
[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme, het Mohisme en de School van de Namen behandelt hij dit najaar het taoïsme. Het eerste blogje in deze reeks was hier.]
Guanzi
De Guanzi is een verzameling oude teksten over filosofie en politiek. Het is waarschijnlijk samengesteld in de Han-dynastie, dus na de Periode van de Strijdende Staten, maar de meeste samenstellende delen zijn ouder.
Traditioneel wordt de tekst toegeschreven aan Guan Zhong (oude spelling: Kuan Chung), een historische staatsman van de staat Qi, die leefde tussen ongeveer 720 en 645 v. Chr. Maar zo oud zijn de teksten vrijwel zeker allemaal niet. Het werk draagt wel zijn naam: Guanzi, oftewel Meester Guan. Toch is het eerder een eclectische verzameling van teksten uit verschillende filosofische en politieke stromingen dan het werk van één denker.
De Neiye
Van dit werk heeft het hoofdstuk met de titel Neiye de afgelopen veertig jaar veel aandacht gekregen. Het is gedateerd tussen ongeveer 350 en 300 v.Chr., en daarmee is het waarschijnlijk ouder dan de taoïstische Daodejing en Zhuangzi. Het is een serieuze hypothese dat deze tekst die twee werken rechtstreeks beïnvloed heeft.
De titel Neiye betekent zoiets als “de training van het innerlijk”. Het is een van de oudste bekende teksten over meditatie in China. De tekst is grotendeels in versvorm geschreven en gaat over ademhalingstechnieken om de emoties te temperen en zo de geest tot rust te brengen. Het is ook een mystieke tekst: wie deze technieken beoefent legt contact met de qi (oude schrijfwijze: ch’i), de levensenergie, en dan vooral de zuiverste vorm daarvan, de jing (oude schrijfwijze: ching), de essentie.
Deze oefeningen geven zowel levenskracht, een betere gezondheid en een lang leven, als ook een helder inzicht in de werking der dingen, en daarmee de kracht om de wereld om zich heen tot orde te brengen.
Verschillende geleerden menen dat de tekst is beïnvloed door het sjamanisme. Maar de jing waarmee de persoon die de technieken beoefent bezeten wordt is geen gepersonificeerde geest zoals in traditioneel sjamanisme. En de doelgroep van de tekst lijkt met de doelstelling de wereld op orde te brengen eerder de besturende klasse dan een sjamanistische klasse te zijn.
Het verschil met taoïsme
Wie de qi vindt, begrijpt volgens de Neiye de dao (oude spelling: tao), de Weg.
De Weg! Dit lijkt al heel veel op taoïsme! Inderdaad neigt de Neiye met het streven naar een intuïtieve en niet in woorden uit te drukken kennis en inzicht erg naar taoïsme. Toch is het nog geen echt taoïsme, want de Weg is hier niet het doel, maar een instrument om het zelf te cultiveren, en daarmee in staat te zijn de samenleving te kunnen besturen. Daarin neigt de tekst weer naar Confucianisme. De werkelijkheid is dat aan het begin van de tijd waarover we spreken, de Periode van de Strijdende Staten en de Honderd Scholen van het Denken, nog geen scherp onderscheid was tussen de verschillende scholen, zodat Confucianisme en taoïsme nog niet de tegenpolen waren die ze later zouden worden.
Verwante scholen
Ook in de twee eerder besproken scholen, de School van de Landbouw en het Yangisme, zien we filosofieën die aspecten delen met het taoïsme delen maar het niet zijn. De School van de Landbouw romantiseert de terugkeer naar een primitieve tijd van vóór de legendarische grote bouwers van de Chinese samenleving, net als het taoïsme, maar verschilt ervan door de expliciete maatschappelijke gerichtheid en de bemoeienis met staatszaken. Het Yangisme deelt met het taoïsme de verwerping van de bemoeienis met staatszaken, maar heeft weinig van de taoïstische mystiek.
Traditionele en moderne beelden
Zoals gezegd: in de traditionele Chinese geschiedschrijving is het taoïsme veel ouder dan alle andere scholen, en schreef Laozi de filosofie uit op een moment waarop Confucius nog in de luiers lag of in de zandbak speelde. Het Yangisme en de School van de Landbouw waren afwijkende filosofische scholen, die wellicht in het taoïsme gewinkeld hadden en het volgens de taoïsten uiteraard gewoon net niet helemaal goed begrepen. De Neiye was nog grotendeels onopgemerkt gebleven in het debat.
Begin twintigste eeuw begon dit beeld te kantelen. Tot die tijd was de studie van de Chinese filosofie gegaan via Europese vertalingen die niet per se compleet en goed waren. De Chinese wijsgeer Fung Yu-Lan (1895-1990) studeerde in de Verenigde Staten en publiceerde vervolgens in China twee vuistdikke werken over de geschiedenis van de Chinese filosofie, waarin hij ook een westers perspectief verwerkte. Deze werken zijn in het Engels vertaald en hebben in zowel China als in het Westen het beeld doen kantelen. Met name zijn keuze om het Confucianisme als eerste te plaatsen én het Yangisme expliciet te beschrijven als “eerste fase van het taoïsme” hebben veel invloed gehad.
Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn in het kielzog van de Britse Sinoloog Angus Graham (1919-1991) geleerden hier echter toch weer subtieler over gaan denken. Wat meehielp zijn grafvondsten van een decennium later, met enkele veel oudere fragmenten van de Daodejing. Het beeld ontstaat dat het taoïsme zeker in het begin geen afgebakende stroming was, maar zich parallel ontwikkelde met verschillende filosofische scholen, waarbij veel invloed is geweest over en weer.
In een volgende serie behandelen we het werk dat wel beschouwd wordt als het hoofdwerk van het taoïsme, of anders één van de twee hoofdwerken: de Daodejing, die wordt toegeschreven aan Laozi.
[Dank je wel Kees! Deze reeks zal volgende week worden vervolgd met Laozi en het echte taoïsme.]
Zelfde tijdvak
De Gallische boerderijmaart 17, 2023
Dacia Felix: de Skythendecember 29, 2019
Artemis van Efeseapril 14, 2023

Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.