Wierookbrander uit Tenochtitlan (Volkenkundig museum, Leiden)
In conflict met de Oude Wereld
Motecuhzoma Xocoyotzin
Hij die zichzelf heerser maakt door zijn woede
De eenzame die een pijl in de hemel schiet
De hueyi tlahtoani van de Azteken
Zoon van Axayacatl en Xochicueyetl
Opvolger van Ahuitzotl
Kwam in conflict met de oude wereld
[Een korte gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Dank je wel Hans!]
Een fluit in de vorm van twee kruikjes, versierd met een panfluitist; Vicus-cultuur (Musée du Quai Branly, Parijs)
De trouwe lezers van deze blog weten dat ik een groeiende belangstelling heb voor Precolumbiaans Amerika, dus de Nieuwe Wereld vóór Columbus. Natuurlijk is dat eigenlijk dezelfde interesse als mijn belangstelling voor de Oudheid of het Midden-Oosten: een andere wereld die je dwingt na te denken over de wereld waarin je zelf woont. Mijn groeiende belangstelling voor Precolumbiaans Amerika is echter ongestructureerd. Ik lees weleens wat, maar ik ben nooit in Mexico of Peru geweest, en moet het vooral doen met wat ik oppik in volkenkundige musea.
In het Musée du Quai Branly in Parijs zag ik voorwerpen die ik maar zal aanduiden als fluitende vazen. Ze bestaan uit twee kruikjes, waarvan de een open is en de ander gesloten, zij het dat die uitloopt op een fluit. Die is vaak versierd en kan dan bijvoorbeeld de vorm hebben van een mannetje of een vogel of iets anders. De twee vaasjes zijn verbonden door een buisje. Als je nu water giet in het open vaasje, loopt het door het buisje naar het andere kruikje, waar het de lucht wegperst door de fluit. Je kunt die fluitende vazen ook een beetje schudden, dan maken ze (denk ik) korte piepgeluiden.
Nederland telt enkele gerenommeerde spookkastelen. Daar kan je je schouders over ophalen, je wenkbrauwen diep over fronsen, het overlaten aan de parapsychologie of er heilig in geloven. Feit is dat diverse sagen en legenden in Nederland gaan over gebouwen waar het niet pluis is. Neem kasteel Waardenburg in de Betuwe, tegenover Zaltbommel.
Daar spookt het niet alleen, het heeft ook een bijzondere band met de legendarische doctor Faustus. Kortom, we moeten het eens hebben over bestaande kasteel Waardenburg en de historische Faustus.
Kasteel Waardenburg
Het oorspronkelijke kasteel was een motte, dus een ringburcht op een kunstmatige verhoging, en dateert uit 1265. Motte-kastelen waren niet uniek, maar de precisie van de stichtingsdatum is dat wel. We weten dat ridder Rudolph de Cock in dat jaar zijn leenheer, graaf Otto II van Gelre, verzocht een versterkte woning te mogen bouwen. Diens afstammelingen bouwden het kasteel uit met onder meer in 1283 “den sael ende ronde toern”, ongetwijfeld van steen.
Doopvont van Reinier van Hoei (Sint-Lambertuskerk, Luik)
Ik houd van fietstochtjes en eigenlijk interesseert het me niet zoveel waar ik begin en eindig. Ik ben weleens langs alle hunebedden gefietst; aan die ouwe stenen valt weinig te ontdekken, maar het is prettig fietsen in Drenthe en Groningen. Ook ben ik weleens om Vlaanderen gereden, doelloos maar tevreden. Mijn fietstocht rond Nederland is bijna voltooid. Het klassieke kwartet Aalst – Peutie – Zwevezele – Genoelselderen heb ik al binnen. En zoals het gaat: onderweg ontdek je links een mooi kasteel en rechts een smakelijk streekgerecht.
Een ander reisdoel-dat-geen-doel-is-maar-tussenstop-in-een-tochtje: de Zeven Wonderen van België. Ik begrijp dat het lijstje een halve eeuw geleden is gemaakt als een publiciteitscampagne om toeristen te lokken. Die zullen zich zeker niet bekocht hebben gevoeld: het is een mooi lijstje, waarin Vlaanderen en Wallonië elk met drie kunstwerken zijn vertegenwoordigd en Brussel met één. Ook chronologisch is het mooi verdeeld.
Barbaros Hayreddin: Sultanın Fermanı, ofwel Barbaros Hayreddin: Het decreet van de sultan is een serie over het leven van Khair ad-Din Barbarossa, bekend als de eerste kapitein-pasha en admiraal van het Ottomaanse Rijk. Khair ad-Din Pasha (1475-1546) was een Ottomaans-Albanese admiraal en kaper. Hij had de bijnaam “Barbarossa”, afgeleid van Baba Aruj, de bijnaam van zijn broer, over wie ik gisteren blogde. Khair ad-Dins oorspronkelijke naam was Yakupoğlu Hızır (Hızır, zoon van Yakup). Onder leiding van Hızırs oudste broer Aruj Reis legden de broers zich toe op de kaapvaart, eerst vanuit Alexandrië, daarna met het eiland Djerba als basis.
Al geruime tijd fungeerden de havens aan de Barbarijse kust van Noord-Afrika als uitvalsbasis voor moslim-piraten die het zuiden van Spanje bedreigden. De Spanjaarden waren er op hun beurt in geslaagd de controle over een aantal havens aan de Noord-Afrikaanse kust in handen te krijgen. Het groeiende prestige van de broers maakte hen tot leiders in de strijd tegen de Spanjaarden.
Barbarossa: Zwaard van de Middellandse Zee (Turks: Barbaroslar: Akdeniz’in Kılıçı) is een Turkse actiefilmserie en vertelt het verhaal van Oruç Reis en Hızır Reis, twee opeenvolgende Kapudan Pasha’s van het Ottomaanse Rijk.
Aruj Barbarossa
Aruj Barbarossa (ca. 1474-1518), bij de Turken bekend als Oruç Reis, was een Ottomaanse kaper die sultan van Algiers werd. Hij was de oudere broer van de beroemde Ottomaanse admiraal Khair ed-Din Barbarossa, zijn broer Hızır. Aruj/Oruç werd geboren op het Ottomaanse eiland Midilli (Lesbos in het huidige Griekenland) en sneuvelde in de strijd tegen de Spanjaarden bij Tlemcen.
Hij werd bekend als Baba Aruj (Vader Aruj) toen hij grote aantallen vluchtelingen uit Spanje, waaronder Morisco’s, moslims en joden, in Noord-Afrika verwelkomde. De volksetymologie in Europa vertaalde de naam Baba Aruj naar Barbarossa, Roodbaard in het Italiaans.
De eerste serie die ik destijds bekeek, was Muhtesem Yüzyil, Magnificent Century, een Turkse historische dramaserie, geschreven door Meral Okay en Yılmaz Şahin, uit 2011. Het verhaal is gebaseerd op het leven van Suleyman de Prachtlievende (1494-1566), de langst regerende sultan van het Ottomaanse Rijk, en zijn vrouw Hürrem Sultan, een slavin die de eerste Ottomaanse Haseki Sultan (wettige echtgenote van een sultan) werd.
De serie werd uitgezonden in meer dan vijftig landen en had meer dan 200 miljoen kijkers. Halit Ergenç (1970) speelt Suleyman en ik ben diep onder de indruk geraakt van deze acteur, die geloofwaardig zowel een jongere als oudere Suleyman speelt. Zijn Suleyman de Prachtlievende is teder met zijn jonge kinderen, diep verliefd wanneer hij gedichten schrijft aan zijn vrouw Hürrem (die gedichten bestaan echt), huiveringwekkend en dreigend wanneer hij opdracht geeft zijn oudste zoon Mustafa terecht te stellen wegens vermeend verraad, en een gebroken oude man aan het einde van zijn leven.
Elif Batuman schreef over de serie op 9 februari 2014 in de New Yorker het volgende:
Deze blog begon ruim dertien jaar geleden als een algemeen medium, zeg maar als een soort dagelijkse krant, en veranderde al snel in een blog over de Oudheid. Ik heb Rome, Griekenland, Egypte, Mesopotamië en Perzië altijd gepresenteerd in samenhang met Centraal-Eurazië en met Afrika; de Indusbeschaving en China kregen wat minder aandacht omdat ik er wat minder van weet. En Precolumbiaans Amerika kreeg pas de laatste jaren wat aandacht.
Eén reden daarvoor is dat ik meende dat de Precolumbiaanse culturen niet goed pasten bij de definitie van de oude wereld: de periode waarover we naast het archeologische bewijs al geschreven bronnen hebben, maar niet zó veel bronnen dat we aan echte geschiedvorsing kunnen denken. Eigenlijk, dacht ik, bestaat deze situatie in de Amerika’s alleen in de ruime eeuw vóór Cortés en Pizarro. Maar er zijn veel meer teksten, oudere ook, dan ik dacht. Een tweede reden: voor de op deze blog behandelde materie over de Oude Wereld kan ik zonder de Azteken en Inka’s uit de Nieuwe Wereld. En ook daarover ben ik anders gaan denken.
Een Aztekisch beeldje van een dame (Humboldtforum, Berlijn)
Vele jaren geleden las ik Ochtend van Amerika, geschreven door Robert Lemm. Het ging over precolumbiaans Amerika, over het wereldbeeld van de daar destijds wonende volken, en over de komst van de Europeanen. De expeditie van Hernán Cortés, de ondergang van de Inka’s. Eén detail uit dat boek is me altijd bij gebleven: dat Cortés een vrouwelijke tolk had, Doña Marina.
Doña Marina, wier eigenlijke naam we niet kennen, was niet alleen Cortés’ vertaler, maar ook zijn minnares. Lemm wees erop dat deze vrouw niet alleen de talige problemen hielp oplossen die Cortés moet hebben ervaren, maar dat ze ook de Spanjaarden cultureel wegwijs maakte in een wereld die hun wezensvreemd was. Die opmerking is bij me blijven hangen. Toen ik me twintig jaar geleden bezighield met Alexander de Grote, viel me op dat ook hij een meertalige vriendin had, Barsine, die hem moet hebben uitgelegd hoe hij moest omgaan met de Perzische gewoonten. De Australische oudhistoricus Brian Bosworth is deze parallel trouwens ook opgevallen.
Het klinkt wat wonderlijk, “Van neghen den besten”, maar het alternatief zou “De negen besten” zijn geweest, en dat klinkt als de Veronica Top-40. In andere talen staan ze bekend als de “Nine Worthies”, de “Neun Guten Helden”, “Les Neuf Preux” en “I Nove Prodi”. Dat wijst erop dat we hier te maken hebben met een internationaal verschijnsel.
De Negen Besten, zoals we ze toch maar zullen noemen, zijn de driemaal drie meest succesvolle ridders c.q. vorsten die de wereld tot de veertiende eeuw had voortgebracht. Het motief was vooral populair in de Late Middeleeuwen, die werden getypeerd door veranderingen, onzekerheden, oorlogen, hongersnoden en epidemieën. Ook daarna bleef het motief echter terugkeren in de West-Europese literatuur en kunst, tot zeker de achttiende eeuw.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.