Fenicische identiteiten

Melqart, door Feniciërs gemaakt beeld uit Idalion (British Museum, Londen)

Soms vraag je je af of de wereld gek is geworden. Ik had die ervaring met Josephine Quinns eerder dit jaar verschenen boek In Search of the Phoenicians. Bij vrijwel elk hoofdstuk had ik, vrij naar Louis van Gaal, in de marge willen schrijven “Ben ik nou zo slim of is de schrijfster zo dom?” Dat is een hard oordeel over een boek, maar mijn bezwaren zijn dan ook vrij principieel: ze valt een stelling aan die niemand verdedigt en ze werkt toe naar een conclusie die haar vertrekpunt had behoren te zijn. Ik begrijp niet waarom dit boek is uitgegeven.

De Feniciërs bestonden niet (en niemand beweert iets anders)

Eerst de stelling die niemand verdedigt: dat de Feniciërs zichzelf hebben beschouwd als één volk. Dat volk zou dan door de Grieken zijn aangeduid als “Feniciërs” en door de betrokkenen zelf als “Kanaänieten”. De laatste die iets in deze zin heeft gezegd is de grote oudheidkundige Sabatino Moscati (1922-1997). Niet de geringste, maar wel iemand van twee wetenschappelijke generaties geleden. Moscati had in de eerste helft van de vorige eeuw wat voorgangers en via die voorgangers speelde het idee van een Fenicisch volk een rol in de politiek van Libanon en Tunesië, waar het nog altijd kan opduiken. Ook is er hier of daar nog wel een oudheidkundige navolger, maar in feite is het idee wetenschappelijk even dood als andere negentiende-eeuwse denkbeelden. Quinn vermeldt de onderzoekers die het denkbeeld hebben gesloopt.

Lees verder “Fenicische identiteiten” →

Menandros van Efese

Tyrus betaalt tribuut aan Salmanasser III (British Museum)

Ik rondde vorige week een reeks blogposts af over de discussie, in Israël, over de prioriteit van de archeologie dan wel de geschiedenis bij het vaststellen van wat er tussen pakweg 1300 en 900 in het land is gebeurd. Dat is het minimalisme-maximalisme-debat, en een verkorte versie van het stuk [[dode link]]verscheen vandaag op Kennislink.

Mijn argumentatie sneed zichzelf overigens in de staart. Ik concludeerde namelijk dat de monumentale gebouwen uit de Vroege IJzertijd niet kunnen zijn gebouwd door Salomo, omdat ze worden gedateerd ná diens regering, waarvan de Bijbel suggereert dat het zou gaan om 970-931. De archeologische datering van de gebouwen suggereert dat het bijbelse verhaal zwakke punten heeft (en dat denk ik ook), maar als dat zo is, waarom aanvaard ik dan wel de chronologie? Kan het niet zijn dat het chronologische skelet te lang is, dat David en Salomo later leefden dan aangenomen, en dat we de monumentale gebouwen dus wél aan ze kunnen toeschrijven?

Lees verder “Menandros van Efese” →