De Germanen (2) Gradaties

Tacitus’ Germania (Landesmuseum, Bonn)

[Dit is het tweede van zes blogjes over de Germanen. Het eerste was hier.]

Ik heb in het vorige blogje verteld dat de Germanen rond 100 v.Chr. voor het eerst opduiken in het overgeleverde deel van de Grieks-Romeinse literatuur en dat er in die tijd een zuidwaartse migratie plaatsvond vanuit Denemarken en de Noord-Duitse Laagvlakte. Dit is te bewijzen aan de hand van de historische taalkunde, waar ik nog even mee verder ga. Ik zal vertellen dat de regio waar men Germaans sprak, niet samenvalt met de regio die de Grieken en Romeinen “Germania” noemden. Ze valt trouwens ook niet samen met de Germaanse archeologische culturen, en ook daarover wil ik het hebben.

De grenzen van Germania

Als de zuidgrens van Germania hebben de Griekse en Romeinse auteurs altijd de Donau aangewezen. Dat was al zo ten tijde van Poseidonios van Apameia en voor zover ik weet heeft geen enkele antieke geograaf er ooit anders over gedacht. Ten zuiden van de rivier lagen Keltische staten als Raetia (zeg maar Baden-Württemberg) en Noricum (zeg maar Beieren): twee gebieden die voor zover ik weet niemand ooit Germaans heeft genoemd.

Lees verder “De Germanen (2) Gradaties”

De Germanen (1) Herkomst

Romeins portret van een Germaan (British Museum, Londen)

Het is met de Germanen zoals met de Kelten: begripsverwarring. Soms verwijst de naam naar degenen die door de Grieken en Romeinen zo werden aangeduid. Soms is verwezen naar de bewoners van een bepaald gebied, “Germania”. Soms is verwezen naar de sprekers van een bepaalde taal. Ik sla nog het een en ander over, maar dit is duidelijk: zoals de Kelten zichzelf geen Kelten noemden, zo wisten de Germanen niet dat ze Germanen waren. Dit alles geldt overigens voor wel meer antieke volken.

Ik wil nu zes blogs wijden aan de Germanen. Ik wil vandaag iets vertellen over de herkomst van het idee dat er überhaupt Germanen bestonden en zal daarna ingaan op het onderzoek – eerst de historische taalkunde. Daarna behandel ik dan de geografie en archeologie, en is, hoop ik, duidelijk waarom de geografische begrenzing lastig is en er eigenlijk gradaties van Germaansheid zijn. Ik vermeld dan in een derde blogje wat historische gebeurtenissen (zoals de slag in het Teutoburgerwoud) vervolg met meer geschiedenis, en ik rond af met een schets van de Germaanse cultuur, met speciale aandacht voor religie.

Lees verder “De Germanen (1) Herkomst”

De Cyrenaica (2)

Apollonia (Cyrenaica)

[Dit is het tweede en laatste blogje over de Cyrenaica.]

Een tijd zonder geschiedenis

De Perzen veroverden Egypte in 525 v.Chr. en lijken daarna de Cyrenaica te hebben onderworpen. Uit de Historiën van Herodotos van Halikarnassos zouden we afleiden dat het gebeurde rond 513, maar zoals zo veel dateringen is ook dit jaartal niet zo zeker als het lijkt. Het is onduidelijk of de Achaimeniden daadwerkelijk de regio hebben beheerst: ze lag immers ver weg. Het is in elk geval waarschijnlijk dat de Cyrenaica haar zelfstandigheid herwon toen koning Xerxes de perifere rijksdelen opgaf. In elk geval moeten de steden van de Cyrenaica na de onafhankelijkheid van Egypte in 404 autonoom zijn geweest.

Lees verder “De Cyrenaica (2)”

Alexander de Grote in Babylon (4)

Zegel van een Babylonische priester (Louvre, Parijs)

[Laatste van vier blogjes over het verblijf van Alexander de Grote in Babylon. Het eerste was hier.]

De aankomst van de Macedoniërs in Babylon was dus een wetenschappelijke doorbraak zonder weerga, die de Griekse kennis van hemel en aarde aanzienlijk verrijkte. In schril contrast met deze glorieuze gebeurtenis staat het lot van de Babylonische vrouwen. Levend in de stad van Semiramis, over wie de Griekse mannen de geilste gedachtes hadden, ervoeren ze lijfelijk wat zoveel vrouwen in oorlogstijd hebben moeten ondergaan. Het meest schrijnende is het verwijt dat ze de verkrachting aan zichzelf hadden te wijten. Curtius Rufus geeft ze een trap na:

Geen van Alexanders steden is verdorvener in zeden, geen beter toegerust om bovenmatige gevoelens op te roepen en ervoor te bezwijken. Zolang er maar voor schanddaden wordt betaald staan ouders en echtgenoten toe dat hun kinderen en echtgenotes ontuchtige seks hebben met vreemdelingen. Vrouwen wonen daar ook drinkgelagen bij en hoewel ze aanvankelijk netjes gekleed gaan, ontdoen ze zich al gauw van hun bovenkleding. Ik geneer me tegenover mijn lezers te zeggen dat de Babylonische vrouwen zich vervolgens steeds verder onteren en zich uiteindelijk ontdoen van hun meest intieme kledingstukken. Dit walgelijke gedrag is niet alleen typerend voor courtisanes, maar ook voor getrouwde vrouwen en jonge meisjes, voor wie dit alles valt onder de noemer gezelligheid.noot Curtius Rufus, Alexander 5.1.36-38; vert. Daan Stoffelsen..

Lees verder “Alexander de Grote in Babylon (4)”

Alexander de Grote in Babylon (3)

De Ištarpoort (Pergamonmuseum, Berlijn)

[Derde van vier blogjes over het verblijf van Alexander de Grote in Babylon. Het eerste was hier.]

Hoewel de gezaghebber in Babylon, Mazaios, naar de Macedoniërs was overgelopen, waren Alexanders mannen op hun hoede en ze rukten in slagorde op naar de beroemde stad. Het moet hen hebben teleurgesteld dat de muren minder imposant waren dan Herodotos van Halikarnassos had beweerd, maar van de andere kant: ze waren nog nooit eerder in een stad geweest met ruwweg 100.000 inwoners. Ter vergelijking: Athene was half zo groot.

Lees verder “Alexander de Grote in Babylon (3)”

Alexander de Grote in Babylon (2)

Gereconstrueerde muur van Babylon

[Tweede van vier blogjes over het verblijf van Alexander de Grote in Babylon. Het eerste was hier.]

Alexander wist niet beter of de stad die hij op het punt stond in te nemen, Babylon, was de grootste ter wereld. Ze was omgeven door een stadsmuur van honderd meter hoog. Dat had althans de Grieks onderzoeker Herodotos van Halikarnassos geschreven en ook Aristoteles was van mening dat de muren eerder een compleet land omringden dan een enkele stad. Zulke verdedigingswerken waren zelfs voor het leger dat Tyrus had ingenomen te hoog.

Onderhandelingen

De Babylonische Astronomische Dagboeken bewijzen dat de koning van Macedonië het niet wilde laten aankomen op een belegering. Al in een vroeg stadium opende hij onderhandelingen. Daarbij probeerde hij zich te presenteren als een goede Babylonische vorst, een attitude die hij tot het einde van zijn leven heeft bewaard. Hier is de tekst van zo’n dagboek.

Lees verder “Alexander de Grote in Babylon (2)”

Alexander de Grote in Babylon (1)

Het paleis van Nebukadnezar in Babylon

Elke soldaat in het leger van Alexander de Grote had gehoord van de hoofdstad van het aloude koninkrijk Babylonië, een stad die weliswaar ruim twee eeuwen eerder door de Perzische koning Cyrus de Grote was veroverd, maar nog altijd een van de belangrijkste culturele centra op aarde was: Babylon!

Rijkdom

“In geen land ter wereld gedijt Demeters geschenk zo welig”, had de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos geschreven, om te specificeren dat er wel twee- tot driehonderd keer zoveel graan werd geoogst als gezaaid. Dat was  grof overdreven, maar de reële vijftienvoudige opbrengst maakte de regio wel degelijk tot het welvarendste agrarische gebied van de oude wereld. De Babyloniër Berossos schreef trots:

Lees verder “Alexander de Grote in Babylon (1)”

De erfenis van het mohisme

Zomaar een hert uit de Periode van de Strijdende Staten (Musée Guimet, Parijs)

[Kees Alders schrijft over de oosterse filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over de Chinese filosofie stond daar en we zijn inmiddels aanbeland in de derde reeks: over Meester Mo, over het boek Mozi en de leer van het mohisme. Het eerste deel is hier.] 

Tijdens de Periode van de Strijdende Staten was het mohisme een invloedrijke school binnen de Chinese filosofie. Ze was georganiseerd in sektes, die ongetwijfeld werden bestuurd volgens de eerste drie genoemde mohistische doctrines, dus in een strikte hiërarchie, waarin promotie en degradatie afhingen van iemands daden en intenties, zonder onderscheid des persoons.

Lees verder “De erfenis van het mohisme”

Mohisme 11: de late mohisten en de theorie

Zomaar wat serviesgoed uit de Periode van de Strijdende Staten (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

[Kees Alders schrijft over de oosterse filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over de Chinese filosofie stond daar en we zijn inmiddels aanbeland in de derde reeks: over Meester Mo, over het boek Mozi en de leer van het mohisme. Het eerste deel is hier.] 

De late mohisten discussieerden, zoals we in het vorige blogje zagen, met vertegenwoordigers van andere scholen uit de Chinese filosofie. De debatten brachten hen er zo nu en dan toe hun standpunten aan te passen, maar dwongen hen ook om zich verder te verdiepen in theoretische vraagstukken. De Canons en de twee daarop volgende hoofdstukken in de Mozi zijn opmerkelijk door hun hoge vlucht in taaltheorie, kennisleer en logica. De fundamentele manier waarop de mohisten hier het denken onderzoeken wordt wel vergeleken met het werk van Aristoteles.

Lees verder “Mohisme 11: de late mohisten en de theorie”

Mohisme 10: De late mohisten en de praktijk

Zomaar een steenbok uit de Periode van de Strijdende Staten (Musée Guimet, Parijs)

[Kees Alders schrijft over de oosterse filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over de Chinese filosofie stond daar en we zijn inmiddels aanbeland in de derde reeks: over Meester Mo, over het boek Mozi en de leer van het mohisme. Het eerste deel is hier.] 

We moeten het nog hebben over de late mohisten. Zij verschillen op een aantal punten van de eerdere mohisten en vormen daarmee een apart en opvallend hoofdstuk in de Chinese filosofie. Hun ideeën laten zien dat de mohistische school een sterke ontwikkeling heeft doorgemaakt, en verschillende filosofische disciplines is gaan verkennen.

Lees verder “Mohisme 10: De late mohisten en de praktijk”