Het ideale handboek (volgens mij dan)

Pauw in Cherchell; er is geen diepere betekenis of verband met het onderstaande, maar het is een leuk plaatje.

Ik wilde, zo kondigde ik vorige week aan, gaan bloggen over het handboek waarover ik ooit eerstejaarscolleges heb gehad. Een kennismaking met de oude wereld is zes keer geactualiseerd herdrukt dus ik zal er zeker weggezakte kennis mee opfrissen. Maar de afgelopen week bedacht ik: hoe zou ik zelf een boek schrijven waarmee eerstejaars met de oude wereld kennis zouden maken?

Opfrissen

Het zou, denk ik, moeten beginnen met een vluchtig overzicht, zoals ik zelf hier heb gepubliceerd. Ik weet niet hoeveel woorden het zijn, misschien duizend, maar het geeft de hoofdlijnen, een basis die nuttig is om op voort te bouwen. Daarna zou ik uitleggen waarom de bestudering van de Oudheid een wetenschap is. Even de colleges wetenschapsleer opfrissen waarmee het eerste academisch jaar begon. Hoofdstuk één, paragraaf één: wat is een feit? Daarna een introductie tot de oudheidkundige data: iets over teksten en de uitleg daarvan, iets over vondsten en vondstinterpretatie, iets over etnografische parallellen, iets over de discussies onder historici, zoals de relatie tussen individu en proces of de aard van continuïteit. Ook nog iets over de kern van een wetenschap (de negatieve heuristiek van verboden manieren om de data te interpreteren) en de beschermende schil (de positieve heuristiek van toegestane interpretatiewijzen).

Lees verder “Het ideale handboek (volgens mij dan)” →

Het oudhistorisch handboek

De auteur van een handboek heeft het in één opzicht makkelijk. Hij schrijft voor een publiek van eerstejaarsstudenten die ervoor hebben gekozen een bepaalde studie te doen. Je zou deze doelgroep, omdat ze het belang van het vak niet ter discussie stelt, wetenschapspositief kunnen noemen. Deze welwillende houding heeft als gevolg dat de auteur geen bladzijden hoeft te besteden aan uitleg van waartoe dat vak dient. Hij kan het boek gewoon tjokvol stoppen met conclusies. Dat het handboek dient voor een bepaald vak, geeft bovendien een duidelijke begrenzing. Zo, met een afgebakend vakterrein en een positieve doelgroep, kan een handboek zijn doel dienen: het is de basis voor werkcolleges, waarin studenten leren dat wat een handboekauteur schrijft, wordt tegengesproken door andere geleerden.

Geen consensus

Dat is niet omdat een handboekauteur niet alles weten kan, al speelt ook dat een rol. Veel belangrijker is dat er over veel zaken geen consensus is. Ik lees bijvoorbeeld zojuist dat Filippos II van Macedonië wegens een privéruzie werd vermoord. Misschien is dat zo, maar de voornaamste bron over de moord zegt expliciet dat de moordenaar wegrende naar enkele klaar gezette paarden, meervoud, wat de mogelijkheid opent dat er sprake was van een handlanger, een complot en een politiek motief. Er is dus discussie mogelijk en de auteur van een handboek presenteert alleen zijn eigen keuzes.

Dat is al moeilijk genoeg. Als de handboekauteur het makkelijk heeft door een heldere doelgroep, afbakening en doel, wil dat nog niet zeggen dat het ook in andere opzichten eenvoudig is.

Lees verder “Het oudhistorisch handboek” →

Aarzelend voorwaarts – maar waarheen? (1)

Ik ben even de weg kwijt.

Als rusteloosheid, een gevoel van malaise en een onvermogen effectief toekomstplannen te maken symptomatisch zijn voor corona, dan ben ik er de afgelopen maand door ingehaald. Niet dat het slecht gaat. Ik ben gezond, had voldoende spaargeld om door de afgelopen maanden te rollen en kon naar Wallonië uitwijken toen ik onlangs mijn huis aan familieleden moest uitlenen. Nu dat laatste zich herhaalt, kan ik terecht bij twee van de vaste lezers van deze blog – ik kan rekenen op steun van talloze mensen. Ik ben een gezegend mens en dat ben ik me elke dag bewust.

Maar eerlijk is eerlijk: ik ben rusteloos en richtingloos. De eerste corona-weken ging het allemaal wel. Ik had in vrij korte tijd vier boeken gepubliceerd (Constantijn, Xerxes, Wahibre-em-achet en Bedrieglijk echt) en had een achterstand bij allerlei ander werk. Een deel van die achterstand heb ik kunnen wegwerken, maar niet alles. Langzaam zonk bij me in dat sommige projecten nooit af zouden komen en dat geeft me een naar gevoel. Ik ben te vaak aan iets begonnen en heb te veel energie gestoken in mislukkingen. Volgens mij kan The Seven Habits of Highly Effective People worden samengevat als “alles wat Lendering niet is”.

Lees verder “Aarzelend voorwaarts – maar waarheen? (1)” →