De Zevende Brief is echt van Plato (maar niet helemaal) (2)

Plato (Capitolijnse Musea, Rome)

[Dit is het tweede van acht door Marco Folpmers geschreven blogjes over de mogelijkheid met artificiële intelligentie Plato’s Zevende Brief te analyseren. Het eerste was hier en de vraag is of de brief wel authentiek is.]

Voor zo’n belangrijk document is het natuurlijk belangrijk om te weten of dit echt door Plato is geschreven of door een ander. Over deze kwestie zijn bibliotheken vol geschreven. In een recent boek over Plato en zijn Siciliaanse episode vat classicus James Romm deze discussie samen.noot J.S. Romm, Plato and the Tyrant. The Fall of Greece’s Greatest Dynasty and the Making of a Philosophic Masterpiece (2025).

Kort gezegd was de acceptatie van de Zevende Brief ook afhankelijk van de tijdgeest. Romm haalt in het introducerende hoofdstuk een onderzoek aan waaruit blijkt dat in de negentiende euw en eerste helft van de twintigste eeuw de acceptatiegraad onder vooraanstaande classici hoog was (onder meer door de support van de vermaarde Duitse classicus Ulrich von Wilamowitz-Moellendorff), terwijl in de moderne tijd (vanaf de Tweede Wereldoorlog), de sceptici zich meer laten horen.

Lees verder “De Zevende Brief is echt van Plato (maar niet helemaal) (2)”

Akousilaos en Ferekydes

Kleio, muze van de geschiedschrijving (Landesmuseum, Trier)

Omdat het oude Sparta werd geregeerd door twee koningen, waren er ook twee koninklijke families, waarvan iedereen wist dat ze teruggingen op de halfgod Herakles. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos vermeldt hun stambomen als hij de twee Spartaanse koningen introduceert die streden tegen de Perzen, Leonidas en Leotychidas.noot Herodotos, Historiën 7.204 en 8.131.

Het grappige is dat beide lijsten achttien generaties lang zijn. Dat is iets te mooi om waar te zijn. Weliswaar moet de afstand tussen twee historische koningen en hun gedeelde voorouder, legendarisch of niet, in jaren gelijk zijn, laten we zeggen 18×30=540 jaar, maar menselijkerwijs loopt het aantal generaties na zoveel tijd niet meer synchroon. Dit is een verdraaid sterke aanwijzing dat er iets niet klopt. Een andere aanwijzing is dat volgens Herodotos de Trojaanse Oorlog acht eeuwen voor zijn tijd had plaatsgevondennoot Herodotos, Historiën 2.53.  en dat Herakles dáár voor had geleefd, wat betekent dat die achttien generaties zo’n halve eeuw lang moesten zijn geweest.

Lees verder “Akousilaos en Ferekydes”

Was de Griekse godsdienst polytheïstisch?

Een deel van de Elgin Marbles (British Museum, Londen)

Laat ik het maar meteen toegeven: de kop boven deze blog is gekozen om de aandacht te trekken. Als de wet van Betteridge hier van toepassing is, luidt het antwoord op de vraag immers “nee” – maar dat antwoord is dan wel in strijd met wat altijd over de Griekse godsdienst horen en lezen. In elk geval: al zal mijn conclusie straks toch misschien wat teleurstellen, ik hoop wel dat u nog even doorleest. Want die conclusie komt pas aan het eind.

Wat is een theós?

Laten we het er eerst over eens zijn dat we met een polytheïstische godsdienst bedoelen: een godsdienst waarbij de aanhangers ervan geloven in meer dan één god. Gold dat voor de godsdienst van de oude Grieken?

Lees verder “Was de Griekse godsdienst polytheïstisch?”

Euripides

Euripides (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

In eerdere stukjes heb ik het gehad over Aischylos en Sofokles, twee grote Atheense tragici. Van hen zijn tweemaal zeven toneelstukken over. Met Euripides, de derde treurspeldichter uit het rijtje, zijn het er niet minder dan achttien. Ik zal straks uitleggen hoe dat zo is gekomen, mar eerst iets over de man en zijn oeuvre.

Kluizenaar

Hij debuteerde in 455 v.Chr. en was niet werkelijk succesvol. Hij won maar vier keer de jaarlijkse toneelwedstrijd ter ere van Dionysos en verliet op hoge leeftijd zijn vaderstad om in Macedonië te gaan wonen. Daar is hij in 406 overleden. Waar Aischylos zich erop beroemde een rol te hebben gespeeld in de slag bij Marathon – naar verluidt zou Marathonstrijder het enige woord op zijn graf zijn geweest – en waar Sofokles de Atheense wetten had helpen herschrijven in een crisissituatie, koos Euripides voor een meer teruggetrokken leven. De kluizenaar zou een grote persoonlijke bibliotheek hebben gehad – de oudste privécollectie boeken waarvan we weten.

Lees verder “Euripides”

De veldslagenatlas van Johannes Kromayer

Kromayers reconstructie van Caesars slag aan de Aisne met linksboven een alternatieve versie. Luchtfoto’s hebben inmiddels Kromayers versie bevestigd.

Een Franse filosoof wiens naam me is ontschoten zei ooit dat de Europese culturele identiteit was te herleiden tot vier instellingen. Hij bedoelde het Britse parlement, het Vaticaan, de Académie des sciences en de Preußische Kriegsakademie. Democratie, monotheïsme, wetenschap en oorlog lijken me een vrij adequate samenvatting van een paar eeuwen geschiedenis. De laatstgenoemde instelling bestaat niet langer, maar het was geen onzin wetenschappelijk te kijken naar oorlog.

Ach ja, Duitsland. In een land dat ook het gymnasium vorm heeft gegeven, was onvermijdelijk dat de Generalstab gefascineerd was door de Oudheid. Aan de Kriegsakademie behoorden de antieke campagnes tot de leerstof. Alleen Duitse officieren konden de welbeschouwd curieuze vergelijking van Tannenberg en Cannae verzinnen. Het waren diezelfde Duitse officieren die, met een soldatenoog voor een goed bivak, archeologen konden aanwijzen waar ze Romeinse kampen langs de Lippe zouden vinden. En het was de Generalstab die vanaf 1900 Johannes Kromayer subsidieerde.

Lees verder “De veldslagenatlas van Johannes Kromayer”

De literatuurlijst bij het handboek

Mommsen (Humboldt-Universität, Berlijn)

Ik heb nu al een paar keer geblogd over de handboekstof voor oudhistorici, maar hoorde dat de begeleidende werkcolleges niet overal meer bestaan. Ook hoorde ik dat het voorkomt dat docenten geen tijd toegewezen krijgen om zich voor te bereiden. Het tweede is nog erger dan het eerste. Een docent die is gespecialiseerd in, pakweg, de laat-Romeinse stad, moet zich inlezen als het gaat over, pakweg, het Macedonische koningschap of de Midden-Bronstijd. Krijgt zo’n docent die voorbereidingstijd niet, dan is er grote kans dat hij terugvalt op kennis uit zijn eigen handboekencollege. Dan verstrekt hij zijn studenten dus verouderde informatie. Dat is intens jammer, want veel geschiedenisstudenten specialiseren zich na hun eerste jaar in een ander tijdvak. Over de Oudheid hebben ze dan eigenlijk alleen verouderde informatie gekregen.

Goed academisch onderwijs – waarmee ik weinig van doen heb maar waar ik wel bezorgd over ben – veronderstelt een docent die breed overzicht heeft. Het veronderstelt bovendien werkcolleges om de stof te bespreken. Misschien dat het gebrek aan discussie nog valt te compenseren met een goed hoorcollege. Ik wil zelfs nog aannemen dat zo’n hoorcollege digitaal kan. Maar die docent, die moet wel zijn tijd krijgen om zich te voorbereiden.

Lees verder “De literatuurlijst bij het handboek”

Theodor Mommsen

Mommsen (Humboldt-Universität, Berlijn)

Ik noemde een tijdje geleden Theodor Mommsen en realiseerde me dat ik nog nooit over hem had geblogd. Tijd om iets recht te zetten. Mommsen was in zijn tijd namelijk echt een beroemdheid en is eigenlijk nog altijd een van die grote negentiende-eeuwse geleerden die een mens behoort te kennen. Een biografietje dus maar.

Mommsen is in 1817 geboren in een door de Deense koning bestuurd deel van Duitsland. Omdat zijn vader predikant en niet onbemiddeld was, kreeg de jonge Theodor een professionele oudheidkundige opleiding: een studie klassieke talen en rechten in Kiel. Na te zijn afgestudeerd ontving hij een Deense beurs om Frankrijk en Italië te bezoeken, waar hij in Napels inscripties bestudeerde.

Lees verder “Theodor Mommsen”