De ambtstermijn van een dictator

Mogelijk portret van de dictator Sulla (Glyptothek, München)

Aan het begin van de vierde eeuw v.Chr. begon Rome een regionale grootmacht te worden. Het beslissende moment was de inname van de Etruskische stad Veii in 393/392 v.Chr. ofwel 396 volgens de onjuiste traditionele chronologie. De gebeurtenis kreeg in de Romeinse geschiedschrijving legendarische trekken: de belegering zou à la Trojaanse Oorlog tien jaar hebben geduurd en pas succes hebben gehad nadat de Romeinse generaal Marcus Furius Camillus het ritueel had voltrokken dat bekendstaat als evocatio.

En zo werd Rome een machtige stad. Gevaarlijk machtig, naar de zin van de alleenheerser van Syracuse, Dionysios I. Daarom verzocht hij de Gallische huurlingen die hij in die tijd in dienst nam, om even langs Rome te gaan, als ze toch op weg waren naar het zuiden. Op 18 juli 387 versloegen zij een Romeins leger en daarna sloegen ze het beleg op voor het Capitool. De Romeinen kochten de belegeraars af en we vinden de Galliërs vervolgens in de “teen” van Italië. Dionysios stuurde later nog eens een vloot, die overigens weinig te plunderen vond.

Lees verder “De ambtstermijn van een dictator”

De evocatio van Koningin Juno

Koningin Juno (Villa Giulia, Rome; © Wikimedia Commons | gebruiker Giuseppe Savo)

In het zuiden van het historische centrum van Rome ligt de heuvel Aventijn. Het is tegenwoordig een rustige woonwijk waar betrekkelijk weinig oudheidkundig bodemonderzoek is verricht. Het is echter zeker dat in de buurt van de huidige kerk van Santa Sabina (een van de mooiste kerken van Rome) de oudste tempel heeft gestaan voor de godin die de Romeinen Koningin Juno noemden. Van oorsprong was zij een Etruskische godin die Uni heette; ze gold als zuster en echtgenote van Aplu ofwel Apollo.

Dit heiligdom was aan deze godin beloofd door de Romeinse veldheer Marcus Furius Camillus, toen deze aan het begin van de vierde eeuw v.Chr. op het punt stond de Etruskische stad Veii in te nemen. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius heeft daarover het volgende te vertellen:

Toen trad de gezagvoerder, na de vogeltekenen te hebben waargenomen, naar buiten en gaf de soldaten de order zich te wapenen. “Onder uw leiding, Pythische Apollo,” sprak hij, “en bezield door uw goddelijke almacht, ga ik nu voorwaarts om de stad Veii te vernietigen; aan u wijd ik een tiende van de buit. En u, Koningin Juno, die nu in Veii woont, smeek ik om, wanneer wij hebben gezegevierd, met ons mee te gaan naar onze stad, die spoedig ook de uwe zal zijn en waar een tempel, uw verheven grootheid waardig, u zal ontvangen.”noot Livius 5.21.1-3; vert. F.H. van Katwijk-Knapp.

Lees verder “De evocatio van Koningin Juno”