Skiënde Finnen

Ski’s (Volkenkundig museum, Leiden)

Het is de Week van de Klassieken en vandaag neem ik u mee naar de uiterste rand van de klassieken: naar Prokopios, een Grieks-schrijvende auteur uit de zesde eeuw n.Chr. Je kunt hem aanduiden als een laatantieke historicus maar ook als een vroegmiddeleeuws schrijver. Hij publiceerde diverse boeken over Justinianus, de keizer die probeerde het Romeinse Rijk te herstellen en dat project zag mislukken. Hij was ook iemand op de rand van Oudheid en Middeleeuwen. Prokopios vermeldt bovendien een volk op de geografische rand van de klassieke wereld: de Finnen.

De Finnen

Hij was niet de eerste. Al in de eerste eeuw kende de Romeinse geschiedschrijver Tacitus de Fenni en in de tweede eeuw vermeldt Ptolemaios de Fennoi. De relatie met de huidige Finnen is omstreden en laat ik verder buiten beschouwing.

In zijn Geschiedenis van de Gotische Oorlog 2.15 beschrijft Prokopios Thule, een spreekwoordelijk ver naar het noorden gelegen gebied. De Griek Pytheas had er al eens over geschreven. Hij lijkt IJsland te hebben bedoeld; de Romeinen identificeerden het met de eilanden ten noorden van Shetland. Prokopios denkt aan Scandinavië en weet bijvoorbeeld dat de zon er in de zomer nooit ondergaat en in de winter nooit schijnt.

Lees verder “Skiënde Finnen”

Een klassieke moord

Maximianus naast keizer Justinianus (San Vitale, Ravenna)

Het is de Week van de Klassieken, het is 15 maart, en dus moeten we het hebben over een van de beruchtste moordpartijen uit de Oudheid. Ik bedoel vanzelfsprekend dat het vandaag 1529 jaar geleden is dat koning Odoaker aan zijn einde kwam. Hoe zat het ook alweer?

Odoaker

Odoaker is een van de bekendste laat-Romeinse militaire leiders. Opgegroeid aan het hof van Attila de Hun trad hij na diens dood met een schare Germanen in dienst van Rome. In Italië maakte hij al snel carrière en begon hij met andere hoge officieren te rivaliseren om invloed aan het hof. Zijn moment of fame kwam toen zijn concurrent Orestes profiteerde van een impasse in het keizerlijk bewind in Constantinopel – ik blogde er al eens over – en zijn zoontje Romulus op de troon plaatste. Toen de situatie in Constantinopel normaliseerde, leidde Odoaker het verzet tegen Orestes en Romulus. De vader werd gedood, de kind-keizer afgezet. Ook daar blogde ik al eens over: de gebeurtenis markeerde het einde van het keizerschap in West-Europa.

Lees verder “Een klassieke moord”

Nationale en regionale musea

De Merovingische munten van de offerplaats bij het Springendal

Grote kans dat u nog nooit heeft gehoord van Museum Moerman in Apeldoorn. Het bestaat niet meer. Ik kwam er als kind, keek er naar het oude Veluwse aardewerk, begreep voor het eerst hoe verschrikkelijk anders het verleden was geweest en begon historische belangstelling te krijgen. Nu mijn vrienden kinderen hebben, zie ik bij die kleuters hetzelfde. Toen opa en oma nog kind waren was het anders en dat is leuk. Elke onderwijzer en elke geschiedenisleraar weet dit: maak met kinderen een fietstocht langs het plaatselijke verleden en ze ontwikkelen geschiedenisliefde.

De sleutel is dat het verleden weliswaar anders moet zijn (dus verrassend, dus leuk), maar tegelijk herkenbaar. Dat laatste kan zijn doordat het gaat om familieleden (opa en oma) of de eigen regio (de Veluwe). U zult zich herinneren dat toen de politiek in 2006 verzon dat Nederland een nationaal historisch museum behoorde te hebben, nogal wat historici eraan herinnerden dat het geld beter besteed zou zijn aan lokale musea.

Lees verder “Nationale en regionale musea”

Geliefd boek: Catastrophe

Via deze blog op het spoor gezet heb ik het boek van Eric Cline, 1177 BC, met veel interesse gelezen. Nu klimaat een steeds belangrijker rol in historisch onderzoek gaat spelen, ben ik verder op zoek gegaan naar meer zulke boeken. En jawel! Ik vond David Keys’ boek Catastrophe, met als ondertitel An Investigation into the Origins of the Modern World, uit 1999. In dit boek, een oudje alweer bijna, oppert hij dat er in de zesde eeuw een grote vulkaanuitbarsting was die de hele wereld op zijn kop zette.

Uiteenlopend bewijs

Het boek is deels met enthousiasme ontvangen en deels half of geheel afgebrand, als u mij de uitdrukking toestaat.  Maar naar mijn idee hoort dat erbij als iemand uiteenlopende soorten bewijs samenbrengt en de aandacht vestigt op een nog niet eerder overwogen, maar wel mogelijke samenhang tussen bepaalde historische verschijnselen. David beweert nergens “het is zo”, maar geeft telkens een verschijnsel aan als “mogelijk gevolg van” c.q. “misschien veroorzaakt door”.

Lees verder “Geliefd boek: Catastrophe”

The Dig

Er was vorig jaar veel te doen over The Dig, een film waarin de opgraving van Sutton Hoo een rol speelt. Het graf van de vroeg-zevende-eeuwse Angelsaksische vorst Raedwald geldt als een van de grote archeologische ontdekkingen van de vorige eeuw. De bijzetting zou te vergelijken zijn met die van andere heersers uit de Late Oudheid, zoals Childeric in Doornik en het grafveld bij het Zweedse Vendel, ware het niet dat ze alles in omvang overtreft: Raedwald is begraven in een schip van een slordige zevenentwintig meter lang. Het is begrijpelijk dat de opgravers die er in 1938 en 1939 werkten, lang overwogen dat het een Vikinggraf was.

Sutton Hoo

Maar het was dus ouder. Dit schip documenteerde de wereld van de Angelen, van de Saksen, van de kerstening en van de Beowulf. Wellicht herinnert u zich uit 2005/2006 de expositie “Professor Van Giffen en het geheim van de wierden” in het Groninger Museum. In The Dig vat een medewerker van het British Museum, Charles Phillips, het belang van de ontdekking mooi samen: “The Dark Ages are not dark anymore.” En ook: “The Anglo-Saxons did have a civilization.”

Lees verder “The Dig”

De niet zo grote volksverhuizingen

(klik=groot)

Het landkaartje hierboven circuleert in allerlei varianten op het internet. Het is ook te vinden in allerlei boeken. Steeds opnieuw een akelig grote hoeveelheid pijlen, die allemaal staan voor een akelig grote hoeveelheid barbarenstammen die West-Europa bedreigen. Dat beeld is de akelige erfenis van het akelige negentiende-eeuwse idee, alleen nog verdedigd door de Leidse historicus Rutte, dat het West-Romeinse Rijk ten onder zou zijn gegaan ten gevolge van de Grote Volksverhuizingen.

Niemand gelooft dat nog. Daarvoor hebben serieuze historici, van Pirenne tot Meier, voldoende serieus onderzoek naar gedaan. Maar dat kaartje blijft terugkomen. Het heeft nu eenmaal het voordeel van de eenvoud. Het klopt echter voor geen meter. Voor geen centimeter zelfs.

Lees verder “De niet zo grote volksverhuizingen”

Gregorius van Tours

De boog van Glons: een voorbeeld van de Merovingische kunst (Musée Grand Curtius, Luik)

De zesde eeuw markeert de overgang van de Oudheid naar de Middeleeuwen. Als je geïnteresseerd bent in de uiterlijke vormen van het politieke stelsel kijk je misschien iets eerder, naar de afnemende relevantie en verdwijning van het keizerschap in West-Europa, of juist iets later, naar de grote Arabische veroveringen, maar de zesde eeuw zit daar mooi tussenin. Het is ook de tijd van Justinianus’ poging iets te herstellen van de Romeinse politieke macht, van een grote vulkaanuitbarsting en daaropvolgende, misoogsten plus epidemieën. En voor West-Europa hebben we een geweldige bron: de Geschiedenis van de Franken van Gregorius, de bisschop van Tours.

Voor ik verder ga: Gregorius is de beschermheilige van de historici. En het is vandaag zijn feestdag. Op 17 november 594, vandaag 1427 jaar geleden, is hij overleden.

Lees verder “Gregorius van Tours”

It Belongs in a Museum

Frankische schijffibula (Rheimisches Landesmuseum, Bonn)

Mooi hè, deze broche. Ik fotografeerde haar in het Rheinisches Landesmuseum in Bonn. Het voorwerp is gevonden bij Wezel, tegenover Xanten aan de Rijn, en komt uit een vrouwengraf uit de Merovingische tijd. Afgezien van deze gouden broche – de technische term is “schijffibula” – was er ook een ring, een goudstuk dat als hanger werd gebruikt, een koperen armband, een gordel en een doosje waarin een amulet had gezeten. Dat was er niet, dus niet alle voorwerpen zijn geborgen.

In elk geval: de overledene was een chique Frankische dame. Dat blijkt natuurlijk vooral uit de broche, die is gemaakt met een goudsmeedtechniek die bekendstaat als granaat-cloisonné. Als ik het goed begrijp werden daarbij draadjes over de schijf gelegd en vastgesoldeerd, waardoor kleine hokjes ontstonden, die vervolgens werden gevuld met stukjes glas, granaat en andere mineralen. Ik weet niet of ik het helemaal correct uitleg maar de reageerpanelen staan voor u open.

Lees verder “It Belongs in a Museum”

Traditionskern

Frankische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Ik ben al weken bezig met het lezen van de Getica van de Byzantijnse auteur Jordanes, een tekst over de geschiedenis van de Goten waarvan onlangs een mooie en goed ontvangen becommentarieerde vertaling is verschenen van de hand van de Gentse oudheidkundigen Peter Van Nuffelen en Lieve Van Hoof. Er is een hoop over te zeggen, zoals dat de tekst teruggaat op een ouder origineel. Of dat ze begint met verhalen over de vroege geschiedenis van de Goten, die ooit hadden gewoond op “Scandza”, een eiland tegenover de Weichsel, onder leiding van een koning Berig. Er volgen beschrijvingen van migraties naar en langs de Weichsel naar Skythië, waar ze leefden onder een koning Filimer, en vervolgens naar Mysië, Thracië en Dacië. Daarvandaan barstten de Visigoten en Ostrogoten later het Romeinse Rijk binnen.

Oorsprongsgeschiedenis

Dit is een oorsprongsgeschiedenis waarvan we er meer kennen. Een ander voorbeeld is de Geschiedenis van de Franken van Gregorius van Tours. En weer een ander voorbeeld is de Geschiedenis van de Langobarden van Paulus de Diaken. En of het nu gaat om Goten, Franken of Langobarden, ze bewegen allemaal van de randen van de aarde naar de Mediterrane wereld. We hebben diverse van zulke geschiedwerken en ze bevatten allemaal dezelfde curieuze mengeling van bijbelse geschiedenis, citaten uit Griekse en Romeinse auteurs, én eigen tradities van de volken.

Lees verder “Traditionskern”

De Arabisering van de Maghreb

De grote moskee van Kairouan

Een tijdje geleden kreeg ik een vraag naar de arabisering van de Maghreb. Anders gezegd: waarom zijn de mensen in het noordwesten van Afrika Arabisch gaan spreken? Vroeger spraken ze immers Latijn en daarvoor woonden er mensen die een taal spraken die ik gemakshalve Numidisch zal noemen. Ook zijn er nog Berbers. Kortom, hoe zit het?

Ik ben geen arabist en elk antwoord dat ik geef moet met een korreltje zout worden genomen. Ik denk echter dat ik wel een paar factoren kan noemen.

Verovering

Primo, de Arabische veroveringen vormden hoe dan ook de beslissende factor. In 647 intervenieerde een Arabisch leger in een burgeroorlog in wat bekendstond als het Exarchaat van Karthago, ofwel het door de Byzantijnen op de Vandalen heroverde Afrika. Bij het huidige Sbeitla versloegen de Arabieren een opstandeling – let op: ze werkten hier samen met de Byzantijnen – en lieten zich vervolgens afkopen. Een kwart eeuw later rukten de Arabieren op tot Kairouan, en weer een kwart eeuw later (in 695 om precies te zijn) viel Karthago. De Byzantijnen heroverden de stad en verloren haar definitief in 698. Daarmee lag de weg naar het westen open. Berbers boden nog weerstand maar in 708 stonden de Arabische troepen aan de Atlantische Oceaan. Drie jaar later staken ze de Straat van Gibraltar over. Het Rijk van Toledo, centraal georganiseerd als het was, viel in één klap.

Lees verder “De Arabisering van de Maghreb”