Vragen rond de jaarwisseling (3)

Reconstructie van het gezicht van Sensaos (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik nodigde u onlangs uit om vragen te stellen voor het lijstje “Vragen rond de jaarwisseling” van 2024. De eerste zes vragen beantwoordde ik hier, de volgende zes daar, en hier zijn er nog eens zes.

13. Hoe gradueel ging het klassieke Latijn als voertaal uit West-Europa over in de Romaanse talen?

Voor zover ik weet ligt er een probleem met onze data: we hebben alleen geschreven teksten. Uiteraard bevatten die regelmatig opmerkingen over de spreektaal, maar de schrijftaal kennen we wel beter dan de dagelijkse omgangstaal. Het klassieke Latijn en het klassieke Grieks bleven lang in gebruik omdat dit de talen waren waarmee de elites met elkaar communiceerden. Ze hadden een positie die vergelijkbaar is met het hedendaagse standaard-Arabisch.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (3)”

Wij Batavieren (2)

Karel van Egmont

Gisteren heb ik geschreven over het wonderlijke gegeven dat de Hollanders zich in de late zestiende eeuw begonnen te associëren met de Batavieren, zoals men destijds de Bataven noemde. De parallel die ze trokken tussen de eigen opstand tegen Spanje en de Bataafse Opstand tegen Rome, is bizar omdat ze immers een uiteindelijke nederlaag impliceert. Een eervolle nederlaag, zeker, maar een nederlaag. Ik opperde dat de Hollanders deze keuze maakten omdat er een model klaarlag.

Geldenhouwer

Dat is gevormd door de Nijmeegse humanist Gerard Geldenhouwer (1482-1542), die in 1530 een Historia Batavica publiceerde die in 1541 werd herdrukt. Daarin benadrukte hij (terecht) het Germaanse karakter van de Batavieren, claimde hij (terecht) dat Nijmegen hun hoofdstad was geweest en benadrukte hij (minder terecht) de continuïteit met het hertogdom Gelre.

Lees verder “Wij Batavieren (2)”