) heeft Sicilië in totaal driemaal bezocht. Zijn eerste bezoek vond plaats rond 388 v.Chr. bij Dionysios I, die niet ontvankelijk bleek voor zijn ideeën. Toen zijn zoon Dionysios II aan de macht kwam, rond 367 v.Chr., liet Dion, vriend van Plato en lid van de Dionysios-clan, Plato weten dat deze wellicht meer kneedbaar zou zijn dan zijn vader. Plato’s staatkundige ideeën kunnen (zeer kort) samengevat worden met het adagium dat idealiter filosofen koningen moeten worden, of koningen filosofen. Bij Dionysios II was er hoop op het laatste: een tiran die bewogen zou kunnen worden het goede te doen.

Dat bleek in de praktijk lastig. Er ontstond ruzie en Dion werd zelfs verbannen, rond 366 v.Chr. Dionysios II toonde oprecht interesse in filosofie (of claimde dat), en hij nodigde Plato nogmaals uit voor wat zijn derde bezoek aan Sicilië zou worden, rond 361 v.Chr. Na beraad met Dion over de vraag of dit wel een goed idee was, vertrok Plato toch, maar dit bezoek verliep desastreus. Dion bleef verbannen, zijn eigendommen werden geconfisqueerd en Plato werd opgesloten op het (schier)eiland bij Syracuse. Uiteindelijk moest hij via tussenkomst van Archytas van Tarente (ca. 428–347 v.Chr.) worden bevrijd. Archytas stuurde een schip, en Plato kon via die vluchtroute ontsnappen.

Voor Dion was toen de maat vol. Hij besloot zelf de macht te grijpen via militaire interventie, wat plaatsvond rond 357 v.Chr. Dat is ook gebeurd, maar de situatie was al snel hopeloos verloren. Er waren meerdere strijdende facties. In het geweld vermoordde Dion zelf een rivaliserende leider, Herakleides, en werd later zelf vermoord door Kallippos in 354 v.Chr. Dionysios II, die oorspronkelijk snel was gevlucht naar het vasteland van Italië, zag zijn kans schoon om in de ontstane chaos terug te keren. Uiteindelijk greep Korinthe, van waaruit de Griekse nederzetting op Sicilië oorspronkelijk was gekoloniseerd, in en stelde orde op zaken onder leiding van de inmiddels gepensioneerde generaal Timoleon, rond 344 v.Chr.

Het belang van de Zevende Brief

De historische delen van de Zevende Brief gaan in op de drie bezoeken van Plato aan Sicilië (de eerste aan Dionysios I, de tweede en derde aan Dionysios II) en op zijn adviezen aan Dion vlak voordat deze overgaat tot zijn militaire interventie.

In een eerste uitweiding bespreekt de brief ook de situatie die ontstond na de moord op Dion en geeft Plato advies aan de Sicilianen, in het bijzonder aan de factie van Dion, over hoe nu verder te gaan; in dat kader roept Plato op tot een regering die gesteund wordt door wetten.

Een tweede uitweiding behandelt tenslotte Plato’s ideeënleer en zijn scepsis ten aanzien van het bedrijven van filosofie via het geschreven woord.

De brief is opgesteld na de moord op Dion en is gericht aan diens medestanders. Veel klassieke geleerden menen echter dat de brief bedoeld is voor een breder publiek, als een soort “open brief”. Sommigen gaan zelfs zover te stellen dat het een verdedigingsrede (“apologie”) is, waarin Plato zijn eigen handelen tracht te verantwoorden.

De grote meerwaarde van deze brief binnen het Platonisch corpus is dat er geen ander document is dat zoveel onthult over Plato’s eigen leven en persoonlijke ervaringen. Daarnaast is het bijzonder boeiend om Plato rechtstreeks te horen spreken over de ideeënleer, een theorie die in zijn overige werken vooral door anderen (met name Socrates) wordt besproken.

Voor nu is het belangrijk om vast te houden dat Plato in zijn brief drie hoofdonderwerpen behandelt: (1) zijn eigen historische relaas met betrekking tot zijn drie bezoeken aan Sicilië en Dions interventieplan, (2) zijn advies aan de volgelingen van Dion na diens dood, en (3) een filosofische uitweiding over de ideeënleer, kennis en het schrift.

[Dit is het eerste van acht door Marco Folpmers geschreven blogjes over de mogelijkheid met artificiële intelligentie Plato’s Zevende Brief te analyseren. Wordt vervolgd.]

Deel dit: