De identiteiten van Filon van Byblos

De god El (Archeologisch museum van Aleppo)

Tot de blogs die een mens elke ochtend even moet bekijken, behoort Neerlandistiek, waar Marc van Oostendorp gisteren een erg leuke bijdrage had over de politieke vraag hoe eerlijk het is dat Engels ’s werelds nationale voertaal is. Het International Journal of the Sociology of Language besteedt daaraan aandacht en er zijn, schrijft Van Oostendorp, drie standpunten.

Je kunt het Engels zien als de drager van groot sociaal onrecht en van Anglo-Amerikaanse dominantie op het wereldtoneel; of je kunt het zien als een manier waarop individuen vooruit kunnen komen in de wereld; of als een noodzakelijk instrument om wereldwijd de democratie en de rechtvaardigheid te doen toenemen.

Lees verder “De identiteiten van Filon van Byblos”

Het verhaal van Sinuhe

Senusret (Medelhavsmuseet, Stockholm)

Ik heb op deze plek weleens geschreven over het Verhaal van Wen-Amun, een Egyptische diplomaat die in het buitenland ontdekt dat mensen buiten het eigen land weleens anders naar de dingen kunnen kijken dan hij gewend is. Het is een voorbeeld van het Egyptische genre dat wel is aangeduid als “reisliteratuur”. Andere voorbeelden zijn het Verhaal van de schipbreukeling en het Verhaal van Sinuhe. De pointe van die verhalen is niet heel anders dan die van onze reisliteratuur: de hoofdpersoon verwerft in den vreemde een bepaald inzicht.

Meestal is dat overigens een inzicht dat de hoofdpersoon zonder al dat gereis ook wel thuis zou hebben kunnen opdoen. Maar ja, dan hadden wij geen verhaal vol avonturen en couleur locale gehad. Het is dus maar goed dat de hoofdpersoon doorgaans niet al te snugger is.

Net als in het Verhaal van Wen-Amun lijkt het Verhaal van Sinuhe op het eerste gezicht echt gebeurd. Er wordt verwezen naar historische gebeurtenissen, zoals het overlijden van farao Amenemhet I in 1952 v.Chr., en naar reëel bestaande plaatsen. Ik zal straks nog een detail noemen dat goed getroffen is.

Lees verder “Het verhaal van Sinuhe”

Het graf van Ahirom van Byblos

Het graf van Ahirom van Byblos (Nationaal Museum, Beiroet)

De sarcofaag hierboven werd in 1923 ontdekt in een van de Fenicische koningsgraven in de Libanese havenstad Byblos. Om precies te zijn: Graf 5. Ik toonde vorige week een inscriptie die in de schacht is gevonden. De sarcofaag is nu te zien in het Nationaal Museum in Beiroet, maar wie dat te ver vindt, kan een mooie replica zien in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel.

Koning ten troon

De sarcofaag is uit één steen gehouwen en versierd met leeuwenkoppen op de onderste hoeken en de deksel. Aan de korte kanten staan klaagvrouwen. We zien de overledene zitten op een prachtige troon: het is de koning van Byblos, die een defilé van onderdanen ontvangt, dat beide lange zijkanten beslaat.

Lees verder “Het graf van Ahirom van Byblos”

De Koninklijke Graven van Byblos

Graf 5

Wie Byblos bezoekt, zal bovenop de heuvel een paar vreemde vierkante kuilen zien, uitgehakt in de rots. Dit zijn de negen koninklijke graven. De toenmalige bewoners van Jbeil ontdekten de eerste daarvan na een stevige regenbui, waardoor veel aarde was weggeslagen. Dat is dit jaar precies een eeuw geleden. De Franse archeologen deden vervolgens onderzoek en ontdekten nog meer graven. De schachten gaan een meter of tien de grond in en geven daar toegang tot een grafkamer waar een sarcofaag heeft gestaan.

De fantasieloze foto hierboven toont een van de wanden van Graf 5. Met wat geluk herkent u de inscriptie. Als het niet lukt, kijk dan hier. De tekst valt op verschillende manieren te lezen. “Pas op, je dood wacht hier beneden” is voorgesteld, en ook “Pas op, je zult tot je verdriet beneden komen”. In elk geval gaat het om een oeroude inscriptie in het Fenicische alfabet.

Lees verder “De Koninklijke Graven van Byblos”

Trobrianders en de Obeliskentempel van Byblos

De Obeliskentempel

De Obeliskentempel is vermoedelijk het bekendste heiligdom van Byblos. Het is, zoals ik al eerder vertelde, de herbouw van de L-vormige tempel, en de herkomst van de naam hoef ik niet uit te leggen. De Obeliskentempel is in de hellenistische of Romeinse tijd herbouwd; in het latere heiligdom zijn sommige van de oeroude obelisken hergebruikt.

Even drie losse opmerkingen, voordat ik het filmpje op u loslaat. Primo, zijn deze kleine obelisken slechte imitaties van Egyptische voorbeelden? Nee. Om te beginnen zijn die supergrote Egyptische obelisken, die nu vaak staan op pleinen in Europa, veelal jonger dan de stenen uit Byblos. Maar het is ook verkeerd om te zeggen dat iets een imitatie is. De mensen in de Levant waren niet dom. Ze namen elementen uit andere culturen over om te laten functioneren binnen hun eigen cultuur. Vergelijk het met cappuccino: geen Italiaan zal op het idee komen die na de ochtend nog te drinken, maar dat wij dat wel doen, wil nog niet zeggen dat wij een slechte imitatie presenteren.

Lees verder “Trobrianders en de Obeliskentempel van Byblos”

De L-vormige tempel van Byblos

De L-vormige tempel, met links achteraan de Obeliskentempel en rechts achteraan de haven.

Ruim tien jaar geleden bezocht ik Byblos voor de eerste keer. We hadden die ochtend een auto weten te huren – niet makkelijk, op Paaszaterdag – en reden nu noordwaarts. We hadden een wat melige bui en ik grapte dat ik vooral heel nieuwsgierig waarom een “Tempel met obelisken” zo heette. Een reisgenote echode terug “…of welke vorm een L-vormige tempel heeft.” Het is misschien niet het hoogtepunt van humor maar de herinnering is me bijgebleven.

Twee bouwfasen

De L-vormige tempel, tegenover de tempel van de Dame van Byblos gelegen aan het heilige meer, had helemaal geen L-vorm. Het was een gebouwtje met drie cultusplekken op een soort pleintje, met achteraan nog en vierde cultusplek. (Een cella, in  jargon.) Er was ook een langgerekt voorhofje. Dat was dat.

Het geheel dateert uit de eerste helft van het derde millennium v.Chr., dus zeg maar de tijd van de Sumerische stadstaten en de piramidenbouwers. Later werd er een klein gebouwtje aan toegevoegd, waar smeden metaal bewerkten. Dat gaf het vierkante complex de vorm die de Franse opgravers ertoe bracht het aan te duiden als de Temple en L.

Lees verder “De L-vormige tempel van Byblos”

De Dame van Byblos

De Dame van Byblos (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Hunter S. Thompson was ooit te ver heen – drugs of alcohol, daar wil ik vanaf zijn – om de reportage die hij moest inleveren, fatsoenlijk af te ronden. Daarom leverde  hij toen bij wijze van ooggetuigenverslag zijn aantekeningenbriefjes maar in. Zo ontstond de gonzo-journalistiek. Eigenlijk zou ik de grotendeels onbewerkte, notitieachtige filmpjes die mijn geliefde en ik maakten in Irak en in Byblos, gonzo-filmpjes moeten noemen. De draad van de microfoon komt regelmatig in beeld, de horizon ligt scheef, op de achtergrond gebeurt van alles, er duiken Kruisvaarderskastelen op zonder dat iemand daarom heeft gevraagd. Wij waren niet dronken of stoned. De reden van onze gonzo-filmpjes is dat we een telefoon als camera gebruikten en in het felle licht niet goed konden zien wat we precies filmden.

Dame van Byblos

Nou ja, het gaat om de inhoud. Vandaag de Dame van Byblos ofwel Ba’alat Gubla. De Egyptenaren identificeerden haar lange tijd met hun godin Hathor. Na de IJzertijd lijkt ze gelijkgesteld te zijn aan Astarte. In de hellenistische tijd kwamen identificaties met Afrodite en met de gehelleniseerde Egyptische godin Isis. De Romeinen dachten dan weer aan Venus. De vraag is wel gesteld hoe de bewoners van Byblos hun godin noemden, maar dat is misschien de verkeerde vraag. In de Levant heette de oppergod gewoon Ilu of El of Allah (“god”), Balu of Ba’al (“heer”), of Adon (“meester”). Een godin heette Allat (“godin”) of Ba’alat (“heerseres”). De Dame van Byblos heette dus gewoon Dame.

Lees verder “De Dame van Byblos”

Byblos, Porte de la mer

Porte de la mer

Oké, kort blogje vandaag. Over de noordwestelijke stadspoort van Byblos is niet bijster veel te vertellen. De eerste bouwfase van de muur, waarover we het onlangs hadden, dateert uit het vroege derde millennium en is daarna enkele keren herbouwd. Aanvankelijk waren er vier poorten: een naar de zuidelijke haven en drie naar het noorden, waarvan de middelste later is gesloten. De noordwestelijke poort, ook wel aangeduid als Porte de la mer omdat hij uitziet op de noordwestelijke haven, is echter een beetje vreemd.

Kijk maar hierboven. Welke idioot bouwt nu een trap in een poort?! Dit is toch niet handig, als je met een wagen vol overzeese producten naar de stad wil?

Lees verder “Byblos, Porte de la mer”

De stadsmuren van Byblos

De derde fase van de stadsmuur

Een filmpje over Byblos, waarom ook niet? Helaas kan ik er geen kameel of dromedaris in stoppen, en ook al geen Zijderoute waarover die beesten, beladen met allerlei soorten handelswaar, voortsjokken tot ze in China zijn. Maar handel en Byblos, dat lukt natuurlijk wel.

Vanaf het einde van het vierde millennium v.Chr. stuurde men cederhout vanuit Byblos naar Egypte. En er kwamen allerlei kostbaarheden terug. Naarmate de havenstad rijker en rijker werd, werden de verschillen met de omgeving groter. En dus de jaloezie. Om zich tegen bewapende aanvallen van piraten en rovers te beschermen, bouwde men aan het begin van de Bronstijd een stadsmuur.

Lees verder “De stadsmuren van Byblos”

Byblos’ Grande Résidence

De Grande Résidence

Naast de Torentempel van Byblos waarover ik onlangs schreef, stond een groot gebouw dat de Franse archeologen aanduidden als de “Grande Résidence”. Groots was het zeker, althans voor wie zo praktisch is geen energie te verspillen aan het opwerpen van die horizonvervuiling die ze piramiden noemen. De Grande Résidence is, voor een utiliteitsgebouw uit het derde millennium v.Chr., behoorlijk indrukwekkend.

Indrukwekkende muren

Het was vijfendertig meter lang en tweeëndertig meter breed. Het dak moest worden gestut met pilaren. Een architectonische primeur voor Byblos. De hamvraag is: wat is de Grande Résidence? De opgravers kunnen het dan wel een residentie hebben genoemd, maar dat wil niet zeggen dat het dat ook was. De huidige interpretatie is dat het een administratieve functie heeft gehad. Misschien lagen hier ook de meest kostbare voorraden opgeslagen.

Lees verder “Byblos’ Grande Résidence”