Oorlogskind (15) Een idylle

Sneltingshof
Sneltingshof

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

De maanden die toen volgden herinner ik me als een prachtige tijd. Op de boerderij hadden wij de tijd van ons leven, we mochten de varkens voeren, helpen met het verzorgen van de koeien, we keken toe bij het melken en… we gingen ook een klein beetje naar school. Maar laat ik vooraan beginnen.

Op 11 januari kwamen we dus ’s avonds aan bij de boerderij van Snelting in Megchelen. We kwamen binnen in een grote woonkeuken en moesten een oude mevrouw en een oude man die vreselijk dik was, een hand geven. Dat waren de oude boer en boerin Snelting. Dan waren er een jonge man en jonge vrouw die een jongetje op schoot had. Die moesten we “Oom Jan” en “Tante Sientje” noemen.

Later heb ik begrepen dat mevrouw en meneer Snelting geen kinderen hadden en dat Sientje hun nichtje was. Die was in dat huis in-getrouwd met haar man Jan Essink en die zouden later de boerderij overnemen. Jan was dus de eigenlijke boer. Maar mijn vader heette ook Jan, dus dat was nogal lastig. Daarom werd mijn vader daar Piet genoemd.

Lees verder “Oorlogskind (15) Een idylle”

Oorlogskind (14) Doesburg

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

Na onze ochtendboterham konden we weer verder trekken. Ondertussen was op de weg langs het kanaal naar Dieren de sneeuw een beetje geveegd, zodat het trekken van de wagen niet meer zo zwaar ging. Van die dag herinner ik me niet zo heel veel. Maar tegen het einde van de middag kwamen we bij Doesburg. Dat ligt aan de IJssel en de Duitsers hadden langs die rivier een verdedigingslinie aangelegd. De IJssellinie werd die genoemd. Daar kon je niet zo maar doorheen lopen.

Bij Doesburg was een brug over de rivier, waar we natuurlijk overheen moesten. Maar daar stonden Duitse soldaten op wacht en die controleerden iedereen die daar langs kwam. En mannen die nog geen 45 jaar waren liepen altijd groot gevaar gevangen te worden om voor de Duitsers te werken. Dus dat was gevaarlijk.

Lees verder “Oorlogskind (14) Doesburg”

Oorlogskind (13) Door de sneeuw

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

In die laatste maanden van 1944 werd het steeds moeilijker om aan voldoende eten te komen. Door de oorlog werd er niets vanuit andere landen aangevoerd, dus al het eten moest in het eigen land verbouwd worden. Maar de Duitsers voerden ook nog grote voorraden naar Duitsland, zodat er hier in Nederland grote tekorten waren. Maar ik heb nooit honger hoeven te lijden. Hoe mijn ouders het iedere dag weer klaar kregen om onze magen te vullen, dat weet ik niet. Wel herinner ik me dat de sneetjes brood steeds kleiner werden. De gleuf boven in de boterham werd steeds dieper en brood steeds kleffer. Net alsof het niet gaar was. Dat kwam doordat de bakkers geen gist genoeg hadden om het brood te laten rijzen.

Op de hoek van de Tweede Wormenseweg en de Talingweg was een bakker. Achter zijn huis lag een heel hoge stapel takkenbossen. Die had hij nodig om de oven goed heet te stoken en ’s morgens als hij aan het bakken was, dan rook dat altijd zo lekker.

Lees verder “Oorlogskind (13) Door de sneeuw”

Oorlogskind (12) Mensenjacht

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

Ik heb je al eens verteld dat mijn vader nogal wat geld had verdiend met het handelen in “Belgische shag”. Daardoor had hij een spaarpotje waaruit hij in die maanden in Apeldoorn het huishouden kon betalen.

Maar het gemeentebestuur van Apeldoorn had ook een voorziening getroffen waardoor al die duizenden evacués aan geld geholpen werden waarmee ze boodschappen konden doen. Hoe dat precies in zijn werk ging, weet ik niet, maar het is een paar keer gebeurd dat mijn vader met een pakketje geld thuis kwam. Het leuke was dat dat allemaal gloednieuw geld was. Het kwam zo van de drukkerij af. Er waren toen geen munten meer van één of twee-en-een-halve gulden, daarvoor waren er briefjes, net als voor de tientjes. Vader kwam dan thuis met een pakketje rijksdaalders, het bandje zat er nog om. Ik zie nog hoe hij zijn duim over zo’n briefje haalde en die was dan helemaal blauw van de drukinkt. Zelfs als jochie van zeven jaar begreep je dan al dat dat nooit zo heel goed geld kon zijn.

Lees verder “Oorlogskind (12) Mensenjacht”

Oorlogskind (11) Bombardementen

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

De maanden die we in Apeldoorn woonden herinner ik me vooral door een paar dingen die grote indruk op me maakten.

Wanneer we naar de stad wilden, liepen we de Tweede Wormenseweg uit en kwamen dan bij de Parallelweg die langs het spoor liep. Bij de Arnhemseweg moest je dan het spoor oversteken. Maar heel vaak zaten de spoorbomen dicht. Nu was er wel een voetgangerstunnel, maar die was om een of andere reden vaak afgesloten. Je moest dus wachten tot de spoorbomen weer opengingen. Na heel lang wachten kwam er dan wel eens een goederentrein langs, want reizigerstreinen liepen er niet meer. De spoorwegwachter moest de bomen met de hand bedienen en dat duurde altijd heel lang.

Lees verder “Oorlogskind (11) Bombardementen”

Oorlogskind (10) Stobben rooien

 

dav
Tweede Wormenseweg, Apeldoorn

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

En natuurlijk gingen we ’s zondags naar de kerk. In Apeldoorn waren toen drie katholieke kerken: de Mariakerk in de Hoofdstraat, de Teresiakerk en de kerk aan de Arnhemseweg met de moeilijke naam: Sint Fabianus en Sint Sebastianus (kortweg: de Fab-en-Seb). Naar deze kerk gingen wij. Nu was Apeldoorn-Zuid toen nog nauwelijks bebouwd, dus van de tweede Wormenseweg naar Fabianuskerk liep je nog een heel eind tussen de weilanden. Dat kun je je nu nauwelijks meer voorstellen.

We gingen meestal al vroeg naar de kerk en dan was het nog donker. Ook in de kerk, want daar was natuurlijk ook geen stroom. Hier en daar hing in de kerk een heel klein lampje, op het altaar brandden en paar kaarsen. Meelezen kon je dus niet, maar dat hoefde ook niet. Bij katholieken gold toen als belangrijkste regel dat je er bij aanwezig moest zijn, dan had je aan je zondagsplicht voldaan.

Lees verder “Oorlogskind (10) Stobben rooien”

Oorlogskind (9) Apeldoorn

De moeder van mijn vader, die in de aflevering van vandaag een grote rol speelt.
De moeder van mijn vader, die in de aflevering van vandaag een grote rol speelt.

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

En zo waren we dus in Apeldoorn terechtgekomen. Waarom we niet bij de familie Jonker mochten blijven, weet ik niet, maar we kregen onderdak aan de Tweede Wormenseweg. Het huisnummer weet ik niet meer en bovendien is het huis waar we woonden nu afgebroken.

We woonden bij Mevrouw Voorhorst. Dat was een oudere dame die nog echt op zijn oud-Veluws gekleed ging. Lange zwarte rokken en een heel mooie witte kanten muts op. Je zag wel meer vrouwen met zo’n muts, want in die tijd liepen overal in Nederland de mensen nog heel vaak in de klederdracht van de streek. Ze was weduwe en had twee zoons bij haar wonen, waarvan ik me er een, Willem, nog heel goed kan herinneren. Dat was een heel vrolijke man, die altijd schik met ons had. Hij werkte, geloof ik, bij de voedselvoorziening en daarom droeg hij altijd een rijbroek met “kamassen”. Dat zijn leren beenkappen die boven hoge schoenen gedragen werden waardoor je net zoiets kreeg als een paar leren laarzen.

Lees verder “Oorlogskind (9) Apeldoorn”

Oorlogskind (8) De evacuatie van Arnhem

beekbergen
Beekbergen

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

Dinsdagmorgens, 26 september, gingen we op stap. Maar voordat het zover was moest er nog heel wat gebeuren. We zouden de hele dag moeten lopen, dus er moesten veel boterhammen worden meegenomen. Nu gebruikten mijn ouders als broodtrommel een bierkistje. Dat kistje is net zo groot als een kratje waar vierentwintig flesjes in kunnen, maar vroeger waren deze van hout en er zat een deksel op. Je begrijpt dat ik het leuk vind dat ik dat kistje nog altijd heb. In dat kistje konden precies vier broden en die morgen maakte mijn vader daar allemaal boterhammen van. Moet je voorstellen: een heel kistje vol met boterhammen… Maar ja, we hadden vijf jongens en we wisten natuurlijk helemaal niet waar we de volgende dag terecht zouden komen.

Lees verder “Oorlogskind (8) De evacuatie van Arnhem”

Oorlogskind (7) Tabak

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar. Dat ik afstamde van een smokkelaar wist ik nog niet. Stoer.]

Toen in 1943 een paar dagen gestaakt werd, werkte mijn vader als opzichter bij de aanleg van het vliegveld Deelen. De Duitsers hadden een groot stuk van het park “De Hoge Veluwe” in beslag genomen om daar een vliegveld aan te leggen. Daar moesten kazernes gebouwd worden voor de soldaten, bunkers waarin ze konden schuilen bij bombardementen, hangars voor de vliegtuigen en natuurlijk moesten er landingsbanen worden aangelegd. Dat werd allemaal gedaan door Nederlandse bedrijven en mijn vader was bij een van die bedrijven in dienst. Hij moest bijvoorbeeld in de gaten houden of alle mensen elke dag wel kwamen. Nou, er waren genoeg mensen die graag thuis wilden blijven, want ze wilden liever niet voor de Duitsers werken. Mijn vader schreef dan op dat ze er wel waren geweest, maar op een gegeven moment kreeg zijn baas in de gaten dat hij de boel voor de gek hield en toen werd hij ontslagen.

Lees verder “Oorlogskind (7) Tabak”

Oorlogskind (6) De trekwagen

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

Voordat ik verder ga met mijn verhaal moet ik je eerst iets vertellen wat een jaar eerder was gebeurd.

Ik was een jaar of zes toen we op een morgen van mijn vader hoorde dat hij niet hoefde te werken omdat er gestaakt werd. Ik wist niet wat dat was maar ik snapte wel dat hij thuis bleef. Maar hij vertelde ons wel dat hij iets heel bijzonders ging doen. Nu kon mijn vader heel goed timmeren, want als jongen was hij opgeleid tot timmerman. Uit de schuur haalde hij allemaal planken tevoorschijn en buiten in de tuin ging hij iets maken. Dat kon, want het was heel mooi weer. Ik weet nog dat hij op een gegeven moment boven op het konijnenhok aan het werk was. Achter in de tuin hadden we namelijk altijd konijnen. Die waren niet om mee te spelen, die werden, als ze groot waren, geslacht en opgegeten. Je begrijpt dat wij het nooit leuk vonden als we gras en klaver moesten plukken voor de konijnen.

Lees verder “Oorlogskind (6) De trekwagen”