
De trouwe lezers van deze bloggen kennen inmiddels de rubriek waarin dit de derde aflevering is: ik wil de aandacht weghalen bij de gemakzuchtige stukken over archeologie en de ongefundeerde parallellen tussen toen en nu, en terugleggen bij het eigenlijke wetenschappelijke proces. Vandaag is het woord aan classicus Gert Knepper, die weleens eerder schreef voor deze blog en geen onbekende is in de reageerpanelen van deze blog.
***
Wat bestudeert u?
De afgelopen jaren heb ik me beziggehouden met een onderzoek naar het leven van de Nederlandse classicus Carl Wilhelm Vollgraff (1876-1967, z’n achternaam spreek je gewoon op z’n Nederlands uit), met de bedoeling om diens biografie te schrijven.
Wat doet u nou concreet?
Een paar jaar ben ik bezig geweest met het verzamelen van materiaal. Ik ben in archieven in Nederland en Griekenland gedoken en heb alles wat ik kon vinden over en van Vollgraff gelezen. Dat was een leuk (research in Griekenland vind ik geen straf) maar ook een groot werk, als je bedenkt dat hij alleen al zo’n vierhonderd wetenschappelijke publicaties op zijn naam heeft staan, waarvan de helft in het Latijn. Maar al met al was het een spannende zoektocht die uiteindelijk geleid heeft tot een calendarium, een chronologisch overzicht van ruim tweehonderd Wordpagina’s vol met wat ik van en over Vollgraff had gevonden.
Het stoppen met die zoektocht was best lastig, want je weet dat als je door zoekt je ook weer nieuwe dingen vindt. Maar de afgelopen twee jaar zit ik dagelijks achter mijn laptop om op basis van dat calendarium Vollgraffs biografie te schrijven. En je hebt gelijk, het moet nodig af.
Wat is de voornaamste hindernis bij uw onderzoek?
Vollgraffs archief kwam na zijn overlijden terecht bij de Universiteit van Utrecht, maar helaas had hij daarin niets persoonlijks bewaard. Privécorrespondentie aan hem is er niet meer, en op twee of drie brieven na heb ik ook nergens privécorrespondentie van hem gevonden. Voeg daarbij dan nog, dat Wilhelm een gesloten man is geweest en ziedaar het probleem van zijn biograaf: What made him tick? Wat ging er in hem om? Waarom leefde hij zoals hij leefde?
Zijn zielenroerselen moet ik dus proberen af te leiden uit wat hij deed, hoe hij reageerde op anderen en hoe anderen reageerden op hem. Maar wat had ik hem daarover graag zelf aan het woord gehoord!
Hoe vergroot dit welk inzicht?
Vollgraff was de eerste Nederlander die, helemaal op eigen houtje, archeologische opgravingen ging doen in Griekenland. Dat was helemaal aan het begin van de twintigste eeuw, toen er nog geen opleiding tot archeoloog bestond. Dat wiel moest hij dus zelf uitvinden, en daarbij moest hij ook nog eens zijn opgravingen zelf bekostigen. Zijn brood verdiende hij met een professoraat Oudgrieks, en hij kon dus alleen gaan graven in de zomervakantie, in Griekenland niet echt de prettigste periode voor zulk werk.
Maar je ziet hem als pionier allengs ook weer worstelen met modernere inzichten dan die van hemzelf, zoals bijvoorbeeld precies noteren op welke plek vondsten worden gedaan. En Vollgraff was nog ouderwets in die zin dat hij zich niet interesseerde voor het leven van gewone mensen. Bovendien had hij van exacte vakken geen kaas gegeten. Dat ging wringen toen de archeologie in Nederland een wetenschappelijke en steeds exactere studie werd. Niettemin geldt Vollgraff terecht als ‘de opgraver van Argos’, want op wat hij als eerste in die Griekse stad aan het licht heeft gebracht heeft de archeologie later succesvol kunnen voortbouwen.

In Nederland heeft Vollgraff grote invloed gehad op de bestudering van de klassieken. Die bestudering was vóór zijn tijd vrijwel zuiver filologisch gericht: classici waren mannen die oude geschriften konden lezen. Maar Vollgraff had gestudeerd in Duitsland, waar ze allang op een breder spoor zaten: daar ging het om de integrale bestudering van de Oudheid. Niet alleen meer via geschriften, maar ook via de antieke geschiedenis en kunstgeschiedenis, epigrafie (bestudering van inscripties), topografie, taalwetenschap. Die Altertumswissenschaft, zoals dat daar heette, heeft Vollgraff in Nederland geïntroduceerd, want dat paste in zijn opvatting over de studie van de klassieken: dat was ‘beschavingsgeschiedenis’: als je wilt weten wie je bent is het belangrijk te weten waar je vandaan komt.
Inmiddels is de Altertumswissenschaft overal gemeengoed. Dat wil zeggen: iedereen onderschrijft die benadering. De praktijk is weerbarstiger, zullen we maar zeggen. In zijn honderden artikelen over de Griekse of Latijnse literatuur kan Vollgraff, dankzij zijn universele kennis, om een passage te verduidelijken zomaar ineens verwijzen naar een archeologische vondst of een inscriptie of een zinnetje uit een totaal andere auteur. Daar ben ik wel eens jaloers op, om de filoloog Vollgraff kun je nog steeds niet heen.
Ik zie mijn werk als een bijdrage tot de bestudering van de geschiedenis van de Nederlandse klassieken. Vollgraff was een classicus zoals er na hem in Nederland niet meer is geweest: hij was gespecialiseerd in alle aspecten van 2500 jaar Oudheid. Dat kon toen nog, nu niet meer. Hij was dus een bijzonder soort classicus, levend in een voor de studie van de klassieken heel bijzondere en belangrijke tijd. Omdat ik nog toegang heb tot bronnen die over honderd jaar niet meer bestaan (bijvoorbeeld het enige nog levende kleinkind van Vollgraff), vind ik het belangrijk dat iemand van het leven van Wilhelm Vollgraff nu een verantwoord verhaal maakt. En ach, ik was beschikbaar en vind zoiets nog leuk ook…
Welk boek over uw onderwerp zou eigenlijk iedereen moeten lezen?
Haha, mijn biografie van Vollgraff natuurlijk. In elk geval probeer ik niet alleen voor classici te schrijven. Vollgraff heeft in zijn lange leven veel meegemaakt: Duitsland was net één land geworden, en toen kwamen de Eerste Wereldoorlog, de crisistijd, Tweede Wereldoorlog, de Indische kwestie, noem maar op. En in Griekenland rommelt het natuurlijk per definitie. Dat komt allemaal langs, en dat is toch allemaal interessant? Ik hoop dat het me lukt zo te schrijven dat, laten we zeggen ‘historisch geïnteresseerden’ er iets van hun gading in vinden.
Is er iets dat u zelf nog kwijt wil?
Mag dat ook iets sentimenteels zijn? Precies voordat Vollgraff overleed had ik als middelbare scholier juist mijn aller-, allereerste schreden gezet op het pad dat me uiteindelijk zou leiden naar mijn hobby die ook mijn vak is geworden. En die eerste lesjes Latijn ontving ik dan ook nog van iemand die zelf leerling van Vollgraff was geweest. Allemaal volstrekt toeval natuurlijk, maar ik vind daar wel een zekere schoonheid in zitten.
***
Gert M. Knepper studeerde klassieke taal- en letterkunde en godgeleerdheid in Leiden en Utrecht. Hij doceerde aan de Utrechtse Universiteit, publiceert op zijn vakgebieden en is de auteur van een biografie van Theo Verhoeven.
Zelfde tijdvak
Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (3)februari 16, 2026
The Odyssey, een recensie (1c)juli 31, 2026
Zes vragen aan Wil Kuijpersaugustus 7, 2026

Ik kijk al uit naar het boek. Enige indicatie wanneer het verschijnt?