
Zou u, beste lezer, een tijdreis willen maken naar het oude Babylon? En hoe zou u dan aankijken tegen het leven in die oude stad met al haar vreemde rituelen en gebruiken?
Daan Nijssen gaat die uitdaging aan in zijn nieuwste boek Een jaar in Babylon. Eerder schreef hij over de opkomst en ondergang van de grote rijken in Mesopotamië (Het wereldrijk van het Tweestromenland) en over de handelsstromen in datzelfde gebied (Alle wegen leiden naar Babel).
In zijn nieuwe boek beschrijft Nijssen het leven in Babylon alsof hij er zelf bij was. Hij teletransporteert zich naar Babylon in het jaar 539 v.Chr. en is toeschouwer van de festivals, de rituelen en ook van het dagelijks leven. Nijssen zoekt daarbij de grens op tussen non-fictie en fictie. Hoofdpersoon is de opperpriester Bēlŝunu. De naam is fictief, de functie van opperpriester niet. Nijssen volgt Bēlŝunu bij religieuze ceremonies, bij het observeren van de hemel, bij het onderwijzen van leerling-priesters en ook op de markt. De gesprekken die Nijssen beschrijft bij de verschillende gebeurtenissen zijn verzonnen, maar zijn wel reconstructies op basis van de beschikbare kennis. Nijssen vult dit aan met overgeleverde kennis zoals het Babylonische scheppingsverhaal, de mythe van Inanna en het Gilgameš-epos. Daarnaast gebruikt hij historische informatie, zoals de jarenlange afwezigheid van Nabu-na’id (Nabonidus), de laatste Babylonische koning.

Een jaar in Babylon begint met het Akitu-festival, de viering van het nieuwe jaar. In de loop van het jaar maken we kennis met de bezigheden van de opperpriester, en ook zaken als huwelijk, ziekte en de rivaliteit tussen boeren en herders. Het verhaal eindigt opnieuw met Akitu, maar dan een jaar later en met een andere koning.
Want 539 v.Chr. is niet zomaar een jaar. Het is het jaar dat de Perzische koning Kŭruŝ (Cyrus de Grote) Babylon inneemt. We lezen over de voorbereiding voor de oorlog, de onzekerheid bij de bevolking, de geruchten over de veldslag bij Opis en de intocht van Kŭruŝ. En over de beroemde Cyruscilinder, die geen mensenrechtendocument is zoals te vaak wordt beweerd. De tekst op de cilinder is tegelijk een bevestiging van de machtsovername door Kŭruŝ en van de eeuwige waarde van Babylon en haar opperhoofd Marduk.

Nijssen zwerft door Babylon en is toeschouwer bij gebeurtenissen zoals de aankomst van het beeld van Nabu, de god der wijsheid, bezoekt de joodse gemeenschap en staat in de menigte bij de intocht van Kŭruŝ. Zijn observaties vult hij aan met toelichting, bijvoorbeeld op de astronomische dagboeken en vaker nog met reflecties op wat hij heeft waargenomen.
Waarbij hij zijn observaties regelmatig confronteert met zijn eenentwintigste-eeuwse blik en probeert de doorgronden waarin die verschilt met het wereldbeeld van de Babyloniërs. Bijvoorbeeld over rituelen die voor de moderne mens een vorm van bijgeloof zijn maar voor de Babyloniërs een middel om orde te scheppen in een vaak onvoorspelbare wereld. Voor de Babyloniërs kende de wereld een vaststaande orde waarin ieder zijn rol had, van de herder tot de eeuwenoude goden. De komst van de Perzen zorgt voor onzekerheid, zelfs voor twijfel over wat de goden met Babylon voor hebben. En dus moet ervoor gezorgd worden dat die orde blijft voortbestaan. Die spanning geeft extra dynamiek aan het verhaal.
Is de poging van Nijssen om met deze combinatie van fictie en non-fictie een beeld te geven van het leven in Babylon geslaagd? Wat mij betreft wel. De afwisseling tussen de weergave van gebeurtenissen, gesprekken en observaties en oude mythen en reflectie en uitleg levert een leesbaar boek op. Er zitten hier en daar wel stijlbreukjes in de tekst, maar die storen niet erg. De fictieve passages zijn, voor zover ik dat kan beoordelen, een verantwoorde invulling van wat feitelijk bekend is. Nijssen blijft dichtbij het beschikbare materiaal. Hij geeft bij zijn reflecties op de fictieve gesprekken ook aan wat de context ervan is. Een voorbeeld is de audiëntie van de joodse leiders bij Kŭruŝ, die Nijssen beschrijft als een voorbeeld van de vele audiënties die de Perzische vorst heeft gehouden. De combinatie van fictie, reflectie en uitleg is een uitdagende balanceeract maar Nijssen blijft overeind.
Hoofdstukken die er wat mij betreft uitspringen zijn die over de spanning tussen boeren en herders, het ongemak van de Perzische troonopvolger Kambujiya (Kambyses II) bij het Akitu-festival en het hoofdstuk waarin Bēlŝunu de leerling-priesters over het belang van kennis onderwijst. Waarbij ik het vermoeden heb dat hier niet alleen de visie van Bēlŝunu doorklinkt maar ook die van Daan Nijssen.
Kortom: Een jaar in Babylon is aan te bevelen voor wie meer wil het oude Babylon en voor wie het eigen wereldbeeld wil spiegelen aan dan van een oude samenleving. Niet zonder reden merkt Nijssen een het eind op: Koningen komen en gaan. Babylon blijft.
- Daan Nijssen, Een jaar in Babylon. Portret van een eeuwenoude samenleving (€29,99)
[Een gastbijdrage van Otto Cox. Dank je wel Otto!]
Zelfde tijdvak
Nineveh!oktober 19, 2017
Precolumbiaanse culturennovember 2, 2024
Het verhaal dat Herodotos liet liggenapril 3, 2019

Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.