Een geschiedenis van Syracuse (3)

Kop van Silenos (Museo archeologico regionale Paolo Orsi, Syracuse)

[Dit is het derde deel van een zesdelige reeks over de geschiedenis van de voornaamste stad van het antieke Sicilië, Syracuse. Het eerste stukje was hier en een landkaartje is daar.]

Dionysios I

Dionysios werd tyran van Syracuse in het crisisjaar 405, en versterkte zijn positie door te trouwen met een dochter van Hermokrates. Hij had de macht gekregen omdat hij had beloofd de Karthagers te verslaan – en dat was nogal een opgave, aangezien ze inmiddels Selinous, Himera en Akragas hadden ingenomen. Inmiddels belegerden ze Gela. Dionysios trok meteen ten strijde, maar werd verslagen. Zijn eigen soldaten zouden hem hebben afgemaakt als hij niet beschermd was geweest door zijn huurlingen.

De Karthagers hadden alleen Kamarina, Leontinoi, Syracuse en het noordoostelijke deel van Sicilië nog niet bezet, maar er was redding op komst voor de Griekse steden. Een nare ziekte teisterde het Karthaagse leger en dwong beide partijen tot onderhandelingen en vrede. De door Karthago veroverde steden moesten voortaan tribuut betalen aan hun nieuwe meester.

Dankzij zijn huurlingen bleef Dionysios in het zadel. Hij bezette Ortygia, de oude stad van Syracuse, en bouwde het eiland om tot zijn citadel. Het leek erop dat Syracuse alsnog bezet was, zij het niet door de Karthagers maar door zijn eigen tyran. De Syracusanen haatten hem en kwamen al in 404 in opstand. Dionysios wist zijn tegenstanders echter tegen elkaar uit te spelen door het land te herverdelen, door slaven te bevrijden en door de armen in de stad te helpen. Deze “nieuwe burgers” zouden vanaf nu zijn trouwste aanhangers zijn. Dionysios’ staatsgreep was ook een maatschappelijke revolutie.

De Arethousa-bron, die het eiland van zoet water voorzag.

Dionysios bleef echter moreel verplicht Sicilië van de Karthaagse bezettingsmacht te bevrijden. Bij wijze van voorbereiding veroverde hij Leontinoi en twee inheemse steden. Verraders hielpen hem om ook Katane en Naxos in zijn macht te krijgen. Met Messina onderhield hij vriendschappelijke betrekkingen en een graanzending naar Rome bezorgde hem goodwill in Midden-Italië.

Stadsuitbreiding

De bewoners van de veroverde steden werden geherhuisvest in Syracuse, dat nu zo’n 60.000 inwoners moet hebben geteld en een nieuwe stadswijk kreeg die bekendstaat als Neapolis, “nieuwstad”.

Een nieuwe muur omgaf niet alleen de diverse woonwijken maar ook het plateau ten noorden van de stad, waar tuinbouw mogelijk was. Syracuse hoefde voor een belegering niet bang te zijn. In het westen liet Dionysios een fort bouwen met de naam Euryalos. Het was ontworpen voor het gebruik van katapulten, een nieuw wapen dat was ontwikkeld door de ingenieurs van Dionysios.

Persefone op een munt uit Syracuse (Antikensammlung, Munchen)

Opnieuw oorlog

In 398 verklaarde de tyran Karthago de lang voorbereide oorlog. Hij trok onmiddellijk naar het verre westen, waar hij, ondanks tegenaanvallen van de Karthaagse bevelhebber Himilko, in staat was Motya in te nemen. Het was een prachtige overwinning en de eerste militaire operatie in de wereldgeschiedenis waarbij artillerie een beslissende rol speelde.

Het volgende jaar keerde Himilko terug. Hij heroverde Motya en trok verder naar het oosten, waar de inheemse bevolking zich bij hem aansloot. In de winter van 397/396 sloeg hij het beleg op voor Syracuse, dat steun kreeg van Sparta. Opnieuw redde een epidemie in het Karthaagse leger Syracuse en Dionysios. Hij wist de belegering te beëindigen, maar dat was niet het einde van de oorlog, die duurde tot 392. Toen tekenden de twee uitgeputte partijen een vredesverdrag waarin Karthago aanvaardde dat de steden die de voorafgaande jaren tribuut hadden betaald, onafhankelijk werden. Met enig recht kon Dionysios beweren dat hij hen had bevrijd – al waren het al snel zijn onderdanen.

In de volgende jaren breidde hij zijn macht uit. In 387 nam hij Rhegion in de “teen” van Italië, waardoor Syracuse de Straat van Messina beheerste. Een inscriptie uit Athene noemt Dionysios “de leider van Sicilië”, wat niet ver bezijden de waarheid was. Hij beheerste zeker driekwart van het eiland.

Een necropolis op het rotsplateau benoorden de stad

Alweer oorlog met Karthago

Dionysios was inmiddels in zijn onoverwinnelijkheid gaan geloven en viel in 383 Karthago maar weer eens aan. Het enige resultaat was dat hij in 378 een grote schadeloosstelling moest betalen, en gebied verloor in het westen van het eiland. De grens tussen Karthago en de invloedssfeer van Syracuse zou voortaan liggen bij een riviertje dat dat zijn bondgenoten in het westen gebied verloren. De grens tussen Karthaags en Grieks grondgebied zou vanaf nu liggen bij de rivier de Platani. De enige winst was dat Syracuse voortaan Kroton in Zuid-Italië beheerste.

In 368 volgde een nieuwe oorlog tegen Karthago, maar de tyran overleed in het volgende jaar. Zijn zoon en opvolger Dionysios II sloot meteen een vredesverdrag. Geen van beide partijen had iets gewonnen.

Dionysios II

Dionysios II was gematigder dan zijn vader, geïnteresseerd in filosofie en zich bewust van het feit dat Fortuna haar zegeningen net zo gemakkelijk afnam als ze die had gegeven. Over hem gaat het beroemde verhaal dat hij een zwaard liet ophangen boven het hoofd van zijn hoveling Damokles.

De jongere Dionysios is in feite een tragische figuur die wél begreep dat hij alleen veilig zou zijn als hij de harten zou winnen van zijn onderdanen, maar die niet begreep hoe hij populariteit verwierf. Zo stond hij toe dat mensen die gedwongen in Syracuse waren komen wonen naar hun eigen steden terugkeerden, maar wist hij niet te verhinderen dat ze hem bleven haten.

Onder zijn raadgevers was zijn oom Dion, die de Atheense filosoof Plato uitnodigde om in Syracuse de tyran bij te staan. Het resultaat was desastreus, want de hovelingen vreesden Dions invloed en beschuldigden hem van hoogverraad. Dion werd verbannen en Plato kreeg het verzoek voortaan anderen te adviseren.

Plato (Glyptothek, München)

Burgeroorlog

In 361 nodigde Dionysios Plato echter opnieuw uit. Ditmaal bleef hij enkele jaren en begreep hij meer van de Siciliaanse politiek dan tijdens zijn eerste bezoek. Het liep echter opnieuw uit op niets. In de zomer van 357 probeerde Dion, die zich van troepen had voorzien, terug te keren. Hij landde in het Karthaagse deel van Sicilië, marcheerde naar het oosten, kreeg steun van diverse Griekse steden en bezette Syracuse. Behalve de citadel op het eiland, die bezet bleef door aanhangers van Dionysios.

Dion werd als bevrijder onthaald, zeker toen hij had beloofd dat hij niet als tyran zou regeren. Toch bleek hij niet de staatsman te zijn waarop Plato zijn hoop had gesteld. De nieuwe heerser gaf de voorkeur aan een oligarchie en stelde zijn democratische medeburgers teleur. Hoewel hij de citadel innam, was hij niet in staat de stad te beschermen tegen de aanvallen van Dionysios’ huurlingen. Drie jaar later werd hij uit de weg geruimd. Diverse democratische en minder democratische leiders probeerden orde op zaken te stellen, maar in 347 keerde Dionysios terug.

Dit was niet het einde van de burgeroorlog. Dionysios was – enigszins voorspelbaar – een verbitterd man geworden, die zich gedroeg als een wrede despoot. De Syracusanen riepen daarom de hulp in van een zekere Hiketas, die de stad inderdaad wist te bevrijden. Om Dionysios ook uit de citadel op het eiland te verdrijven, nodigde hij niet alleen de Korinthiërs uit om hulp te bieden, maar ook de Karthagers. Die maar een half woord nodig hadden om de haven van Syracuse binnen te varen.

Chaos

In feite kwam er – zo is de indruk die onze bronnen wekken – in Syracuse en elders een tijdelijk einde aan het georganiseerde bestuur. De inheemse stammen van Sicilië en Italië, die door Dionysios I en Dionysios II uit de buurt van de Griekse steden waren gehouden, reorganiseerden zich en daalden af naar de kustvlakten.

De ineenstorting van de Griekse macht was nu compleet. De diepste oorzaak was het ontbreken van gemeenschapszin. De tyrannen in zuidelijk Italië en op Sicilië hadden immers alles gedaan om de burgerij verdeeld te houden. Het politieke leven was verstoord, buitenlandse huurlingen hielden alleenheersers op de troon alsof het bezetters waren, en de burgers waren niet bereid of niet in staat verantwoordelijkheid te aanvaarden. Er waren weinig gebieden minder geschikt voor Plato’s filosofisch-politieke experiment.

[Wordt vanmiddag vervolgd]

Een gedachte over “Een geschiedenis van Syracuse (3)

  1. FrankB

    “Zijn eigen soldaten zouden hem hebben afgemaakt”
    Soms, als ik zie met welke loze beloftes onze politici wegkomen …..

    “door slaven te bevrijden en door de armen in de stad te helpen”
    Dat is dan weer sympathiek, al deed hij het ook uit eigenbelang.

Reacties zijn gesloten.