
Ik vertelde gisteren over de inbraak in het Watergategebouw. Daarbij bleek het Committee for the Re-Election of the President (CRP) te zijn betrokken. Ook waren er aanwijzingen voor financiering met zwart geld. Die kwesties werden al snel vergeten, mede omdat Nixons minister van Justitie, Elliot L. Richardson, de zaak had toegewezen aan de grootste brekebeen van de rechterlijke macht, John Sirica. Er was geen rechter wiens vonnissen in hoger beroep zo vaak waren verlaagd. Waarschijnlijk zou dat ook met zijn Watergatevonnis zijn gebeurd, want Sirica legde de mysterieuze dieven absurd lange gevangenisstraffen op.
Niemand had echter verwacht dat de leider van de inbraak, James McCord, zou doorslaan. In ruil voor strafvermindering bevestigde hij wat in kranten al was geopperd: dat hij had gehandeld in opdracht van het CRP. De voorzitter daarvan, John Mitchell, was een persoonlijke vriend van Nixon én de voormalige minister van Justitie. Hij had zich er altijd op beroemd Nixons “Mister Law and Order” te zijn, maar leek nu zelf een loopje te hebben genomen met het recht. In mei 1973 stelde de Senaat een commissie in om de campagnepraktijken te onderzoeken. Die stond al snel bekend als de Watergatecommissie.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.