Historia Augusta (4): bronnen

Caracalla (Nationaal Museum van Denemarken, Kopenhagen)

[Eind deze maand verschijnt bij Athenaeum – Polak & Van Gennep de eerste Nederlandstalige uitgave van de Historia Augusta. De vertaling van deze curieuze reeks biografieën van Romeinse keizers is van John Nagelkerken. Dit is de vierde van een reeks van negen blogposts; de eerste is hier.]

Moderne historici beschikken over een scala aan informatiebronnen. Traditioneel houden ze zich bezig met de oude teksten waarvan de inhoud, zoals we hierboven al zagen, kan worden bevestigd en gecorrigeerd door middel van inscripties en munten. Ook de resultaten van archeologische opgravingen zijn belangrijk. Zo blijkt keizer Postumus een militaire vernieuwer van formaat te zijn geweest, die de zojuist genoemde reorganisatie van de grensverdediging een halve eeuw vóór was. Dat de auteurs van de Historia Augusta slechts enkele zinnen wijden aan deze grote generaal, illustreert hun zorgeloze omgang met de historische feiten.

Lees verder “Historia Augusta (4): bronnen” →

Historia Augusta (3): beschreven tijd

Septimius Severus (Museum van Makhtar)

[Eind deze maand verschijnt bij Athenaeum – Polak & Van Gennep de eerste Nederlandstalige uitgave van de Historia Augusta. De vertaling van deze curieuze reeks biografieën van Romeinse keizers is van John Nagelkerken. Dit is de derde van een reeks van negen blogposts; de eerste is hier.]

Hoewel de tweede eeuw voor het Romeinse Rijk een bloeiperiode was, hebben we er betrekkelijk weinig literaire bronnen over. Dat alleen al maakt de keizerlevens van de Historia Augusta belangrijk, en we mogen van geluk spreken dat de primaire biografieën redelijk goed zijn. De oorlogen uit die tijd bedreigden het voortbestaan van het wereldrijk niet en er bestond een betrekkelijke welvaart. De burgers hadden vertrouwen in het muntstelsel, de allerrijksten stelden er een eer in de steden te verfraaien met openbare werken, de overheid benutte de belastingen om het leger op sterkte te houden, waardoor de rust bewaard bleef. Al deze factoren versterkten elkaar en droegen bij aan Romes succes.

Lees verder “Historia Augusta (3): beschreven tijd” →

Historia Augusta (2): karakter

Ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius (Capitolijnse Musea, Rome)

[Eind deze maand verschijnt bij Athenaeum – Polak & Van Gennep de eerste Nederlandstalige uitgave van de Historia Augusta. De vertaling van deze curieuze reeks biografieën van Romeinse keizers is van John Nagelkerken. Dit is de tweede van een reeks van negen blogposts; de eerste is hier.]

Het zal de lezer van de Historia Augusta opvallen dat de schrijvers meer dan eens afdwalen. Zo is er een reeks uitweidingen over de als titel gebruikte naam “Antoninus”, waaraan de auteurs blijkbaar grote waarde hechtten. Ook worden de biografieën onderbroken met opdrachten aan een keizer. Dit gaat dan om Diocletianus of Constantinus (“Constantijn de Grote”), hoewel in de late biografieën ook voorname aristocraten worden genoemd. Zoals we nog zullen zien, zijn de opdrachten belangrijk voor de datering van het materiaal.

Lees verder “Historia Augusta (2): karakter” →

Historia Augusta (1): inleiding

Hadrianus (Nationaal Museum, Tripoli)

[In september verscheen bij Athenaeum – Polak & Van Gennep de eerste Nederlandstalige uitgave van de Historia Augusta. De vertaling van deze curieuze reeks biografieën van Romeinse keizers is van John Nagelkerken. Dit is de eerste van een reeks van negen blogposts.]

Weinig boeken hebben een zó misleidende titel als de Historia Augusta, “de verheven geschiedenis”. De inhoud, de stijl en de compositie zijn namelijk allesbehalve verheven. Een echt geschiedwerk is het bovendien ook al niet.

Dit is niet de schuld van de schrijvers, want niet zij hebben de titel aan hun werk gegeven. Hij is toegevoegd door de Franse classicus Isaac Casaubon, die in 1603 de eerste wetenschappelijk te noemen uitgave van deze tekst verzorgde. Op dit punt gaan de auteurs dus vrijuit, maar ze zijn wel verantwoordelijk voor andere vormen van bedrog. Ze citeren bijvoorbeeld vervalste documenten en nemen regelmatig een loopje met de feiten. De Historia Augusta is vooral bekend om deze maskerade, en om haar te begrijpen, zullen we iets moeten weten over de anderhalve eeuw waarover het boek gaat, over de bronnen, over de tijd waarin de auteurs leefden en over het toenmalige publiek. Maar eerst: wat mag de lezer verwachten?

Lees verder “Historia Augusta (1): inleiding” →

Een onuitstaanbaar stripverhaal

De laatste profetie van Gilles Chaillet is een onuitstaanbaar stripverhaal. Er valt vrijwel niets aan te merken op de vier (van de geplande vijf) gepubliceerde albums. Toch overtuigt de reeks geen moment.

Het probleem is niet het scenario. Dat is intrigerend genoeg. De Romeinse oorlogsheld Flavius komt in 394 aan in Rome en ziet hoe de christenen daar de macht overnemen. Is dat voor hem al verontrustend, het wordt nog erger als in zijn kennissenkring kinderen beginnen te verdwijnen en zijn echtgenote wordt vermoord bij een poging een nieuwe kinderroof te beletten. Flavius verdenkt de christenen, kan niets bewijzen en is vertwijfeld genoeg om in te gaan op het lugubere voorstel van de priesteres van een van de traditionele culten: een bezoek brengen aan de onderwereld om de waarheid te achterhalen.

Lees verder “Een onuitstaanbaar stripverhaal” →